'Oefen steeds je goede humeur te bewaren'; De jeugd van tegenwoordig bestaat al zeker 150 jaar

Het is een groot raadsel waarom jonge mensen denken dat ze later gelukkiger worden dan oudere mensen. Hoewel ze vrijwel niets hebben meegemaakt weten zij toch vrijwel zeker hoe het geluk moet worden bereikt; ja zij ontlenen hun zekerheid zelfs aan het feit dat ze nog niets hebben meegemaakt.

Op de tentoonstelling Van de straat in het Haagse Museon, over de zeden en gewoonten van de jeugd in de afgelopen honderdvijftig jaar, zijn van dit verschijnsel enkele krasse staaltjes te zien. De expositie maakt op het eerste gezicht een rommelige indruk, bijvoorbeeld doordat alle expositiewanden zijn gemaakt van sterk geurend karton. Maar al snel heeft de bezoeker in de gaten dat de makers dit bewust hebben gedaan om een extra jeugdige indruk te vestigen, waarna de bezoeker ongehinderd kan staren naar het redeloze optimisme van de jeugd.

Over het algemeen heeft men de neiging vooral versteld te staan over de jeugd van tegenwoordig, maar na een bezoek aan het Museon kan ik u verzekeren dat dit zelfbewustzijn, althans in Nederland, ten minste honderdvijftig jaar oud is. Het onbegrijpelijkst is de punkbeweging.

Dat komt misschien doordat deze beweging nog vers in het geheugen ligt en ik de oudere jeugdculturen niet van nabij heb meegemaakt, maar alla. Wat bij de punkers vooral in het oog springt is hun opvatting dat het geluk niet afhankelijk is van zoiets flauws als omstandigheden. Dat is de fout van de oudere mensen geweest: die domoren hebben hun geluk afhankelijk gemaakt van huis, haard, anti-autoritaire opvoeding, geestverruimende middelen of psychedelische muziek. Allemaal flauwekul, menen de punkers.

Deze mentaliteit wordt op de tentoonstelling aanschouwelijk gemaakt door een punkkamer uit het jaar 1979. De vloer is bedekt met zwart plastic zeil, op een onopgemaakte bed liggen smoezelige kleren en op tafel bevinden zich een bijna leeg pakje shag, een opgerookte sigaret en een groen pak karnemelk. Op de grond staan flesjes bier en aan de muur hangt een kleurenfoto van Debby Harry, een blonde zangeres die eigenlijk iets te aantrekkelijk is voor deze kamer; de zuivere punker hoeft namelijk niet tegen hitsige truitjes aan te kijken om toch geanimeerd te raken, dat bepaalt hij zelf wel.

DRANK

Dicht in de buurt van dit krachtige zelfbewustzijn komen de jeugdbewegingen uit het begin van deze eeuw, die weliswaar niet zomaar gelukkig dachten te kunnen worden, maar toch een tamelijk eenvoudige vijand hadden die overwonnen moest worden: de drank. Het idee is: als we de drank afzweren, die onze ouders zo grondig heeft verpest en het gezinsleven verwoest, zullen wij gelukkig worden. En aangezien wij zelfs nu al geen drank gebruiken, zijn wij nu al gelukkig. Lees bijvoorbeeld het lijflied van de Kweekelingen Geheelonthoudersbond (KGOB), een jeugdbond uit het begin van deze eeuw die was opgericht tot troost en steun van alle jongens en meisjes die hogerop wilden komen door een opleiding tot onderwijzer, bij voorkeur zonder alcohol.

Het lied heet De Bakmarsch:

Ons stroomt nog frisch het bloed door d'aadren; Wij zijn nog jong en kennen geen verdriet. Wij heffen aan om dit te tonen; Een vroolijk, krachtig lied! Wat om ons wend' of keer; Geen zorg drukt ons ter neer!

Wij zingen luid, dat ieder het mag horen: Geniet! geniet! Van al wat jeugd u biedt!

Men ziet hoe eenvoudig de methode in elkaar steekt. Het ideaal van deze jongeren is niet een soort verwachting dat over duizend jaar het paradijs op aarde zal komen waarvoor zij nu eerst nog even flink hun best moeten doen, nee, men wordt gelukkig door niet te drinken en verder luid te zingen dat men gelukkig is. Zing ook mee met het bondslied van de Jeugdbond voor Onthouding, die van 1919 tot 1947 bestond:

Wij zijn jonge onthouders vereend in den Bond; Wij zingen een tintelend lied. En zoeken een makker frisch en gezond; Van 't stralende leven geniet; Samen willen wij bouwen een muur om het kwaad; Dat zeeen van leed heeft gebracht; En dat ons bezielt met den heiligen haat; Die zich uitstort in stroomen van kracht.

Hoe fabelachtig het leven van deze abstinente, studerende jongeren ook geweest moge zijn, toch spreekt het evenals als de punkbeweging niet tot de verbeelding. Zoveel geluk valt bijna niet te geloven. Beter gaat het al met sportievere jeugdbewegingen die het geluk afhankelijk stellen van de mate waarin men, bijvoorbeeld, bereid is te dansen in de bossen. Hiertoe behoren organisaties als de Jeugdstorm die een nare smaak in de mond brengen en waar we dus niets over zullen schrijven, behalve dan het vermaak onder meer bestond uit zo ver mogelijk springen op het Scheveningse strand of de armen tijdens gymnastiek zo hoog mogelijk heffen. Weest dapper, wordt stormer, luidde de slogan.

Een beweging voor uitslovers. Innemender zijn de Leidse meisjes van zo'n vijftig jaar geleden, die als zij lid waren van het Volkshuis elk jaar een Lentefeest mochten vieren; zij maakten cirkels in het gras, staken bloemen in het haar en zongen daarbij het Pijpkruidlied.

Pijpkruid, pijpkruid Vlieg dan toch de bodem uit Wip de bruine aardhobbels Toon ons weer uw groene knobbels. Kom, het windje waait er zacht en we hebben lang gewacht. Pijpkruid, pijpkruid schiet dan toch uw stengels uit Ga uw frisse blaadjes spreien die zo wonderwel gedijen. Hef uw bloempjes wit en fijn 't konden parapluutjes zijn.

Pijpkruid, pijpkruid riep voor 't Lentefeest ons uit Laat zich door de kinderhanden dragen uit de groene landen Schoonste sier van 't schoonste festijn Leer ons fris en vriendelijk zijn.

Een mooie gedachte. Toch ligt, zou ik zeggen, ook hier het geluk nog iets te gemakkelijk voor het grijpen. Pijpkruid plukken kan iedereen.

Interessanter zijn jeugdbewegingen waarin ingewikkelde proeven moeten worden gedaan voor men het paradijs zijn beslag op aarde krijgt. Hoe streng was bijvoorbeeld niet de Graalbeweging, opgericht in de jaren dertig van deze eeuw en bedoeld voor katholieke meisjes. Het motto van de beweging was 'kleurig, kwiek en katholiek' en een van de aanmoedigingen luidde: Heer, laat uit mij groeien waar Gij mij voor gemaakt hebt. Mooier kan niet. Om de leden van de Graalbeweging te vormen tot goed-katholieke, zelfbewuste vrouwen werden de zogeheten Vuurproeven uitgevonden. Voor dertien-jarigen was er de Vuurproef 'Handig meisje': een week lang bed afhalen, schoenen poetsen, tafel afruimen, ten minste drie keer in die week stof afnemen, aardappels schillen en lepels poetsen. Na deze week werden de taken herhaald in het Graalhuis, in aanwezigheid van de moeders die het resultaat nogmaals beoordeelden. Voor oudere meisjes waren er de Vuurproeven 'Helpende Hand', 'Blinkend en blij' en 'Keurig en kwiek'. Als beloning krijgen de meisjes de Vuurproefkaart.

BOODSCHAP

Maar het aantrekkelijkst zijn toch wel de jeugdbewegingen die het menselijke geluk in het vooruitzicht stelden voor al diegenen die ook in geestelijk opzicht slaagden. Niets is immers mooier dan een moreel hoogstaand mens, en ziedaar de attractie van scouting, de padvindersbeweging die werd opgericht door de Engelse generaal Lord Baden Powell en omstreeks 1910 in Nederland werd geintroduceerd. Lees de volgende boodschap, gedrukt op een bruine kaart in een vitrine die u kort na binnenkomst van de tentoonstelling meteen rechts aantreft:

''Een padvinder is opgewekt en goedlachs. Bekijkt de dingen van de lichtste kant. Zelfs al zien de zaken er zeer slecht voor je uit, zeg dan: 'Wel, nu kan het niet slechter, het zal dus spoedig verbeteren.'

Wanneer je voelt, dat je over het een of ander driftig zult worden, is het goed te denken: 'Wat zal het uitmaken in mijn leven over tien jaar.' Oefen steeds je goede humeur te bewaren. De moeilijkheden worden geringer en je veerkracht steeds groter. Alleen een goedgehumeurd mens kan een zegen zijn voor zijn omgeving, en voor allen, waarmede hij in aanraking komt. En dat, padvinders, willen wij toch allen trachten te zijn.''

Het is niet de lichtste opgave die men stervelingen kan stellen; te meer daar er ook nog de Padvindersbelofte is die, voor wie zo moedig is geweest die voor een gehesen vlag en met een hand tegen de slaap en ten overstaan van alle andere padvinders af te leggen, er ook nog aan herinnert zijn plicht tegenover God en het land niet te verzaken, iedereen te helpen waar men kan en de Padvinderswet te gehoorzamen. En deze Padvinderswet is ook niet misselijk. De padvinder is een vriend voor allen en een broeder voor alle andere padvinders. De padvinder is ridderlijk. Hij is spaarzaam. Hij weet orders te gehoorzamen zonder tegenspreken. Hij glimlacht en fluit onder alle moeilijkheden. Hij is rein in gedachten, woord en daad. Men moet op zijn eer kunnen vertrouwen. En ook is de padvinder een dierenvriend.

Het is, zoals gezegd, een groot raadsel waarom jonge mensen denken dat ze later gelukkiger worden dan oudere mensen. Maar het is de moeite van het proberen waard.