Kok wil volgend jaar voor ruim 3 miljard bezuinigen

DEN HAAG, 6 april - Om het financieringstekort volgend jaar terug te brengen naar 4,25 procent van het nationaal inkomen, moet het kabinet ruim drie miljard gulden bezuinigen op de overheidsuitgaven. Dit schrijft minister Kok (financien) in de zogenoemde Kaderbrief aan zijn collega's in het kabinet.

De Kaderbrief is de eerste vingeroefening voor de Miljoenennota 1992, die op Prinsjesdag wordt gepubliceerd. Volgende week wordt de, nog vertrouwelijke, Kaderbrief in de ministerraad besproken.

Minister Kok wil het gat in de begroting van volgend jaar dichten door de overheidsuitgaven te verminderen. De compensatie die de departementen ontvangen voor de inflatie - volgend jaar 3 procent - wordt niet gegeven. In totaal moeten de departementen voor een bedrag van ruim 2 miljard gulden bezuinigen.

Het kabinet wil de hoogte van de boetes verdubbelen. Dit moet ongeveer 200 miljoen gulden aan extra inkomsten opleveren. Een aantal maatregelen die het kabinet in de Tussenbalans heeft voorgesteld, wordt versneld uitgevoerd. Subsidies worden bijvoorbeeld eerder afgeschaft. In de Tussenbalans wordt hiervoor een bedrag ingeboekt van 3,1 miljard gulden. Het versnelde uitvoeren van Tussenbalans-maatregelen moet 700 miljoen gulden opleveren.

Minister Kok zou de financiele problemen van 1992 ook kunnen oplossen door de belastingen en-of sociale premies te verhogen. Maar uit berekeningen die het Centraal Planbureau deze week heeft gepubliceerd, blijkt dat dit nadelige gevolgen heeft voor onder meer de koopkracht en de werkgelegenheid.

In 1992 daalt de koopkracht van de modale werknemer, de modale ambtenaar en de minima met 0,25 procent. De werkgelegenheid stijgt met slechts 40.000 personen, tegen 70.000 personen dit jaar en 160.000 personen in 1990. Dit komt omdat de reele arbeidskosten (de loonkosten per werknemer gecorrigeerd voor inflatie) sinds vorig jaar weer stijgen. In de woorden van CPB-directeur Zalm: “de loon-prijs-spiraal is weer terug.”

Volgens het Planbureau moet het kabinet volgend jaar voor een bedrag van ruim 5 miljard gulden ombuigen. Het verschil tussen CPB en het ministerie van financien, groot 2 miljard gulden, wordt onder meer verklaard door een verschillende dollarkoers. Het Planbureau rekent met een koers van 1,65 gulden voor dit jaar en 1,75 in 1992. Financien hanteert een koers die een dubbeltje hoger ligt. Een hogere dollarkoers betekent dat de aardgasbaten toenemen.

Pag. 3:

Verschillen kabinet en CPB over ombuigingen

Het verschil in de bezuinigingsbedragen van het kabinet en het CPB zit daarnaast in de uitgaven voor ziektewet en arbeidsongeschiktheid. Het kabinet streeft ernaar om het aantal arbeidsongeschikten tot 1994 met 65.000 te verminderen. Het ziekteverzuim moet met 1,5 a 2 procent worden verminderd. Dit levert totaal een besparing op 3,75 miljard gulden. Het Planbureau heeft in de berekeningen slechts een besparing verwerkt van 0,6 miljard gulden “omdat het kabinet nog niet besloten heeft welke of, en zo ja welke, maatregelen worden getroffen”

(Economisch Beeld 1992). In de berekening van Financien wordt het volledige bedrag verdisconteerd.

Volgens de CPB-prognoses zal het financieringstekort van het rijk, ondanks de maatregelen van de Tussenbalans die het kabinet medio februari presenteerde, stijgen van 4,9 procent dit jaar tot 5,3 procent van het nationaal inkomen volgend jaar. Volgens het regeerakkoord moet het tekort 4,25 procent bedragen; een verschil van ruim 5 miljard gulden.

Voor 1994 voorspelt het Planbureau een tekort van 3,8 procent. Om de doelwaarde van 3,35 procent te realiseren moet er volgens het CPB voor een bedrag van 2,5 a 3 miljard gulden worden omgebogen. Zowel in de Tussenbalans als in de Kaderbrief schrijft minister Kok dat er na 1992 nog voor een bedrag van drie miljard gulden moet worden bezuinigd.

Het CPB heeft berekend dat de som van belasting- en premiedruk als percentage van het nationaal inkomen, de collectieve lastendruk, oploopt van 53,2 procent dit jaar tot 53,8 procent volgend jaar. Voor 1994 verwacht het Planbureau een lastendruk van 53,5 procent. Een fractie onder de doelstelling van het regeerakkoord. Tenminste als men uitgaat van het tekort zoals dat gold bij de opstelling van het regeerakkoord in 1989. Gaat men uit van het gerealiseerde niveau in dat jaar, dan mag de lastendruk niet meer dan 52,4 procent bedragen.

De PvdA-fractie in de Tweede Kamer houdt vast aan de eerste interpretatie, de CDA-fractie gaat uit van het gerealiseerde niveau.

De prognoses van het Planbureau duiden erop dat een verhoging van de belastingen en-of sociale, waardoor de collectieve lastendruk zou stijgen, niet meer mogelijk zijn. Tijdens het debat over de Tussenbalans in de Tweede Kamer, hield de PvdA-fratie hiervoor een pleidooi. In de Kaderbrief laat minister Kok daar geen twijfel over bestaan: bezuinigingen op de uitgaven moeten de overheidsfinancien weer in het gareel krijgen.