EUROPESE CULTUUR

Twijfel aan Europa. Zijn de intellectuelen de vijanden van de Europese cultuur? door Ton Lemaire 103 blz., Ambo 1990, f 19,50 ISBN 90 263 1087 0

'Welke cultuur moeten intellectuelen verdedigen?'' In Twijfel aan Europa tracht Ton Lemaire op deze vraag een antwoord te vinden. Geen definitief antwoord, maar wel zijn laatste antwoord vanaf het academisch katheder. Want Lemaire heeft onlangs afscheid genomen van zijn bestaan als antropoloog en cultuurfilosoof aan de Universiteit van Nijmegen. Hij is naar Frankrijk vertrokken om zich te wijden aan ecologische landbouw. Hier hoopt hij ook nieuwe inspiratie en rust te vinden voor reflectie 'over de waarde van culturen'. In deze uitgewerkte versie van zijn afscheidscollege bekritiseert Lemaire de vermeende superioriteit van het Europese, rationele, denken.

De culturele antropologie heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de twijfel over de intrinsieke waarde van de Westerse cultuur en de westerse rationaliteit. Die twijfel weer-spiegelt, aldus Lemaire, tegelijkertijd het verval van Europa als wereldmacht. Maar, zo vervolgt hij, ook de resultaten van het westerse denken hebben de scepsis gevoed en van binnen uit de superioriteit ondermijnd. De droom van de rede heeft monsters gebaard: de technocratie en de consumptiemaatschappij. Dit zijn, zo meent Lemaire, geen uitingsvormen van een hoogstaande cultuur, maar een 'moderne barbarij', die ten slotte ook binnen het bolwerk van twijfel en kritiek, de universiteit, is doorgedrongen. 'De academische barbaarsheid' bestaat volgens hem uit de ''overlevingsstrijd ten gevolge van de bezuinigingen en de alles doordringende bureaucratie. De universiteit is zodoende noch de noodzakelijke noch de voldoende voorwaarde voor de vorming van kritische intellectuelen.''

De twijfel aan de rationaliteit is voor Lemaire het punt van Archimedes waaraan hij zijn wereldbeeld ophangt. Immers: door de afwijzing van technocratie, hedonisme en banale consumptie opent zij nieuwe wegen naar spiritualiteit en holisme. Hier ligt ook de taak van intellectuelen, aldus Lemaire: ''voorgaan in de poging om Verlichting en Vooruitgang te begrenzen om te voorkomen dat de mens zichzelf en de planeet Aarde zal vernietigen.'' Lemaires vertrek uit de academische wereld wordt in dit boekje met zijn bezielde kritiek op de westerse superioriteit goed beargumenteerd. Over het effect van zijn kritiek is Lemaire niet optimistisch: ''Zij die misschien de weg kunnen wijzen in het labyrint van de moderne tijd, zijn roependen in de woestijn.' Wat hem rest is de machteloze utopie van een ecologisch-boerenbestaan.