Vluchtelingen met vallen en opstaan aan het werk; Methode gevonden die redelijk succesvol werkt

Nergens is het percentage werklozen zo groot als onder politieke vluchtelingen. Twee van de drie vluchtelingen kunnen niet aan werk komen. In Amsterdam is nu in nauwe samenwerking tussen de Stichting VluchtelingWerk en het Arbeidsbureau een methode ontwikkeld die voor drie van de vier vluchtelingen succes oplevert. Meer dan 300 kandidaten hebben zich al aangemeld en er is een wachtlijst.

AMSTERDAM, 6 april - “Ik heb een kadootje voor je meegebracht”, zegt Minh tegen Tanja Oosterbaan. Een doos bonbons. Minh, een 29-jarige Cambodjaan die vier jaar geleden naar Nederland kwam, is haar erkentelijk voor haar inspanningen waardoor hij onlangs een vaste baan kreeg als timmerman in het atelier van het Tropeninstituut.

Oosterbaan, medewerkster van de Stichting Vluchtelingenwerk Amsterdam (SVA): “Dat heeft Minh voornamelijk zelf gedaan. Hij heeft snel goed Nederlands geleerd en wist al gauw precies wat hij wilde en welke zijn concrete mogelijkheden waren. Dat kom je niet altijd tegen onder politieke vluchtelingen.” Minh wilde timmerman worden, maar een volledige dagopleiding op de lts duurde hem te lang. “Tegen de tijd dat ik mijn diploma had gehaald zou ik te oud zijn om nog werk te krijgen”, zegt Minh.

Na een jaar op een zogenoemde werkervaringsplaats op de technische werkplaats van het Tropeninstituut kwam er op het atelier een vacature vrij die openstond voor interne sollicitaties. Minh moest het opnemen tegen drie anderen en won.

Bij het zoeken naar werk voor de werklozen onder de naar schatting zesduizend politieke vluchtelingen in Amsterdam speelt het project Scholing en Werk van de SVA een belangrijke rol. G. te Voortwis, ook van de SVA, legt uit: “Met vallen en opstaan hebben wij hier, we zijn met z'n vijven, nu eindelijk een methode gevonden die redelijk succesvol werkt. Het sleutelwoord is individuele benadering. We denken nu een goede tussenvorm gevonden te hebben tussen helemaal aan het handje meenemen en, aan de andere kant, alles richten op het eigen initiatief. Meer dan driekwart van de mensen die in dit project meedraaien hebben we kunnen plaatsen op scholing of werk. Ook de uitval is gering. De plaatsen waar de mensen terechtkomen zijn tijdelijk en de werkgever krijgt soms een financiele tegemoetkoming.

Na een jaar wordt gekeken of de man of de vrouw voldoet en mogelijk een vaste betrekking kan krijgen. In dezelfde functie of een ander, zoals bij Minh bij het Tropeninstituut.''

De meeste politieke vluchtelingen hebben grote moeite de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. De Afghaan Arenja en zijn eveneens Afghaanse vrouw en twee dochters zijn nu zeven jaar in Nederland. De eerste vijf jaar waren verreweg het moeilijkst, omdat de onzekerheid of het gezin als vluchteling zou worden erkend zo lang op zich liet wachten. In de tussentijd werd ijverig Nederlands geleerd, maar werken mocht niet.

Arenja (37) was van oorsprong zakenman en boekhouder. Hij had, zoals zo veel vluchtelingen, ambities op hetzelfde niveau weer verder te kunnen. Hij moest een flinke stap terug. Uiteindelijk is het SVA en het Arbeidsbureau gelukt de man een baan te geven in het magazijn in een grootwinkelbedrijf. “Het werk is niet echt boeiend, maar honderd keer beter dan thuis niets doen. Daar werd ik gek van.”

Mevrouw Arenja kreeg ook met behulp van VWA en Arbeidsbureau een half jaar eerder een baan aan de kassa bij Dirk van den Broek. Na een jaar had ze een vaste aanstelling. Dat is haar man in het magazijn ook gelukt. “Ik wil”, zegt hij, “nu een beetje op de computer kunnen werken, dan kan ik verder komen. Ik zou ook graag mijn praktijkdiploma boekhouden willen halen. Ik deed twee jaar geleden een toelatingstest, maar slaagde niet. Het volgen van een avondcursus kan ik moeilijk opbrengen, want ik ben 's avond doodmoe. Ik moet zaterdags ook vaak nog werken.”

Met de dochters Arenja gaat het heel goed. De oudste is nu 12 en gaat dit jaar naar de middelbare school. Volgens haar trotse moeder, maar ook volgens de school zijn haar resultaten heel behoorlijk. De Arenja's vinden Nederland, waar ze bij toeval terecht zijn gekomen - ze werden tijdens een tussenstop op Schiphol gepakt met een vervalst Canadees paspoort op weg naar Montreal - een vriendelijk land, maar trekken op hun vrije dagen graag naar Duitsland waar 10.000 Afghaanse vluchtelingen wonen, onder wie tal van naaste familieleden. Ze zijn het er wel over eens dat als ze asiel hadden aangevraagd in Duitsland de erkenning als vluchteling veel sneller was gekomen.

“Vluchtelingen hebben”, zegt Oosterbaan, “heel andere problemen dan migranten die vaak nooit enige werkervaring hebben gehad. De meeste vluchtelingen hebben al erg veel meegemaakt als ze hier komen en als ze dan ook nog jaren moeten wachten voor ze de zekerheid hebben dat ze mogen blijven is dat niet echt bevorderlijk voor hun geestelijk evenwicht. Wat dat betreft zijn de zogenoemde uitgenodigde vluchtelingen in het voordeel. Er is onderling ook veel verschil. De praktijk leert dat een individuele benadering essentieel is. Ik zeg benadering, niet begeleiding, want vluchtelingen kunnen veel zelf en zijn niet gebaat bij welk vorm van paternalisme ook.”

De Somalische Gaya (28), die in haar eigen land onderwijzeres was, beseft dat ze dat beroep hier nooit kan uitoefenen. Ze is mede op advies van SVA en het Arbeidsbureau nu bezig met boekhouden.

“Boekhouden op zichzelf vind ik niet moeilijk, maar een vak als wetskennis is heel erg zwaar, zeker als je Nederlands nog niet perfect is en je de ingewikkelde Nederlandse samenleving niet goed kent. Ik moet nog even doorzetten en iedere dag studeren. Dat doe ik bij de televisie, want dat is nu mijn beste kameraad. Als ik later zelfstandig en financieel onafhankelijk ben ga ik pas serieus nadenken over iets anders, een vriend misschien.”

Vluchtelingenwerk Amsterdam is verheugd over de manier waarop nu wordt samengewerkt met de afdeling Politieke Vluchtelingen van het Arbeidsbureau. Toch dreigen er weer problemen. In het kader van de sociale vernieuwing en de komst van Regionale Arbeidsbureaus lijken er veranderingen in structuur te komen, die het zorgvuldig opgebouwde samenwerkingsverband ten behoeve van werkzoekende vluchtelingen negatief zouden kunnen beinvloeden. Oosterbaan: “Hopelijk maken wij ons zorgen om niets, maar het zou wel zonde zijn als de vluchtelingen door ongewilde ambtelijke bureaucratie zouden worden gedupeerd.”