Minister negeert opdracht Tweede Kamer; Bukman acht veilplicht voor zeevis niet haalbaar

DEN HAAG, 6 april - Minister Bukman (landbouw, visserij en natuurbeheer) acht invoering van een nationale veilplicht voor zeevis niet haalbaar. Een dergelijke maatregel betekent volgens hem een veel te grote belasting voor de Algemene Inspectiedienst (AID), het controleorgaan van het ministerie.

Inspecteurs zijn nodig omdat overtredende vissers zullen niet uit zichzelf de gevangen vis bij de veiling aanbieden, veronderstelt Bukman.

Dit staat in een notitie aan de Tweede Kamer, die hier binnenkort over zal vergaderen. Bukman kreeg eind vorig jaar van de Kamer opdracht een veilplicht voor te bereiden.

De ondertekenaars van de motie, Van Zijl (PvdA) en Eversdijk (CDA) zeggen zelf ook hun aarzelingen te hebben bij de invoering van een veilplicht, maar zij leggen zich niet direct neer bij Bukmans weigering. Beiden zijn meer voorstander van een zogeheten zeedagenplicht, een 'quotum' van dagen dat vissers op zee mogen vissen. Die plicht zou in Europees verband moeten worden ingevoerd en kan het huidige visquotum vervangen. “Die regeling moet Europees gedragen worden en ik heb hoop dat Bukman daar druk achter kan zetten als Nederland het Europees voorzitterschap bekleedt, met name binnen de Visserijraad.” Hij is overigens niet overtuigd van de noodzaak om een groot aantal extra inspecteurs in te zetten.

In de notitie staat dat een veilplicht 50 tot 75 extra controleurs bij de AID vergt en bovendien een forse aanslag doet op de controle-capaciteit van deze dienst ten opzichte van andere controlegebieden, zoals mest en bestrijdingsmiddelen. Verder wijst Bukman erop dat de veilplicht door de EG-regels niet kan gelden voor vis die in een andere lidstaat is aangeland.

In drie varianten schetst Bukman de effecten van een veilplicht: de eerste kost voorlopig 50 man extra, de tweede 55 en de derde 75 man.

“Een veilplicht werkt alleen dan als er geen vis aan de aanlandingscontrole ontsnapt”, aldus de minister. En: “Als er een waterdichte aanlandingscontrole is, is een veilplicht overbodig geworden”. Hij zal de maatregelen voor verbetering van de viscontrole bespreken met de Kamercommissie voor de visserij. Daarom was daarom gevraagd door Van Zijl en Eversdijk.

Eind november vorig jaar liet Bukman al weten niets te voelen voor een veilplicht. “Het verplicht laten verkopen van vangsten via visafslagen is in strijd met het vrije ondernemersschap”, aldus de minister. Daar komt bij dat er binnen de branche weinig animo bestaat om de gevangen zeevis naar de elf afslagen te brengen. Wel beloofde hij in Brussel te zullen navragen wat precies “de ratio van een nationale veilplicht” is. De Kamer deed kort daarna op initiatief van Eversdijk de uitspraak, dat hardere maatregelen tegen vissers die de vangstbeperking ontduiken noodzakelijk zijn. In de toen aangenomen motie werd de bewindsman opgedragen om samen met het bedrijfsleven een veilplicht voor te bereiden. CDA-kamerlid Eversdijk meent nu ook dat een 'zeedagenplicht' beter uitkomst kan brengen. “Maar daarnaast ben ik van mening dat daarnaast wellicht een veilplicht nodig is. Maar ook die zou dan voor de hele EG van kracht moeten zijn.”