CAO overleg in metaal opnieuw zonder resultaat

ROTTERDAM, 6 APRIL. De vakbonden in de metaalindustrie hebben gisteren in het CAO-overleg het loonbod van de werkgevers als volstrekt onder de maat afgewezen. Als ook een volgende onderhandelingsronde niets oplevert dan willen de werknemers hun gelijk halen door middel van stakingen.

“Als de werkgevers niets meer te bieden hebben, stevenen we onafwendbaar af op een keihard conflict. Dan komen er gegarandeerd acties, stakingen incluis”, aldus onderhandelaar M. Hagen gisteren na afloop van het overleg. Volgens Hagen gaapt er een kloof tussen de looneisen van de bonden en het bod van de werkgeversorganisatie FME.

In de metaalindustrie werken 200.000 mensen. De industriebonden van CNV en FNV willen in een eenjarige CAO loonsverhogingen van respectievelijk 3,5 procent tot 4,5 procent. De FME biedt een loonsverhoging van in totaal zes procent maar dan gespreid over twee jaar. Volgens de bonden is dat niet eens voldoende om de prijsstijgingen te compenseren. “We hollen dan twee jaar lang achter de inflatie aan”, aldus een woordvoerder van de Industrie- en Voedingsbond CNV.

Op 18 april is de vierde en voorlopig laatste onderhandelingsronde gepland en dan wordt het buigen of barsten, zeggen de vakbonden. Ze vrezen dat het dan een moeizame zitting wordt. Niet alleen over de lonen maar ook over praktisch alle andere belangrijke zaken liggen de opvattingen van bonden en werkgevers nog ver uit elkaar. “Er moet bijna een wonder geschieden als we er de volgende keer uitkomen”, aldus FNV-onderhandelaar Hagen. Er is nog een reserve ronde gepland voor 2 mei.

De werkgevers hebben niet uitdrukkelijk gezegd dat dit hun laatste loonbod is. De bonden putten daaruit enige hoop dat de FME tijdens de volgende onderhandelingsronde wat royaler uit de bus komt.

In tegenstelling tot de bonden blijven de werkgevers optimistisch over de kans dat er tijdens de volgende ronde een CAO-akkoord kan worden afgesloten. Een FME-woordvoerder gaf gisteren toe dat de werkgevers niet tot het uiterste waren gegaan. Afhankelijk van wat er op andere fronten - bij voorbeeld beteugeling van de vut-kosten - bereikt kan worden, kan er met de lonen nog geschoven worden.

“Wij moeten de totale loonkosten van het onderhandelingspakket goed in de gaten houden. Alle onderdelen hangen als een soort communicerende vaten met elkaar samen”, aldus de FME-woordvoerder.

Hij stelde bovendien dat bonden en werkgevers elkaar op een hele reeks onderdelen al hebben gevonden of in ieder geval zeer dicht zijn genaderd.

Maar volgens de bonden zijn de partijen het juist op zeer wezenlijke onderdelen nog steeds met elkaar oneens. Dat geldt voor belangrijke punten als de vut, twee extra vrije dagen en verdere herverdeling van arbeid. Volgens de bonden hebben de werkgevers tot nu toe weinig indrukwekkende voorstellen gedaan om het ziekteverzuim en de uitstroom van werknemers naar de WAO te beteugelen.