Abortus-debat niet voorbij na gratie Spaanse vrouwenarts; Belangrijkste obstakel abortus is sociale controle

MADRID, 6 april - De Spaanse regering heeft gisteren besloten gratie te verlenen aan een van haar bekendste gevangenen: de vrouwenarts German Saenz de Santamaria. De medicus zuchtte pas sinds maandag in het cachot, maar het kabinetsbesluit maakte een einde aan een weken durende vertoning die op een schrijnende manier aantoonde dat de Spaanse abortuswetgeving ver achterloopt bij de gegroeide praktijk.

Saenz de Santamaria is directeur van een drietal klinieken in Malaga, Cordoba en Granada die beschikken over een vergunning voor het verrichten van zwangerschapsonderbrekingen. Deze operaties zijn volgens een in 1985 door de sociaaldemocratische regering van premier Gonzalez geintroduceerde wet slechts in drie gevallen toegestaan: na verkrachting, wanneer de foetus ernstig misvormd is of bij ernstig gevaar voor de gezondheid van de zwangere vrouw. Saenz de Santamaria nam in 1984, dus voor de aanvaarding van deze wet, een ongeboren vrucht weg bij een meisje van veertien jaar. Het kind was sinds haar achtste jaar door een veel oudere neef bedreigd en tot seksuele spelletjes gedwongen, die uiteindelijk leidden tot een zwangerschap.

De neef werd al enige tijd geleden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar - echter niet wegens verkrachting maar op grond van een niet in de abortuswet genoemd misdrijf dat werd omschreven als 'misbruik van overwicht'. Daarmee was voor de officier van justitie te Malaga de weg vrij om de arts voor de rechter te slepen. Saenz de Santamaria werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.

Kort voor de paasdagen werd het vonnis in hoger beroep bevestigd. Gesteund door vrouwengroepen, vakbonden en progressieve juristen zocht en vond de medicus de publiciteit. Hij weigerde zich gevangen te laten nemen omdat hij “de paasvakantie met zijn familie wilde doorbrengen”, maar liet zich intussen op zijn onderduikadres door kranten fotograferen en ondervragen en gaf voor televisiestations verklaringen af. Pas maandagochtend liet hij zich arresteren op een vooraf bekendgemaakt tijdstip en begeleid door demonstraties en een horde journalisten. Hij liet weten geen gratieverzoek in te willen dienen. Een actiegroep uit Malaga voor het recht op vrije abortus, die onder leiding staat van de vrouw van de veroordeelde, had dat intussen wel al gedaan. Geconfronteerd met een lawine van negatieve publiciteit en hoofdartikelen waarin de jurisprudentie op abortusgebied werd vergeleken met de heksenvervolging, zette het ministerie van justitie zich in voor een razendsnelle afwikkeling van de gratie-procedure.

Een nieuw obstakel doemde echter op. Volgens de Spaanse wetgeving moeten de betrokken officieren van justitie een positief advies uitbrengen over een gratieverzoek voor de regering tot inwilliging kan overgaan. Het college van openbare aanklagers te Malaga weigerde dat echter. Het negatieve advies leidde tot nieuw publicitair misbaar en tot nog grotere gene bij de overheid in Madrid. De hoogste openbare aanklager greep daarop naar een paardemiddel, dat hem, mits gesteund door een meerderheid van het centrale college van officieren van justitie, ter beschikking staat: hij dwong het openbaar ministerie te Malaga tot het afgeven van een positief advies. Op grond daarvan kon de ministerraad vrijdag tot gratie besluiten en kwam Saenz de Santamaria vrij. De zaak is daarmee echter niet afgelopen.

De halsstarrigheid van de openbare aanklager in Malaga legde immers de vinger op een wonde plek. Met enige regelmaat worden in Spanje abortus-artsen voor de rechter gehaald door officieren van justitie met conservatieve opvattingen, in de hoop dat de behandelende rechter de wet net zo strikt wil uitleggen als zij geneigd zijn te doen. In verreweg de meeste gevallen gaat de rechter niet in op het verzoek een hoge vrijheidsstraf op te leggen en loopt de zaak met een sisser af.

Af en toe, zoals in het geval van Saenz de Santamaria, gaat het echter anders. Van progressieve zijde wordt daarom al jaren gepleit voor een verruiming van de abortuswetgeving. Ook de enige vrouwelijke vakminister in de regering-Gonzalez, Matilde Fernandez van sociale zaken, liet deze week weten dat zij voor een nieuwe abortuswet is. In haar ogen zou de wet een termijn moeten vaststellen waarbinnen de vrouw geheel vrij is zelf te beslissen over een voortzetting van de zwangerschap. Andere ministers hebben laten doorschemeren dat zij liever de huidige wet zouden handhaven onder toevoeging van een vierde ontheffingsgrond: de economische situatie van de ouder of de ouders.

Met een dergelijke wijziging zou de regering de wet aanpassen aan een toestand die feitelijk al bestaat. Het is immers in Spanje op dit moment niet moeilijk om een arts te vinden die een abortus wil uitvoeren. Het belangrijkste obstakel is nog altijd de sociale controle en daarom begeven dochters van gegoede families zich ook nu soms nog voor een korte vakantie naar Londen wanneer hun een ongelukje is gepasseerd. De publieke opinie was voor de sociaal-democraten ook de voornaamste reden om in 1983 een voorstel voor een abortuswet in te dienen dat alle kenmerken vertoonde van een compromis tussen conservatieve, vaak religieus gemotiveerde bezwaren enerzijds en de 'vrije keuze'-gedachte aan de andere kant.

Uit opiniepeilingen bleek tot voor kort dat een meerderheid van de Spanjaarden geen voorstander van het totaal vrijlaten van abortus is.

Vooral onder ouderen bestond er een sterke weerstand tegen dit idee. Tijdens de dictatuur van generaal Franco was zwangerschapsonderbreking geheel verboden, maar volgens een officiele schatting uit 1974 bedroeg het aantal illegale abortussen toen per jaar ruim driehonderdduizend.

De sociaal-democraten hebben getracht dat cijfer omlaag te brengen door het introduceren van sexuele voorlichting op scholen en door campagnes voor voorbehoedmiddelen. Zo hoopte men de noodzaak voor al te omstreden wetgeving te verkleinen. Het kabinetsbesluit van gisteren houdt niettemin de erkenning van die noodzaak in.

Uit de wel zeer grote afstandelijkheid van zijn woorden bleek dat president Bush vrede had met de in Irak geschapen situatie. Amerika mocht onder geen beding in een nieuw Vietnam verzeild raken, in een eindeloze binnenlandse oorlog in Irak, waarvan het de oorzaken nooit zou begrijpen en de gevolgen nooit zou kunnen overzien. Daarom nam president Bush het besluit om de oorlog voor gewonnen te verklaren en voor de daaruit resulterende problemen weg te lopen. Een extra voordeel van deze beslissing was, zo meenden hij en zijn directe adviseurs, dat Amerika's naaste bondgenoten in de regio - Turkije, Saoedi-Arabie en Egypte - het met deze beslisssing eens waren.