Peter Post; Ik ben wel ijdel, maar we moeten van de naam ploeg-Post af

Twee weken geleden maakte hij zijn rentree aan het front. Opgeruimd, handen schuddend, voor iedereen een praatje klaar. Hij was er weer. Hij volgde Milaan-Sanremo naast ploegleider Walter Planckaert. Hij zou zich niet met de wedstrijd bemoeien. Deze week was hij een dag in de Driedaagse van de Panne. Alleen wat zaken regelen. De tijdrit wilde hij nog wel zien, het onderdeel dat altijd zijn warme belangstelling geniet. Peter Post (57) in zijn 'nieuwe' gedaante. Manager, supervisor, technisch directeur? “Ja zoiets, maar niet zoals ik Franz Beckenbauer laatst zag. Met z'n regenjas over de arm het veld op.”

Verschillen uw werkzaamheden veel met die van vorige jaren?

Nauwelijks. Mensen bellen me op en zeggen: 'Verstandig van je om te stoppen. Hoe bevalt het nieuwe leven?' Maar ik ben helemaal niet gestopt. Omdat in kranten heeft gestaan dat ik gestopt ben? Ik ben de laatste jaren toch ook niet zo veel meer op de koers geweest. Het wordt elk jaar een beetje minder. Trapsgewijs afbouwen. Ik doe meer werk thuis, administratie, zaken regelen. Dat deed ik altijd al. Als het in de koers niet loopt, zal ik er heus wel weer een keer van wakker liggen. Maar zeker niet meer zoals vroeger. Ik heb me er zelfs op betrapt dat ik in de Tour de France vorig jaar elke nacht goed heb geslapen. Walter Planckaert en Theo de Rooy moeten het nu in de wedstrijd doen. We moeten van de naam ploeg-Post af. Het is mijn ploeg niet meer. Ik ben wel ijdel, maar zo graag wil ik ook niet dat mijn naam wordt genoemd als het om onze renners gaat.

Voldoet Theo de Rooy als vervanger van Ferdi van den Haute, van wie de renners van PDM allemaal erg gecharmeerd zeggen te zijn?

De Rooy is acht jaar renner bij mij geweest. Die weet hoe we werken. Ik heb altijd goed contact met hem gehad, een erg intelligente en eerlijke jongen. In augustus heb ik een gesprek met hem gehad, want ik merkte dat het met hem als renner verkeerd ging. Ik heb hem toen geadviseerd in de sport te blijven. Ik was de ploeg al aan het doorlichten, want ik zag in de publiciteit dat het begon te rommelen in de ploeg. Nee, ik heb niet met iedereen persoonlijk gesproken. Dat doe ik liever niet, want voor je het weet staat het in de krant.

Slechts met een paar mensen. Dan kom je bij de begeleiding. Dat ze bij PDM met Van den Haute zo blij zijn zegt me niets. Dat was bij ons in het begin ook zo. Maar Van den Haute is pas een goede ploegleider als hij problemen aankan. En toen bij ons de problemen kwamen, onttrok hij zich eraan. Dan moet je juist partij trekken en niet met iedereen meepraten. Als hij zegt dat hij niet mij kon samenwerken, dan hebben we toch een goede beslissing genomen? De Rooy vult zijn werk zelf in.

Die heeft altijd al zijn eigen mening gehad. Ik voel dat er overleg is tussen hem en Planckaert. Zoals ik vroeger met Jules de Wever samenwerkte. Vorig jaar had ik dat gevoel niet. Ik hoef nu niets te vragen. De afgelopen jaren wel. Je wordt er zo moe van, altijd maar vragen hoe het zit.

U maakt een opgeruimde indruk. De agressieve buien lijken voorbij. Hoe heeft u al die negatieve publiciteit verwerkt?

Anderen hebben er meer moeite mee gehad dan ik. Maar ik heb mensen leren kennen, mensen die ik vertrouwde. Mensen, journalisten, die ik altijd goed heb behandeld hebben me tot de grond toe afgebrand. En daar heb ik weer van geleerd. Ik wil het zeker niet nog een keer meemaken. Want het ergste was dat ik me niet kon verdedigen. Kritiek vind ik geweldig, maar niet op onwaarheden. Maar als journalisten me niet meer mogen laat ze dan bij mij aan de deur komen en zeggen: 'Post ik ben op je uitgekeken'. Waar heb ik het aan verdiend? Zijn ze jaloers dat ik het zo goed heb? Van de week lees ik een klein berichtje over een jongetje, een amateurtje, die drie wedstrijden heeft gewonnen. Die zegt dat hij een aanbieding van Post heeft gehad.

'Maar ik ga niet naar Post, want die heeft zoveel negatieve publiciteit gehad'. Ik ken dat hele jongetje niet. Jans Koerts? Nou ja. Maar voor hetzelfde geld zegt hij: 'Post heeft me twee ton geboden'. Zo werkt het. Anderen zeggen zoals vorig jaar: 'Ik krijg m'n geld niet'. En een journalist schrijf dat zo maar op. Wij hebben toch altijd betaald. Dat is toch onze reputatie. Dat doen we om de goede naam van de sponsor te beschermen. We hebben toch met alles wat vorig jaar tegen ons is gebruikt ons recht gehaald: Van Poppel, Van Vliet, Rooks, Theunisse, die nog altijd gestraft is.

Bent u bang geweest dat u door de negatieve publiciteit geen renners meer kon krijgen?

Nee, omdat ik zelf wist dat wij eerlijk zijn geweest. Er zijn maar een paar renners geweest die slechte dingen hebben gezegd. Als je die doorlicht, gooi je ze zo weg. Ik heb fouten gemaakt, ja. Door renners aan te trekken, die anders in elkaar zaten dan ik dacht. Als ik de balans opmaak na achttien jaar ploegleider, heb ik het niet zo slecht gedaan. Ik heb maar twee sponsors in al die jaren gehad. Al dat geld heb ik bij elkaar gehaald. Heb ik allemaal zelf gedaan. 38 gezinnen leven daar nog van. Ik had dit jaar wel zestig renners kunnen hebben.

Zoveel aanbod. Er is zelfs een renner die een proces tegen me heeft aangespannen omdat hij wilde blijven. Omdat ik hem toegezegd zou hebben dat hij kon blijven. Ik had de intentie met Van Poppel door te gaan. Zijn adviseur kwam pas toen ik de stront ging uitzoeken. Door hem is het misgelopen. Met die man wil ik nooit meer iets te maken hebben. Of er nog renners van mij met hem werken? Ik hoop het niet.

Als een renner weg is, is het over. Nee hoor nooit spijt. Breukink presteerde bij ons toch ook goed? Van Poppel wint een rit in Parijs-Nice. Deed hij bij mij ook weleens. Zo moeten toch wat zeggen als ze vertellen dat ze het bij een ander beter naar hun zin hebben.

Talen is een fantastische renner. Maar moet ik nu spijt hebben dat hij weg is? Ik heb gelezen dat hij zich eerst een jaartje bij PDM wil aanpassen. Aanpassen, 26 jaar. Ze weten niet wat voor salaris ze verdienen. Gaat dat in de burgermaatschappij ook zo? Vier ton per jaar om je aan te passen?

De beste renners ter wereld komen tegenwoordig uit Italie, zegt u. Maar de komst van Fondriest naar uw ploeg was toch wel heel verrassend.

Met renners als Fondriest word je geconfronteerd als je zoekende bent. Het is heel gek. Als er renners weggaan zijn er altijd renners die zich melden. Fondriest was nooit gekomen als Rooks en Theunisse niet waren weggegaan. Hij wilde graag bij ons rijden, omdat we een naam hebben en omdat hij zag dat we renners als hij konden gebruiken. Ik heb wel wat moeten toegeven, maar wat moet je anders als je een ploeg opnieuw moet opbouwen. Ik zat in een slechte positie. Fondriest mag zijn eigen schoenenmerk dragen. Ook zijn eigen helmenmerk, maar bij ons dragen ze allemaal verschillende helmen. In het verleden is dat weleens anders geweest. Toen kon ik ze nog verplichten zich aan ons contract met een firma te houden.

Waarom trok u zo hard aan Dhaenens? Bij PDM hadden ze er problemen me dat ze hem als wereldkampioen meer moesten betalen. Dhaenens wilde bovendien kopman zijn. En dat paste niet in hun strategie.

Waarom heeft PDM het zo lang tegengehouden? Ze kunnen zoveel zeggen. Er is geschreven dat we Fondriest en Dhaenens nodig hadden voor de punten. Maar dat is onzin. Want we werken nog steeds met de oude punten. Ik had namen nodig. Voor de uitstraling van de ploeg. We moeten oppassen dat we niet naar een lager niveau afdalen. Je moet wel voor wedstrijden uitgenodigd kunnen worden. De uitstraling is belangrijk voor de firma. Ik had niks meer, ja 22 renners, maar dat is niet genoeg. Je kunt de gaten niet opvullen met de Knuvers en de Van de Vins. Dat kan ik niet maken tegenover de firma. We moeten publiciteit hebben. We zijn toch - ik durf het haast niet meer te zeggen - een ploeg met standing.

Maar de reden die PDM aandraagt geldt toch ook voor u? Bovendien is het symptomatisch voor wereldkampioenen dat de regenboogtrui een erg zware last is.

Nou dan moet je de wereldkampioen een jaar niet meer laten fietsen. Natuurlijk is het afwachten of hij het goed doet. Maar ik moet toch investeren. Hij is niet alleen weredkampioen geworden, hij was ook tweede in de eindstand van de wereldbeker en domineert al jaren in de klassiekers. Daar hangt dan inderdaad een prijskaartje aan. Maar daar staat veel publiciteit tegenover. Op de regenboogtrui staat weliswaar geen reclame. Toch wordt de wereldkampioen vaker gefotografeerd dan andere renners, hij komt vaker in beeld, op de televisie, de mensen vragen toch waar Dhaenens de wereldkampioen rijdt. We hebben nog nooit zoveel aanvragen gehad voor foto's van renners. Uit de hele wereld. We moesten ze laten bijmaken. Allemaal willen ze Fondriest en Dhaenens.

Maar welke rol speelt Dhaenens in de ploeg? Hij heeft gezegd dat hij nu weleens een grote klassieker wil winnen.

Het is nog niet aan de orde of hij kopman kan zijn. Hij heeft door ziekte achterstand in de conditie opgelopen. Daarnaast is hij toch een ervaren professional, van dertig jaar. Hij weet hoe het spel in elkaar steekt. Die is geroutineerd genoeg om te beseffen dat het soms beter is dat een ander wint. Er is toch geen enkele renner die tegenwoordig kan zeggen: 'Ik ben de kopman'. Maar ik hoor het al: het begint weer.

Er heeft er al een geschreven dat Dhaenens de nieuwe miskoop is. Ik weet niet wat hij tegen me heeft. Dhaenens de nieuwe miskoop. Waarom schrijft hij niet dat Nulens een miskoop is. Die heeft zijn elleboog en bovenbeen gebroken. En Lieckens, ook een miskoop, die heeft een bilspier verbrijzeld. Vorig weekeinde is het huis van een mecanicien van me afgebrand. Hebben ze maar net kunnen redden, met lakens naar beneden. Vrouw en twee kinderen. Hij ligt in het ziekenhuis. Dat is dan zeker ook een miskoop.

Heeft u moeite met de huidige generatie wielrenners?

Die andere generatie kom ik dagelijks tegen, ook buiten het wielrennen. Daar heeft toch iedereen van mijn leeftijd moeite mee.

Daar hou ik heus wel rekening mee. Vroeger had mijn vader ook moeite met mijn generatie. Planckaert en De Rooy doen daarom het werk in de koers. Goed, de renners van tegenwoordig zijn slimmer. Ze gaan allemaal in Belgie wonen en niet omdat ze dan dichter bij de koers zijn. En ze nemen een adviseur. Daar heb ik echt geen moeite mee. Dat is hun recht. Maar ze zeggen nooit dat ze fouten maken. Ik begrijp wel waarom, anders dalen ze in prijs. Er zijn genoeg goede renners, ook in Nederland. Er wordt veel gepraat over opleidingen. Onzin. Vroeger had je Ahoy' op Zondag. Ongelooflijk veel jong talent. Maar Rene Pijnen was wel achttien jaar de beste baanrenner. Bouwmans is een goede jongen, maar hij is ronderenner, die moet je beschermen. De tijd is voorbij dat renners in hun eerste jaar al presteerden. Schuiten, Van de Velde, Oosterbosch, Winnen heb ik gehad, waren meteen goed. Maar de concurrentie wordt groter. We zijn al blij als een Nederlander (Den Bakker, red) in Tirreno-Adriatico vijfde wordt. Vroeger waren we teleurgesteld als Knetemann tweede was.

Heeft u de afgelopen periode weleens overwogen uit de wielersport te stappen?

Dat kon ik niet. Ik had nog een contract met mijn sponsor, contracten met personeel en renners. Misschien was het anders wel bij me opgekomen. Mensen denken dat ik dat ik in het harnas zal sterven. Nou en? Wat mankeert er aan me als ik door ga. Er zijn politici die veel ouder zijn en zelfs nog regeren. Ik kan op mijn leeftijd nog niet eens met de vut. Ik heb veel interesses buiten de wielersport. Dat weten de mensen niet. Maar ik ben in het wielrennen opgegroeid. Als jongetje ben ik voor een geintje op een racefiets gaan hangen, ik heb er veel voor moeten doen om goed te worden. Hetzelfde met de ploeg. Je rolt erin. Dan gaat het steeds beter. Zolang dat motortje vanbinnen blijft lopen is er niks aan de hand. Ik heb last van mijn ogen gehad, mijn rug en vorig jaar had ik nog voedselvergiftiging. Ze zeiden dat het door de spanning kwam, door het wielrennen. Maar iedereen heeft toch weleens wat? Ik neem me heus wel een beetje in acht, ik neem op tijd rust. En drinken doe ik niet. Ik denk dat weinig mensen van mijn leeftijd zich zo goed voelen.