'Tijdelijk embargo brengt Delft grote schade toe'

WASHINGTON, 6 APRIL. Het tijdelijke exportverbod dat de Amerikaanse autoriteiten tegen Delft Instruments hebben uitgevaardigd, brengt nu al grote schade toe aan de maatschappij. Medische apparatuur, die Delft naar onder andere de VS exporteert, valt in principe niet onder het embargo; maar de potentiele klanten voor die apparaten durven geen zaken te doen met Delft Instruments zolang de onzekerheid voortduurtt.

Een zegsman op het ministerie van handel in Washington zegt dat zijn afdeling wordt overspoeld met vragen over Delft. Hij zegt dat het departement geen bevredigend antwoord kan geven: zolang het onderzoek niet is afgerond kan de Amerikaanse overheid niet zeggen of het veilig is met Delft zaken te doen.

Tenminste een Amerikaans bedrijf heeft het ministerie gevraagd of het bij wijze van uitzondering zaken mag doen met Delft, op een gebied dat geen enkel raakvlak heeft heeft met de nachtkijker-affaire. Dat zegt John Ellicott, de advocaat die het bedrijf bijstond en verder geen details over het geval wil geven. Ellicott zegt dat het verzoek is ingewilligd.

Volgens Ellicott - een partner in het kantoor Covington & Burling en gespecialiseerd in dergelijke exportzaken - is het vrijwel zeker dat behalve Buitenlandse Zaken en Handel ook het ministerie van justitie met een onderzoek bezig is. Het is gebruikelijk dat Justitie kijkt of er reden is tot strafrechtelijke vervolging van de Amerikaanse dochteronderneming en de leiding daarvan, zegt Ellicott.

Maar de Amerikaanse overheid laat dergelijke strafvervolging liever over aan het betreffende land, zeker als dat land goede relaties heeft met de VS, zoals Nederland. Dat zegt Paul Freedenberg, onderminister van Handel in de periode 1985-'89 en nu advocaat in Washington. De Amerikaanse overheid kan altijd nog een vervolging instellen als zij niet tevreden is met de aanpak van Den Haag. Dat betekent dat er een zekere druk is op het Nederlandse Openbaar Ministerie is om Delft hard aan te pakken.

Volgens de zegsman op het ministerie van handel heeft Nederland in Washington een goede reputatie als het gaat om toezicht op export van militaire produkten.

Zowel Ellicott als Freedenberg noemde de Delft-zaak vergelijkbaar met die van Datasaab en ASEA in 1981. Datasaab, een dochter van de Zweedse auto- en vliegtuigfabrikant Saab, werd beschuldigd van export van radarapparatuur aan de Sovjet-Unie. Het bedrijf kreeg een boete van drie miljoen dollar en ontweek een permanent exportverbod doordat het werd gekocht door Ericsson.

ASEA, een ander Zweeds bedrijf, werd ervan beschuldigd Amerikaanse computers te hebben doorverkocht aan Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie. Het kwam uiteindelijk tot een schikking waarin het 440.000 dollar boete betaalde, maar moest daarvoor vier jaar onderhandelen met de Amerikaanse overheid. Het nam Henry Kissinger in dienst als lobbyist.

“Mijn advies aan clienten is altijd: probeer met de Amerikaanse overheid te onderhandelen”, zei Ellicott in een interview eerder deze week.

Oldelft, de Amerikaanse dochter van Delft Instruments, heeft zijn kantoor en verladingscentrum op een industrieterrein in Fairfax, een plaatsje 20 minuten buiten Washington. Werknemers daar zeggen dat zij instructies hebben geen vragen van journalisten te beantwoorden.

Het Nederlandse moederconcern heeft gezegd dat het aanstaande woensdag de vakbonden zal vertellen welke gevolgen het Amerikaanse handelsembargo heeft.