Koerden - volk zonder vrienden - lijkt eigen diaspora te wachten

ATHENE, 5 april - Dat de Koerden “geen vrienden hebben” wordt hun van jongsaf, en van vader op zoon, voorgehouden. Des te opmerkelijker en tragischer is het dat zij toch steeds weer heil verwachten van mensen en machten die zij als verre weldoeners zien.

Bij de kortstondige Koerdische 'Republiek van Mahabad' die in 1946 in Iran werd gesticht, gold de Sovjet-Unie als beschermer. Deze stak echter geen vinger uit toen de sjah nog datzelfde jaar de beweging en de republiek in bloed smoorde.

In 1974 was het Kissinger die de Iraakse Koerden leek te steunen bij hun opstand tegen het, ook toen al drukkende, bewind in Bagdad. Toen Amerika's bondgenoot, de sjah, een jaar later van dat regime een territoriale concessie verkreeg, liet hij hen vallen als een baksteen.

Circa 240.000 Koerden - dat lijkt nu weinig - waren inmiddels gevlucht naar Iran, dat ook zijn steun introk. Koerdenleider Moustafa Barzani zelf, die naar Iran was gevlucht, stierf enkele jaren later in de Verenigde Staten.

Hoewel Khomeiny weinig weg had van een Koerdenvriend - trouwens van wie wel de vriend? - beschouwden talloze Iraakse Koerden hem tijdens de Golfoorlog van 1980-88 als de man die mogelijkerwijs de verlossing kon brengen van het onvoorstelbaar drukkende regime van Saddam Hussein. Zij vergaten daarbij op welke wrede manier de Iraanse Koerden door het regime van Khomeiny 'tot rede' waren gebracht.

De wapenstilstand tussen Irak en Iran bleek andermaal funest voor de Iraakse Koerden: zij werden gebombardeerd met gifgas en ditmaal richtte de vluchtelingenstroom zich vooral op Turkije. Tijdens onderhandelingen over autonomie voor de Iraanse Koerden werd kort daarop de Iraanse Koerdenleider dr. Ghassemlou in zijn woning in Wenen vermoord.

Nog twee weken geleden noemden de Iraakse Koerden in hun kortstondige vrijheids-euforie overwinnaar Bush 'haj' (pelgrim), een erenaam die slechts zelden aan niet-moslims wordt gegeven. Zij leken al weer vergeten dat de Amerikaanse president in het eerdere zowel als latere stadium van de Golfcrisis elk contact met hun politieke leiders uit de weg was gegaan.

Nu ook deze Amerikaan hen als een - inmiddels nog veel zwaardere - baksteen heeft laten vallen, blijkt alleen nog president Mitterrand, en vooral diens vrouw Danielle, in aanmerking te komen om door Koerden als verre buitenlanders te worden vereerd.

In Die Zeit van deze week komt een Koerd, Namo Aziz, aan het woord die in zijn leven al zowat alles heeft meegemaakt, inclusief het verblijf als politiek vluchteling in een Nederlandse gevangenis. Zijn stuk is vermoedelijk vlak voor de grote catastrofe geschreven, maar zijn verzuchting klinkt reeds profetisch: “Sinds enkele maanden is het 'Koerdenprobleem' op ieders lippen. Turkije wil de sympathie van de Iraakse Koerden winnen, de Iraakse shi'ieten, die voorstanders zijn van de oude politiek van Khomeiny, kondigen democratische hervormingen aan voor de periode na de val van Saddam Hussein en beloven de Koerden autonomie. Syrie mengt zich ook in dit sympathiegedruis. De steun van deze landen heeft me erg aan het wrikken gemaakt. Ik ben bang. Er knaagt iets aan mij. Elke keer dat men ons vanuit deze vier landen 'helpt' is de catastrofe nabij, en nu komen ze met z'n drieen tegelijk.”

Een ding lijkt zeker, de Koerden zullen zich na dit alles in de toekomst niet meer door anderen, dichtbij of ver weg, laten gebruiken.

Maar daarmee samen hangt natuurlijk ook het droevige feit dat zij als compacte macht steeds meer aan 'bruikbaarheid' verliezen.

Vluchtende Koerden hoopten tot nu toe altijd nog op terugkeer. Ooggetuigen melden dat Koerden die nu Irak verlaten zeggen, nooit te zullen weerkeren. De leegloop van oeroud Koerdisch grondgebied voltrekt zich ook binnen Turkije, waar talloze dorpen vrijwillig of gedwongen worden verlaten en de steden in het westen zich met Koerden vullen. Istanbul is nu al verreweg de Koerdenrijkste stad ter wereld.

De honderdduizenden Koerden die nu Iran en Turkije binnentrekken, zullen daar waarschijnlijk niet blijven - zij zullen verder willen en dat willen Teheran en Ankara ook. Terecht spreekt men van een bijbelse uittocht. Komt er voor de Koerden een diaspora, zoals joden en ook zigeuners die kennen? En wat zal dat voor uitwerking hebben op hun onderlinge betrekkingen - die door de eeuwen heen veel te wensen overlieten? Ontstaat er nieuwe solidariteit? En komt er, op veel langere termijn, misschien toch ooit nog eens een Koerdisch Israel?

De massamoorden moesten zo gruwelijk mogelijk zijn. Velen kregen, naar het voorbeeld van Zuid-Afrika, een autoband om zich heen, werden met benzine overgoten en vervolgens levend verbrand. In een aantal gevallen kregen mannen het bevel om voor hun families de stad uit te wandelen, waar zij op de grote weg voor de ogen van hun nabestaanden door tankgeschut werden vernietigd. Anderen werden, aan stukken gesneden en zelfs in de moskeeen opgehangen.