Zwitserse leerschool voor het milieu

In den beginne was er de padvindersbakfiets voor oud papier en de afvalemmer. Nu wordt op vele plaatsen in Nederland op de een of andere manier groente, fruit en tuinafval, klein chemisch afval, papier, glas en blik gescheiden ingezameld. Maar het vorig jaar afgesloten proefprojekt in de Zuricher wijken Altstetten en Witikon spant de kroon.

Niet minder dan twaalf soorten afval worden daar sinds 1989 afzonderlijk teruggebracht of teruggehaald. Het op deze wijze scheiden van de afvalstromen bleek zo goed te werken, dat het in de komende jaren in de gehele stad Zurich zal worden ingevoerd. Daarmee wordt Zurich, wellicht naast Philadelphia, de 'afvalpioniersstad' van de westelijke wereld. Alleszins reden om te bezien of wij ons voordeel kunnen doen met de ervaring, die men in deze grootste Zwitserse stad inmiddels heeft opgedaan.

Op een afstand van maximaal tien minuten lopen vindt een ieder een speciaal ingerichte verzamelplaats met aparte containers voor verschillende soorten flessen, breukglas, blik, aluminium, klein metaal, karton, papier, composteerbaar materiaal, afgewerkte motorolie en plantaardige olie.

Kleine hoeveelheden moet men zelf wegbrengen, de rest wordt opgehaald. De glascontainers zijn geluidsgeisoleerd, zodat men zijn glas ook na 10 uur 's avonds kwijt kan. Ingebouwde glijbaantjes zorgen ervoor, dat de opnieuw te gebruiken wijnflessen, te herkennen aan het ingegoten klaverblad, niet kapotvallen. Frietolie wordt uit de oude fles in een speciale container gegoten, de motorolie in de container ernaast. Een indrukwekkende doorzichtige zuil met representatief afval erin wijst de weg naar de verzamelplaats. Daar moeten er in de stad tweehonderddertig van komen. Pakkende publiciteit doet de rest: “Katten zouden het liefst hun lege blikken zelf terugbrengen” of, bij kringlooppapier “herkent u uw liefdesbrieven?”

Rest afval In Zwitserland blijkt men terug te komen van de gedachte, dat het gros van het afval rustig in de afvalzak of in de container thuis kan en dat het daarna in grote scheidingsinstallaties wel weer uit elkaar kan worden geplukt. Dat is technisch veel te lastig en, wil het enig effect hebben, veel te arbeidsintensief. De Zwitserse ondernemingen, die het hebben geprobeerd, zijn dan ook nagenoeg allemaal in moeilijkheden geraakt.

Nu blijft ook in Zurich een rest afval over, die in geen van de twaalf containers kan. Het is wel veel minder, maar het is er wel. In Nederland zou dat restafval op vele plaatsen in de zwarte huiscontainer gaan. In Zwitserland gaat het doorgaans in de plastic afvalzak. Dat mag in onze ogen wellicht hygienische problemen opleveren, het heeft het grote voordeel, dat het beginsel 'de vervuiler betaalt' kan worden toegepast. Voor vuilniszakken moet men in de winkel tot drie gulden per stuk betalen en daaruit wordt de verdere verwerking van het restafval bekostigd. Je merkt het dus flink in de portemonnaie als je te veel in zakken aan de straat zet en te weinig naar de gescheiden inzameling brengt.

Bij onze containers doet het er allemaal niet toe. De vervuiler betaalt niet naar rato van zijn belasting van het leefmilieu en hij wordt niet geprikkeld om zo weinig mogelijk in zijn container te gooien. Een groot deel van het huishoudelijk afval is groente-, fruit- en tuinafval (GFT). Dat kan gemakkelijk apart gehouden worden en worden opgehaald of weggebracht. De discussie in Zwitserland gaat vooral over de vraag of dat afval vervolgens decentraal of centraal tot compost moet worden verwerkt.

Op grond van het subsidiariteitsbeginsel verdient de decentrale oplossing de voorkeur. In de Zuricher stadswijk Witikon ligt sinds 1988 een composteringsinstallatie, die door de vierhonderd daar wonende gezinnen vrijwillig wordt verzorgd en waarvan ieder zijn deeltje compost terug krijgt.

Vanzelfsprekend heeft het voor een flatbewoner zonder tuin niet zoveel zin om zelf of met de hele wijk compost te gaan maken. Maar waarom zou in Nederland alles naar Wijster moeten als het wel thuis kan?

Herkenbaar Na GFT, papier en karton levert plastic de grootste afvalstroom. Het levert, naast chemisch afval, ook de grootste problemen. In de proefprojekten te Zurich heeft men geprobeerd op de verzamelplaatsen twee soorten plastic gescheiden in te zamelen, om het te kunnen herverwerken. Dat is mislukt, de mensen konden pvc niet voldoende onderscheiden van andere plastics. Plastic moet herkenbaar gemaakt worden. En het moet natuurlijk niet vastzitten aan ander materiaal, zoals karton, want dan weet niemand meer wat hij of zij er mee aan moet.

In dit streven heeft men in Zwitserland onverwachte hulp gekregen van Migros, Coop en andere grote kruideniers. Dagverse melk wordt voor zestig procent niet meer verkocht in de bekende rechthoekige karton-plastic-aluminium-pakken, maar in simpele plastic zakken van alleen polyethyleen. Zo'n Schlauchbeutel kan zonder morsen in een kan van een Zwitserse frank gebruikt worden en past prima in de ijskast.

Polyethyleen kan gemakkelijk gerecycled worden, in tegenstelling tot het 'karton-plus' van de melkpakken.

De fabrikanten van de oude verpakking zijn in paniek; het lijkt erop dat ze de bakens niet tijdig hebben verzet. Het signaal is duidelijk: ook bij plastics en kunststoffen moeten produktieproces en distributie zo ingericht worden, dat gescheiden inzameling en hergebruik van uitzondering tot regel wordt.

Ik heb het nog niet gehad over papier en karton. Daar is misschien ook niet zoveel reden toe, omdat de Zwitserse en de Nederlandse praktijk van gezamenlijke steun door bedrijfsleven en plaatselijke overheid niet veel van elkaar verschillen.

Maar het moet me wel van het hart, dat zelfs het Zwitserse ministerie van buitenlandse zaken in zijn officiele correspondentie kringlooppapier gebruikt, terwijl het Nederlandse Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) op het mooiste glanzende nieuwe papier werd gedrukt. Toch wel iets te leren van de Zwitsers?

Tenslotte maakte Desert Storm een einde aan de scheiding van grondtroepen en luchtstrijdkrachten. In de doctrine van de AirLand Battle waren die twee onderdelen al volledig geintegreerd, maar Desert Strom liet tevens zien dat hun functies niet scherp meer zijn te onderscheiden. Helikopters en aanvalsvliegtuigen deden wat vroeger alleen aan tanks was voorbehouden en omgekeerd kan bijvoorbeeld zelfrijdende artillerie nu evenveel schade aanrichten als een intensief luchtbombardement.