Het laagste punt van Nederland

Gevraagd naar het laagste punt van Nederland, geeft Rijkswaterstaat te kennen: Berninistraat in Rotterdam, 'daar waar een trafo staat'. Zeven punt nul meter onder N.A.P. Wil je nog lager, dan moet je gaan graven, of het water in.

Per trein naar Rotterdam-Alexander. Vervolgens twee haltes met de metro. Verder is het te belopen.

Er staat werkelijk een trafohuisje en daar is nog wat bijzonders mee: het laatste trafohuisje van Nederland zonder graffiti. Witte bakstenen, blauwe stalen deur, een bescheiden waarschuwing dat daarbinnen iets levensgevaarlijks gaande is.

De plek wordt gedomineerd door vier in de vorm van een neergelegd molenkruis geplaatste galerijflats van elf verdiepingen. Dat is handig bekeken, want zo krijg je het gevoel inderdaad op de bodem van een put te staan.

Ik verdiep me in de groene blos aan de bomen en het gehiphop van een paar eksters. Intussen beweegt zich een constante stroom bejaarde mannen met lege boodschappentassen in een richting van waaruit andere bejaarde mannen met nauwelijks minder lege boodschappentassen terugkeren. Allemaal aangesnoerde regenjassen.

Deze plaats, zo valt te vernemen, wordt al sinds '65 bewoond. Maar voor een praatje hebben ze geen tijd. Of de vrouw is ziek. Of ze zien gewoon het nut niet.

Dan neem ik de lift naar de elfde verdieping en begint het aanbellen. Op zijn best vertoont zich iemand achter de vitrage van het slaapkamerraam.

''Kunt u bewijzen dat u van de krant bent?'' ''U ziet toch dat ik een boekje in mijn hand heb?''

Uiteindelijk buig ik me over de reling. Ergens schuin beneden wordt een kleedje buiten gehangen. Als ik daar arriveer, staat de deur op een kier. Binnen zit een vrouw op haar knieen. Nee, ze woont hier niet zelf, haar moeder woont hier. Moeder verschijnt met voorzichtige oogjes aan het eind van de gang.

''En wat wil u dan?'' ''Ik wou vragen of er ooit wat gebeurt in deze straat.''

''Er is geloof ik weleens een container in brand gestoken. Verder is het hier hartstikke rustig.''

''Waarom durft dan niemand de deur open te doen?'' ''Nou, er ken toch altijd wat gebeuren niet?''

''Ja'', zeg ik, ''als het mijn moeder was, zou ik ook niet willen dat ze de deur open deed.''

De dochter is op de galerij komen staan. Ze is misschien veertig en draagt een joggingpak. Nogal blond, nogal een bril. Moeder, klein als ze is, posteert zich op de drempel. Met een hand, waarin zich ook een tube tandpasta bevindt, houdt ze onder haar kin haar badjas dicht. 't Is winderig.

''Wat opvalt'', zeg ik, ''dat dit gebouw zo schoon is.'' ''Geen kinderen en geen buitenlanders'', reageert de dochter prompt.

Moeder: ''Jawel, we hebben wel een buitenlander.'' Dochter: ''Een buitenlander en dat is er zoeen waar je totaal geen last van hebt. Prachtig wonen voor die oudjes toch?''

In Crooswijk was het trouwens ook prachtig wonen, en veel goedkoper natuurlijk. Maar ja, die buitenlanders. Dus zijn ze zeven jaar geleden hier naar toe gegaan.

Moeder: ''Mijn man vond het heerlijk. We keken uit op boerderijen en weilanden met koeien. Daar genoot hij van. Maar hij nam wel elke dag z'n fiets om naar de stad te gaan.''

Dochter: ''Vandaag is hij twee jaar dood. Precies vandaag toevallig.'' Moeder: ''Maar ik heb wel moeten wennen. Je mist de gezelligheid. Even een pakje boter halen en een uur blijven kletsen.''

Dochter: ''Ach moeder, dat was toch al niet meer!'' Moeder: ''Je ziet hier geen kip. En op zondag zie je hier helemaal geen kip.''

Dochter: ''Op zondag komt m'n oudste zuster en dan gaan we met z'n drieen naar het kerkhof. Dan lopen we door die laan en dan zeg ik: we komen eraan, ouwe. Dan gaan we daar op een bankje zitten; zakje chips, flesje limonade. Een wereldvent was me vader, ik mis 'm elke dag.

Vandaag precies twee jaar geleden... in het Kralingse Bos, hij lag dood naast zijn fiets.''

''Een mooie dood zeggen ze dan'', breng ik in het midden. Moeder: ''Ja, als het je overkomt misschien.''

Dochter: ''Maar niet als je achterblijft. Ik heb liever dat iemand ziek is, dat je afscheid kan nemen. Toevallig was ik die dag ook aan het schoonmaken, toevallig wel. Dus ik zie steeds zijn benen, want ik stond gebukt. Tot vanavond ouwe!''

Nu gaan we naar binnen, want uit de kamer kun je het kerkhof zien liggen, een onbeholpen vierkantje groen in een opgespoten zandvlakte.

Ja, alles is overhoop gehaald. Daar gaan ze nog meer huizen neerzetten en hier schijnt een park te komen.

Dochter: ''Straks gaan we ook. Eerst even de gang doen en een mooie bos bloemen halen... ik zit er bijna elke dag. Dan voel ik me lekker rustig worden.''

Moeder: ''Zij is zo'n zenuwepees.'' Dochter: ''Ik vertel 'm alles en hij hoort me. Ik ben helemaal niet gelovig, ik geloof nergens in, maar dat weet ik. Daar heb je zijn foto. Een echte ouwe Kralingenaar. Wij zijn Excelsiormensen. Mijn ex-man heeft jaren bij Excelsior gespeeld. Mijn vader was jeugdleider en scheidsrechtersrapporteur. Iedereen kende 'm.''

In de oorlog was hij een stuk van zijn linkerarm kwijtgeraakt. Toen waren ze nog niet getrouwd. Toen hij terugkwam, zei hij: wil je me nou nog? Want het zou dus nooit geen vetpot zijn. Nooit geen geld, nooit geen auto, maar een hartstikke fijn gezin om in op te groeien.

Dochter: ''En dat van die arm, dat liet-ie nooit merken. Hij draaide zijn eigen sjekkie en hij knoopte zelf zijn schoenveters. Op de begrafenis waren mensen die zeiden: we hebben nooit geweten dat je vader maar een arm had.''

Laatst droomde ze dat de jongens van het kerkhof zijn kist openmaakten. ''Nee, dat was niet eng. Hij zag er slecht uit, mager, maar hij zei dat het goed met 'm ging. Toen heb ik mijn moeder wakker gemaakt, ik slaap vaak bij m'n moeder, dan zeg ik: schuif eens een eindje op en dan ga ik bij d'r liggen; ik maakte me moeder wakker en ik zei: het gaat goed met 'm hoor, hij heeft het best naar z'n zin.''

Eigenlijk zou je een familiegraf moeten kopen, maar dat kost nogal wat. Het zal er dus wel op uitdraaien dat ook zij, de dochter, met vreemden in het graf belandt.

''Ik heb met die jongens geregeld dat ze me, als 't effe kan, in de bovenste kist leggen. Want het is toch geen leuk idee om er twee boven je te hebben. Ik weet natuurlijk niet of ze het doen, maar ze hebben het beloofd.''

Dan foto's van het graf van vader. Mooi tuintje. Een voetbal op zijn steen. En van het graf van opoe en opa, binnen een week overleden in augustus '84. En van tante Truus, ook hartstilstand.

Als ik na een uur of twee weer buiten kom en naar beneden ga, staat daar een Hindoestaanse man op slippers een Toyota te wassen. Ergens boven hangt nog steeds een kleedje over de reling. Zeven meter water staat hier als ons systeem bezwijkt.

    • Koos van Zomeren
    • Freddy Rikken