TALLY-HO!

Fox Hunting door Jane Ridley 211 blz., Collins 1990, f 65,55 ISBN 0 00 217949 0

Slechts weinig mensen zullen ervan op de hoogte zijn dat in Nederland de jacht achter de meute, beter bekend als vossejacht, nog steeds actief wordt beoefend. Ons land telt op dit moment drie jachtverenigingen, ieder met een eigen meute. De honden, de paarden, de in rood- of zwart-witte jachtkostuums gestoken ruiters: alles doet denken aan scenes uit lang vervlogen tijden. Alleen de hoofdacteur ontbreekt: de vos.

Niet dat dit land geen vossen herbergt - als we jagers mogen geloven zijn het er zelfs te veel - maar de Nederlandse variant van de vossejacht moet het zonder levende prooi stellen. De typische Nederlandse terreingesteldheid, het met wegen doorsneden landschap, de spoorlijnen, de bebouwingen en de prikkeldraadomheiningen maken het onmogelijk levend wild te paard te achtervolgen.

In Nederland is dan ook nooit anders gejaagd dan op een reukspoor, de slip. Dit spoor ontstaat doordat een aantal jutezakken waarop een (gekooide) vos heeft geslapen en waaraan zijn luchtje kleeft door het terrein wordt gesleept. Soms vervult een in vosse-urine gedrenkte koeiepens dezelfde functie. Voor het sleepspoor wordt zoveel mogelijk een hippisch interessante route gekozen: het parcours moet zodanig zijn uitgezet dat de jachtruiter zich zonder veel fantasie kan inbeelden achter een echte vos te jagen. Want het gaat niet om de buit - die is slechts denkbeeldig - maar om een avontuurlijke rit te paard achter de meute.

De oorsprong van de thans bekende vorm van de vossejacht ligt in Engeland. Daar telt men nog steeds meer dan tweehonderd meutes die in het jachtseizoen van november tot april actief zijn, of op de slip of op een levende vos - prikkeldraad, wegen en spoorlijnen ten spijt.

Voor en door de beoefenaars van deze 'mannelijke sport' zijn talrijke boeken geschreven. Een van de meest recente is van de hand van de Britse historica Jane Ridley. Puttend uit een groot reservoir van documentatiemateriaal schetst zij een vier eeuwen beslaand kaleidoscopisch beeld van royalty en rijkaards, clerus en cockneys, parvenues en paarden, pachters en prikkeldraad, courtisanen en couture, democraten en dierenbeschermers.

Ridley heeft veel aandacht voor illustere figuren, traditierijke jachtvelden, anekdoten, verhalen en citaten van bekende en minder bekende vossejagers, (jacht-)schrijvers en dichters. Slechts en passant wijst zij op de interessante debatten, waarvan er enkele tot de 'klassieken' in de literatuur over de vossejacht zijn gaan behoren.

Voor zover er al een rode draad in dit boek valt te ontwaren, is het de kwestie van het 'democratische karakter' van de Engelse vossejacht - een thema waar al menige schrijver over gestruikeld is.

Tot aan het begin van de negentiende eeuw was de vossejacht een aristocratische bezigheid, voorbehouden aan de mannelijke leden van de landadel, die soms vergezeld werden van hun maitresses. In de loop van de negentiende eeuw bewerkstelligde de ontsluiting van het platteland door de spoorwegen een ingrijpende sociale verandering. Per trein dromden als jagers uitgedoste stedelingen (en hun paarden) naar het platteland. De nieuwkomers vormden een regelrechte uitdaging voor de hegemonie van de landadel op het terrein van de vossejacht.

ZUIPEN EN VLOEKEN

In het kielzog van de jagende burgers verschenen de burgerlijke moralisten te velde: het zuipen, vloeken en hoereren dat tot de apres-chasse behoorde, werd door hun toedoen uitgebannen. Onder toejuichingen van deze bewakers van de moraal deden zelfs de echtgenotes van de heren jagers hun intrede op de jachtvelden. De dames waren gekleed in zedige maar buitengewoon onpraktische jachtkleding en gezeten op het zeer oncomfortabele maar oncompromitterende side-saddle.

Hoe groot de irritatie bij de 'oude' rurale elite over deze veranderingen in hun geliefde sport ook was, zij gebruikte de nieuwe ontwikkelingen onmiddellijk ter legitimatie. De vossejagers zelf waren de eersten die op het 'open' en 'democratische' karakter van deze jachtvorm wezen: de aanwezigheid van ladies, boeren, burgers en zelfs de lagere stedelijke milieus, de cockney-huntsmen, zou hiervoor een onomstotelijk bewijs vormen. In werkelijkheid was van slechting der sociale drempels echter geen sprake: '... aristocracy will often welcome a man of another grade as being with them, but he must not attempt to be one of them,' citeert Ridley de observatie van een negentiende-eeuwse sportjournalist.

De bloeiperiode van de vossejacht kwam abrupt tot een eind met het begin van de Eerste Wereldoorlog. Edele jachtpaarden sneuvelden met duizenden op de continentale slagvelden, en voedseltekorten maakten het onmogelijk om de meutes in stand te houden. In de jaren twintig en dertig beleefde de vossejacht een korte heropleving. Veel nieuwe rijken uit de steden maakten hun rentree in het voetspoor van de koninklijke familie die zich verdienstelijk maakte in het veilig stellen van de heilige vossejacht.

REVOLUTIE

Tegelijkertijd voltrok zich echter in Engeland een ingrijpende revolutie in het grondbezit: grote landgoederen vielen uiteen en raakten in handen van nieuwe pachters. Boeren - vooral de nieuwe pachters - kochten paarden en gaven zich massaal zelf over aan de vermaken van de vossejacht. Onder niet-jagers groeide een anti-jacht houding, aangewakkerd door de sinds 1919 tegen de jacht fulminerende en militant optredende League Against Cruel Sports. Door opzienbarende acties verwierf de tegen bloodsports opererende organisatie veel publiciteit, maar voor de realiteit van de jacht is zij slechts van marginale betekenis gebleven.

Daarmee wil echter niet gezegd zijn dat de vossejacht - al naar gelang het perspectief van de waarnemer - een 'gesloten-conservatieve' of 'open-democratische' bezigheid is. Het is in beginsel al verkeerd de participatie van verschillende sociale milieus in de vossejacht te realteren aan het 'democratische' karakter van deze sport. Wel is de vossejacht een fascinerend terrein om klasse- en machtsverhoudingen te bestuderen, verhoudingen die in Engeland net als elders fundamenteel ongelijk waren en nog steeds zijn. In feite is de vossejacht de samenleving op miniatuur formaat. Op het terrein van de vossejacht waren en zijn de ongelijke klasseverhoudingen niet opgeheven, maar werden en worden ze steeds gereproduceerd en gelegitimeerd. En door zich in het onontkoombaar moralistische debat over het diepere karakter de vossejacht te mengen, lopen zogenaamd objectieve waarnemers als Jane Ridley het gevaar zich voor het karretje van de nog steeds polemisch tegenover elkaar staande voor- en tegenstanders van deze 'sport' te laten spannen.

    • Heidi Dahles