Stamverwant in Kaapstad

'Wij spreken dezelfde taal maar wij verstaan elkaar nie reg nie'', zegt de theoloog Flip Theron nadat wij een tijdje, zoals hij het uitdrukt, hebben zitten 'gezelsen'. Er zit, vooral overdrachtelijk, heel wat in: we kunnen elkaar heel redelijk volgen, maar helemaal begrijpen zullen we elkaar niet gauw.

'Stamverwantschap', het was voor ons linkse luitjes indertijd een soort taboe, met hoon en smaal bejegend. Wie een beroep deed op de Hollandse stamverwantschap met Zuid-Afrika deed daarmee tegelijk een beroep op loyaliteit met het land en zijn politiek bestel, op het tonen van 'begrip' of minstens het matigen van je kritiek. Wij moesten dus niks van die stamverwantschap hebben. Maar - je moet er geweest zijn om erover te kunnen oordelen - als je er eenmaal bent, de Pasen doorbrengend in Vermaaklikheid aan de Duivehoksrivier, blijkt dat ontkennen niet baat: wij zijn op een overdonderende manier stamverwant met de Zuidafrikanen, althans met de blanken onder hen die er, hoe lang nog, de lakens uitdelen.

De stamverwantschap straalt je overal tegemoet. Uit de namen van de uitgestrekte plaase langs de weg, die Goede Verwachting heten of Vrederust, Vorentoe of Hooggenoeg en toebehoren aan boeren als Van Deventer, Rossouw, Vorster of Verwoerd. Uit de taal die kinderlijk lijkt maar navenant zuiver en trefzeker is ('Stap vinnig oor' staat op de oversteekplaatsen, 'Rommelstrooiery is een oortreding' op het strand en in de bussen als verwijzing naar de nooduitgang: 'Stamp die ruit uit'). Uit de simpele robuustheid van de bouwstijl en de soberheid van de kerken: die van Paarl staat onder een verpletterend blauwe lucht in een weelde van palmen en bougainvillea, maar binnen heerst een Veluwse kaalheid. Uit een algehele properheid ook die te onzent allang teloor is gegaan - ieder gebouw ziet er hier uit alsof het zojuist gesausd is. Misschien uit het bureaucratisme en de regelknechterij; hoe vaak niet blijkt een zekere badmeestersmentaliteit het waarmerk van een Hollandse erfenis.

Tenslotte zelfs uit de apartheid, die de Zuidafrikaanse versie is van onze verzuiling, en in de koppigheid waarmee aan dat beginsel tegen de stroom in is vastgehouden.

Toen deze vrome calvinisten, wars van opportunisme, in hun godsdienst een basis zochten voor hun suprematie over de gekleurde landgenoten kwamen ze uit bij 'onze' Abraham Kuyper en diens leer van 'souvereiniteit in eigen kring'. Had de Here Zelf niet beschikt dat iedere groep zich naar eigen aard in eigen sfeer moest kunnen ontwikkelen? Zo werd apartheid meer dan een manier om de zaken in een multiraciale samenleving te regelen ten gunste van de blanken, ze werd een geloofsbeginsel waarvan de tenuitvoerlegging met grote hardnekkigheid en consequentie tot in het absurde en pietluttige ter hand werd genomen.

Volgens Alister Sparks in diens 'De Kust van de Goede Hoop' is hier het grootste sociale experiment uit de geschiedenis uitgevoerd (als men tenminste de collectivisatie in de Sovjet-Unie en de 'Endlosung'

van het joodse vraagstuk in nazi-Duitsland even terzijde laat). Maar het was ook een religieuze onderneming. En de huidige vervaging van dit stelsel moet voor de blanke gereformeerden behalve een sociale crisis ook een crisis des geloofs zijn. Het is daarom dat ik te rade ga bij de Theologische Faculteit der Nederduits Gereformeerde Kerk aan de Dorpstraat in Stellenbosch, een op zijn Hollands aangeharkt oud stedeke in de wijnbergen boven Kaapstad, waar mannen als prof.

Potgieter de Kuyperiaanse fundering voor de apartheid hebben gelegd. Prof. Theron zal mij gaarne om acht uur des morgens ontvangen. In zijn buitengewoon gewasboende werkvertrek betuigt hij allereerst zijn erkentelijkheid dat wij Hollanders onze literaire ereprijs hebben toegekend aan zijn landgenote Elisabeth Eybers. Daarna praat hij met warmte over plaatsen als Piaam, Wommels, Scharnegoutum en Suameer en verklaart: ''Ik hou van Friesland''.

Theron is van '42 en van Hugenootse afkomst, moeder is een Marais maar er zijn ook veel Roelofsens in de familie. Hij werd groot op een plaas, samen met de gekleurde kinderen van het personeel. ''Als u zich afvraagt waarom dit land nog niet in vlammen is opgegaan'', zegt hij, ''is het antwoord dat de sociale relaties tussen de rassen vanouds goed waren. Het ergste van de apartheid is, dat ze die sociale infrastructuur vernietigde. Er zijn generaties opgegroeid, die elkaar niet kennen. Er is vervreemding ontstaan, een gevoel van wederzijdse bedreiging en gevaar.''

Hij studeerde voor predikant, niet zoals de meesten van zijn huidige collegae aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, maar te Pretoria.

Als kind had hij rassenscheiding in de kerk altijd al 'totaal onaanvaardbaar' gevonden, maar in zijn eerste gemeente moest hij aanvaarden dat de kerkeraad de begrafenisdienst voor een zendeling in zijn kerk verbood omdat diens zwarte verpleegsters daarin zouden zingen. Maar hij bleef dominee.

Hij promoveerde op het thema 'de kerk als eschatologisch teken', namelijk - 'hoogst actueel nog steeds' - van een samenleving waarin 'wolf en lam samen zouden leven' en werd theologisch docent. Het neo-calvinistisch fundament voor de apartheid was toen al door een eerdere garde theologen gelegd. Zelf heeft Theron nooit veel op gehad met Abraham Kuyper, diens geweldige zelfbesef van wij-gereformeerden spreekt hem niet aan. ''Er zijn bij hem veel hegemonistische, zelfs racistische elementen. Hij is niet voor niets de kerkelijke Mussolini genoemd. Het is geen toeval dat zijn leer - vooral bij ons, maar ook in Nederland - tot connecties met het nationaal-socialisme leidde.''

Theron heeft 'baie veel jaren' meegewerkt aan de pijnlijke herwaardering, die tenslotte leidde tot een veroordeling van de apartheid als 'zonde', hetgeen er weer toe leidde dat een cohort van ouderen de Nederduits Gereformeerde Kerk de rug toekeerde. ''Wij hadden een grotere sensitiviteit moeten hebben'', betuigt hij. ''Wij hadden eerder moeten zien dat het systeem niet werkte, eerder moeten beseffen wat het aan de andere kant uitrichtte.''

In de gangen van het faculteitsgebouw is de studiedag hoorbaar op gang gekomen. Er studeren thans ook gekleurden in Stellenbosch, vooral uit andere Afrikaanse landen, uit Taiwan, uit Korea, maar ook wel 'bruinmensen' uit Zuid-Afrika zelf. Omgekeerd zetten jonge Zuidafrikaanse theologen hun studie voort in Duitsland en de Verenigde Staten, niet meer per se in Nederland. Het is aan Theron te horen dat hij dit betreurt. Het is ''jammer dat de meer katholieke (lees: oecumenische) traditie van Miskotte, Van Ruler, Noordmans niet zo'n invloed in Zuid-Afrika heeft gehad als het neo-calvinisme van Kuyper''. Maar anyhow: ''Onze wortels liggen in Nederland.''