Zwarte vertellers in Amerika; Ook in Afrika rijden Mercedessen

Sommigen zwarte verhalenvertellers in Amerika begeleiden zich met tamtams, andere zweren bij stilte op de achtergrond, weer andere bedienen zich van het hiphopritme. Maar allemaal willen de zogeheten griots blijk geven van hun liefde voor Afrika. “Er zijn niet alleen oerwouden maar ook prachtige steden met wolkenkrabbers en straten.”

Ze is klein en fragiel en heeft een donkerbruin gezicht met een scherp profiel. Haar jurk is van oranje katoen met fijne tekeningen erin, de haren zijn in dunne strengen gevlochten en ze vertelt aan Amerikaanse zwarte schoolkinderen over een Afrikaan, Konkila, die van zijn oom, het stamopperhoofd, moet sterven omdat hij tijdens een oorlog gewond raakte en daarna moe was weggelopen uit de strijd. Konkila's zwangere vrouw doodt de oom door een gifslang over hem heen te gooien. Zij stort zich zelf in de Damp-en-Donder-waterval. En dan, in zijn laatste doodsstrijd, roept de oom dat Konkila het opperhoofd moet worden.

“Wat is dat lelijke drieletterwoord?” vraagt ze aan de kinderen van de Dicker Hill school in Baltimore. “War, juist. Het is war.”

Oorlogen kunnen worden gevoerd over eigen grondgebied, zegt ze. Dat moet verdedigd worden. Maar vaak gaan oorlogen alleen om macht. “Mijn grootmoeder zong altijd: 'I 'aint gonna study war no more',” zegt ze en dan begint ze zelf te zingen. De kinderen klappen in de maat.

De 71-jarige Mary Carter Smith vertelt niet alleen aan kinderen, ze is de griot van heel de stad Baltimore. De burgemeester heeft haar een officiele oorkonde verstrekt. Ze staat zelfs in het plaatselijke museum van wassen beelden. Deze voormalige bibliothecaresse probeert de zwarte traditie van verhalen vertellen voort te zetten. Griots waren oude, wijze mannen die onder de Westafrikaanse baobabboom vertelden. De traditie was ook in het tijdperk van slavernij voortgezet.

Tijdens festivals komen verhalenvertellers bij elkaar. Sommigen begeleiden zich met muziek of tamtams, andere zweren bij stilte op de achtergrond. Weer anderen verhalen in een hiphopritme. De meesten zijn al wat ouder.

De Amerikaanse zwarte vertellers bewonderen Afrika dat ze als een groot land zien, waarbij ze als echte Amerikanen weinig onderscheid maken tussen noord, zuid, oost en west. Veel zwarten, vooral de minderheid die zich Afro-Amerikaans noemt, denken de sleutel tot hun identeit in het verre continent te vinden. Ze dragen speldjes met een gestileerde afbeelding van het Afrikaanse continent. Toch valt in Afrika juist op hoe Amerikaans ze zijn en hoe drie eeuwen een grote afstand hebben geschapen tot hun voorvaderen.

KOEIESTAART

Ook Mary Carter Smith heeft vaak gereisd in Afrika. “We zijn daar vandaan ontvoerd als sardines in een blik. De sterken hebben het overleefd. In Afrika liggen onze wortels,” zegt ze tegen de kinderen.

“Er zijn niet alleen oerwouden maar ook prachtige grote steden met wolkenkrabbers en straten. En niet iedereen is er arm. Je ziet er ook Mercedessen rondrijden.” Ze zwaait met een geprepareerde koeiestaart die ze als staf gebruikt. “In Afrika is dat een symbool van groot gezag,” zegt ze. “Ze hebben daar nog respect voor ouderen.”

Mary Carter Smith is geen zwarte puritein en pretendeert niet de zuivere Afrikaanse cultuur te vertegenwoordigen. Ze vermengt Amerikaanse tradities met Afrikaanse. Haar kleren en attributen zijn een mengeling van de meest uiteenlopende Afrikaanse culturen, en ze vertelt gemoderniseerde westerse sprookjes als Assepoester. In haar versie gaat 'Cindy Ellen' naar het inauguratiebal van een nieuwe zwarte burgemeester van Baltimore en trouwt ze met zijn zoon. Ze vertelt zelfs een eigen variatie op een verhaal van Edgar Allen Poe over een kat. Dergelijke geschiedenissen brengt ze bij voorkeur in een voor een algemeen gehoor aangepast zwart dialect.

Verhalen waren belangrijke communicatiemiddelen voor zwarten die vroeger niet zoveel als blanken de beschikking hadden over schrijfmiddelen. Pas gearriveerde slaven die in Arabisch schrift konden schrijven, kregen daar geen gelegenheid toe van hun bazen.

Sporen van de verteltraditie zijn te vinden in de tragische blues, in de gospels. Het Oude Testament met zijn verhalen over de joodse diaspora naar Egypte biedt talloze parallellen met de ontvoering van de zwarte slaven naar de Verenigde Staten. 'So let my people go'

konden de slaven straffeloos zingen omdat het op Moses leek te slaan en niet op henzelf. In het televisietijdperk is de zangtraditie voortgezet in de ritmische parlandostijl van de meer laag-bij-de-grondse rap. Met hun fragmentarische, van onderwerp naar onderwerp schakelende teksten zijn ze de blues uit de moderne getto's.

De muziek heeft de vertelkunst overvleugeld. De verhalen waren wel belangrijk voor de zwarte cultuur maar ze werden door blanken kinderachtig gevonden, zodat ze zich niet buiten de zwarte gemeenschap verspreidden. Belangrijke uitzonderingen zijn de wereldberoemde verhalen van Broer Konijn. Deze werden rond de eeuwwisseling opgetekend door de blanke schrijver Joel Chandler Harris uit de deelstaat Georgia. De boeken zijn gevat in de raamvertelling van Uncle Remus, een zwarte slaaf die de belevenissen van Broer Konijn in zijn eigen dialect weergeeft aan 'een kleine blanke jongen': Uncle Remus: his songs and his tales (1880). Broer Konijn die sterkere dieren te slim af was, is een verpersoonlijking van de zwarte slaaf die fantaseert hoe hij zijn meester kan overwinnen.

RACISTISCH

In de jaren zestig verwierpen Amerikaanse zwarten de verhalen van Harris als racistisch. De sloffende oom Remus met zijn zwarte dialect zou voldoen aan een blank stereotype van zwarten. Bovendien had een blanke de eer opgeeist voor verhalen die door generaties zwarten waren doorverteld. Erger nog: het huis van Chandler Harris in Atlanta was tot 1960 uitsluitend voor blanke bezoekers toegankelijk.

Daar is inmiddels verandering in gekomen. Sinds kort zijn ook zwarte academici de verhalen over het konijn en hun verband met het Afrikaanse verleden gaan bestuderen. De stichting die het huis van Chandler Harris in Atlanta onderhoudt, heeft nu prominente zwarte burgerrechtenleiders in haar raad van bestuur. Zelfs de zwarte schrijfster Alice Walker die ook uit Georgia komt en haar verhalen in zwart dialect schrijft, is in haar essays milder geworden over Harris.

Ook zwarte vertellers beschikken nu over het repertoire van Chandler Harris. In het Nationale museum voor Afrikaanse kunst in Washington vertelde een zwarte vrouw in Afrikaanse klederdracht over Broer Konijn (Br'er Rabbit). Zij sprak, evenals haar collega-vertellers, in het vroeger door blanken en de zwarte middenklasse verachte zwarte dialect dat nu een bron van trots is geworden van zwarten of Afro-Amerikanen.

Een klassiek verhaal onder Amerikaanse zwarten handelt over apen die tegen de leeuw vertellen dat de olifant hem haat. Als de leeuw de olifant aanvalt, wordt hij verslagen. De leeuw zegt dan dat de apen voor de rest van hun bestaan hoog in de bomen moeten blijven als straf voor hun bemoeizucht.

Ook de griot van Baltimore, Mary Carter Smith, vertelt dit verhaal bij haar presentaties. Het gebrek aan collectief zwart geheugen speelde haar parten in haar jeugd in Ohio. Ze was de enige zwarte in de klas.

“Wij hebben Columbus die Amerika heeft ontdekt maar jullie plukten alleen katoen in het veld,” zeiden haar klasgenoten en daar had ze geen antwoord op. Nu heeft ze tijdens haar omzwervingen en in haar verhalen een weerwoord gevonden.