De artisticiteit van een varkenskluifje

Maandag jubileert de honderdjarige Nederlandse Ambachtelijke Slagersorganisatie (NAS). De organisatie reikt dan ook de prijzen uit voor een wedstrijd die ze uitschreef onder kunstacademiestudenten met het thema: kunst en het slagersvak.

DEN HAAG, 6 april - Bloederige varkens, hangend aan een haak en kaalgeplukte kippen, gereed voor het spit van de plaatselijke marktkraam zouden de boventoon voeren. Maar het resultaat van een wedstrijd die de Nederlandse Ambachtelijke Slagersorganisatie (NAS) onlangs onder studenten van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag uitschreef, is verrassend anders.

De wedstrijd zette tachtig studenten aan het werk. Die gingen vooral aan de slag in de categorie 'grappig'. Zo maakte een kunstenaar in spe drie botjes, die gelegen op een pluche groen kleedje, elk een ander dier voorstellen. Het schapebotje is omkleed met een stuk vloerbedekking, het bot van de koe is zwart-wit gevlekt en uit het varkenskluifje steekt een parmantig gekruld, roze elektriciteitsdraadje.

De afwezigheid van bloederige karkassen en besmeurde slachters is opvallend. Slechts een foto van een afgehakte schapekop die op een verlaten landweg rondslingert en een schilderij van een stel ribben benadrukken de minder plezierige kanten van het vak.

Stelde de NAS dan ethische normen? “Nauwelijks”, verklaart Karen Rademakers, organisatrice van de NAS-wedstrijd. “Er mocht best kritiek op het slagersvak zijn, maar dan wel subtiel weergegeven.”

Uiteindelijk kochten NAS en sponsors, na een kwalitatieve selectie door de Kunstacademie, achtenveertig produkties aan. Deze zullen meedingen naar de eerste prijs (25.000 gulden), de tweede prijs (15.000) en de derde prijs (10.000), die maandag tijdens een jubileumcongres uitgereikt worden. De jury bestaat onder meer uit kunstrecensent Wim de Jong en schilder Richard Smeets.

Voorwaarde is dat de winnende studenten het prijzengeld aan hun opleiding besteden. Rademakers: “We denken daarbij aan een studie in het buitenland, een extra cursus aan een Nederlandse academie of aanschaf van materialen.”

Drie studenten, die kans maken op een van de prijzen, loopt het water bij de gedachte al in de mond. “Ik zou een eigen atelier inrichten”, droomt Alfred Degens. Materialen blijken ook bij de andere twee in trek te zijn. “Een videocamera, fototoestel, episcoop, de dingen die je normaal niet kunt kopen van je basisbeurs. En als er geld overblijft, dan maak ik een mooie reis naar Oost-Europa.”

De relatie tussen kunst en het slagersvak klinkt zowel de studenten als de NAS niet vreemd in de oren. “Een slager is heel creatief in zijn vak, denk maar aan die opgemaakte schotels”, aldus Rademakers.

Maar ook de huidige trend, waardoor veel bedrijven zich plots als 'kunstliefhebber' manifesteren, heeft een rol gespeeld.

Kunstsponsoring is nu eenmaal in. Voor de studenten was het geen probleem een link tussen de slagerij en kunst te maken. Degens gebruikte afbeeldingen van een vrouw die, gehurkt op een pianokrukje, haar goed gevormde derriere naar ons toekeert. Daarnaast laat een herkauwende koe in dezelfde houding zien dat ook zij in het bezit van een prachtig achterwerk is. Suzanne Rekers liet haar drieluik bij de slachtmeester voorzien van een stempel 'goedgekeurd voor consumptie'. Verder zien we de drie biggetjes, voorzien van servet en bestek en heeft de heilige maagd Maria voor de verandering een varkentje in haar armen.

De NAS heeft voor studenten - en niet voor gerenommeerde kunstenaars - gekozen omdat 'de toekomst bij de viering van ons jubileum centraal staat. Bovendien kunnen de studenten het geld en de publiciteit goed gebruiken'. Voor veel studenten is het de eerste keer dat ze hun werk verkopen.

De slagersorganisatie hoopt dat een galerie de verzamelde werken wil exposeren. Tot nu toe zijn de produkties alleen te bezichtigen op het jubileumcongres en de Internationale Slagersvaktentoonstelling, die in oktober plaatsvindt. Helaas zijn beide evenementen alleen voor genodigden uit de slagerswereld toegankelijk.

Aan ambitieuze plannen om de economie weer op de been te helpen ontbreekt het niet, tot een begin van uitvoering ervan is nog geen regering gekomen. Op dit punt is iedere dag dat er geen ramp geschiedt winst, omdat zonder overheidsingrijpen, als het ware onderhuids, alternatieve economische netwerken ontstaan en groeien. Daar zal men het uiteindelijk van moeten hebben. Al heeft de overheid op dit terrein een centrale rol, er zit toch iets ongerijmds in de planmatige opbouw van een vrije markteconomie.

    • Yaël Vinckx