Rente en fiscale krenten

“De beurs is dood. Leve het nieuwe beleggen!” Die conclusie zou je kunnen trekken uit de vastberaden wijze waarop vele instellingen jacht maken op onze spaarguldens. Maar de oude meester is nog lang niet dood, want zijn koopkwik liep deze week weer op tot boven in het buisje en dreef winterslapende beleggers onwennig naar de telefoon.

Desondanks voelen velen iets voor sparen. Een rente van zes, zeven, acht procent of meer en een gegarandeerde uitkering van inleg en rente is een mooie en vooral rustige belegging. Een kind kan de was doen.

Even de bank bellen. Pas dan blijkt dat er tientallen spaarvormen bestaan. En er zijn net zo veel instellingen die ze aanbieden. Geen kind kan de was doen.

Wie wil sparen moet eerst maar eens zijn persoonlijke uitgangspunten vaststellen: hoeveel kan ik sparen, met welke frequentie, wanneer is het geld weer nodig, wat is mijn spaardoel, wil ik wisselkoersrisco's lopen met een niet-gulden rekening, kan ik via mijn werkgever sparen, een vaste of variabele rente, wat gebeurt er bij overlijden enzovoort.

En dan nog dit: wie rente ontvangt, is in de ogen van de Robin Hoods van minister Kok een rijk mens, die een deel van zijn buit moet afstaan. Opbrengsten tot duizend gulden per persoon en vijfhonderd per kind per jaar zijn vrijgesteld van belasting. De belasting is dus even belangrijk als de rente.

Een variant op het sparen bij een (spaar)bank, bedoeld om de buit in zijn geheel binnen te halen, is de verzekering die aan het eind van de looptijd een kapitaal uitkeert. Een combinatie van een verzekering bij leven en een overlijdensverzekering: de gemengde kapitaalverzekering.

Banksparen en verzekeringssparen zijn vormen die niet met elkaar te vergelijken zijn. Maar ga je uit van iemand die wil sparen en moet kiezen, dan ontkom je er niet aan. Daarom volgt hierna een voorbeeld van een man van 35 jaar die twaalf jaar lang per maand 150 gulden denkt te kunnen missen en naast elkaar legt, het is een greep uit de vele aanbiedingen, de Guldengarantiepolis van Ohra Verzekeringen en de spaarrekening van Roparco, de (spaar)bank van de Robeco Groep.

Ohra biedt het volgende. Een levensverzekering die na twaalf jaar 31.387 gulden uitkeert. Overlijdt de verzekerde tijdens de rit, dan stopt de premiebetaling en wordt het kapitaal toch op de einddatum uitgekeerd. Trek je van de premie (die is inclusief alle kosten) ongeveer een tientje af als premie voor het overlijdensrisico, dan garandeert de maatschappij (op dit moment) een rente van 7,4 procent per jaar. Zelfs wanneer de rente zou dalen naar een procent of oplopen naar twintig procent. Dat is het rente- en ricicostuk van de polis, die alleen onderbroken kan worden door overlijden of (tegen een flinke 'boete') afkopen.

Roparco geeft nu - maar garandeert niets voor de komende jaren - 7 procent rente plus een deel van de winst van (tot nu toe gemiddeld over 1982 tot en met 1989) 0,33 procent. Dat geeft over twaalf jaar 33.800 gulden, als de jaarlijkse rente tenminste niet wordt opgenomen.

Het overlijdensrisico is daar niet bij inbegrepen. De minimuminleg is duizend gulden en je mag per maand, boetevrij, maximaal 25 duizend gulden opnemen.

Wanneer je alleen naar het sparen en onderbreken kijkt, verdient Roparco de voorkeur. De fiscale aspecten en een hogere premies leiden tot een andere conclusie. De jaarlijke rentebijschrijving van Roparco is belastingvrij tot duizend gulden of tweeduizend voor gehuwden. De Ohra-polis zout alle rente op tot de einddatum en keert dan belastingvrij uit, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Dat scheelt dus niet zoveel met Roparco.

Worden de bedragen hoger, dan stuit de spaarbank op de beperkte rentevrijstelling en blijft de verzekeraar onbelast uitkeren. Een soort fiscale krent in de rentepap. Wie flink kan sparen en het geld niet nodig heeft, kan daar van profiteren. Hoe lang dat zal duren is niet zeker, want de minister van financieen werkt aan een wet, de Brede Herwaardering, die dat soort voordelen sterk zal beperken.

Levensverzekeraars gaan er van uit dat de verzekeringen die nu worden afgesloten onder het bestaande regime zullen blijven vallen.

Is de verzekering voorzien van een lijfrente clausule (het kapitaal is bestemd voor een rente), dan zijn de betaalde premies (voorlopig tot 10 duizend gulden) aftrekbaar. Tijdens de looptijd is de waarde vrijgesteld van vermogensbelasting.

    • Adriaan Hiele