Waarom zijn wij geen realisten?; De eenzame strijd van Robert Musil

Bij de begrafenis van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil in 1942 liepen acht mensen achter de baar. Nu wordt hij beschouwd als een der groten van de Europese literatuur en komt zijn levenswerk 'Der Mann ohne Eigenschaften' voor op veel lijstjes van meest gewaardeerde boeken. Nu is het vierde en laatste deel van het boek in Nederlandse vertaling verschenen. “Moeilijk is niet alleen het boek. Moeilijk was ook de man Musil.”

Robert Musil: De man zonder eigenschappen. Roman in vier delen. Deel 1-3 vertaald door Ingeborg Lesener. Deel 4 ( 437 blz.) “uit de nalatenschap” vertaald door Hans Hom. (In dit deel zijn 10 hoofdstuk-ontwerpen van de laatste 10 levensjaren en twee schetsen uit de twintiger jaren toegevoegd aan de 26 nog door Musil zelf geredigeerde hoofdstukken.) Prijs per deel (f) 69,50 (gebonden) en (f) 49,50 (paperback).Voor intekenaren op deel 4 is de prijs van de gebonden versie (f) 49,50.

Bij de begrafenis van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil in 1942 liepen acht mensen achter de baar. Nu wordt hij beschouwd als een der groten van de Europese literatuur. Het vierde deel van zijn levenswerk 'Der Mann ohne Eigenschaften' is nu in een Nederlandse vertaling verschenen. “Moeilijk is niet alleen het boek. Moeilijk was ook de man Musil.”

door Andre Spoor

In Wenens stille Rasumofskygasse in het Dritte Bezirk herinnert een bronzen plaat bij nummer 20 er aan dat hier van 1921 tot 1938 Robert Musil woonde. Hier, uitkijkend op het Rasumofsky-paleis aan de ene kant en het Palais Salm aan de andere, werkte Musil aan zijn levenswerk: Der Mann ohne Eigenschaften. In deze jaren publiceerde hij de eerste twee delen en de eerste helft van het derde deel van deze in vier delen opgezette, maar nooit voltooide monsterroman.

Wie was Robert Musil? Op die vraag had in de jaren dertig en veertig maar een kleine selecte groep literatuurminnaars kunnen antwoorden.

Een enkeling in Wenen, bijna niemand in nazi-Duitsland, een handjevol mensen in Zwitserland. Toen Musil in 1942 in Geneve stierf, liepen er acht mensen achter de baar op weg naar de crematie. Toen hij in 1940 voorlas uit eigen werk in Winterthur waren er rond twintig mensen aanwezig, schrapte men de gebruikelijke ontvangst na afloop en lieten de organisatoren Musil duidelijk merken dat de hele avond een vorm van liefdadigheid was geweest.

Nu is Robert Musil een van de groten der Europese literatuur in onze eeuw. Stapels studies over zijn boeken zijn gepubliceerd.

Levensbeschrijvingen, fotobiografieen liggen in de boekwinkels. Wie zich als literatuurkenner respecteert noemt Musil een van zijn favoriete auteurs. Der Mann Ohne Eigenschaften komt op vele lijstjes van hoog gewaardeerde boeken voor.

Zonder overdrijving kan worden beweerd dat deze wereldroem te danken is aan het ijveren van een man: prof. dr. Adolf Frise. Al na het verschijnen van het eerste deel van de roman had Frise als jong literatuurhistoricus contact gezocht met Musil en over hem geschreven.

Ook later bleef hij met hem in verbinding. Na Musils dood legde Frise contact met de familie (vooral Musils stiefdochter) en kreeg hij toegang tot het in Rome opgeslagen Musil-archief. Orde scheppend in een immens convoluut van teksten, hoofdstukontwerpen, nieuwe versies en varianten maakte Frise Der Mann ohne Eigenschaften min of meer af en legde de grondslag voor de eerste grote Musil-uitgave, die in de jaren vijftig bij Rowohlt is verschenen.

Daarin is de door Frise afgemaakte roman het piece de resistance naast Musils andere werken, zoals de prachtige puberteitsnovelle Verwirrungen des Zoglings Torless, de verhalenbundels Drei Frauen en Vereinigungen, de toneelstukken Die Schwarmer en Vincenz und die Freundin bedeutender Manner en delen uit Musils dagboeken, aantekeningen, brieven, enzovoort. De uitgave was een groot succes.

Rowohlt, die in de jaren dertig de banden met Musil had verbroken, bleek een absolute topschrijver in zijn fonds te hebben.

Frise's vroedvrouwschap bleef overigens niet onomstreden. Een literaire rel barstte los over de manier waarop Frise de roman had 'afgemaakt'. Ernst Kaiser en Sithne Wilkins, die vijf jaar lang aan een Engelse vertaling van Musils grote roman hadden gewerkt, publiceerden in 1962 een boek Robert Musil, Eine Einfuhrung in das Werk, waarin zij geen spaander heel lieten van Frise's inspanningen.

Twee jaar later kwam nog de dissertatie van de germanist Wilhelm Bausinger, die met een overvloed aan details wist aan te tonen dat Frise een slordig en eigengereid redacteur was geweest en wat het afmaken van de roman betreft min of meer een 'tekstvervalser'.

Merkwaardig genoeg overleden alle drie critici van Frise kort nadat zij deze literaire bommen hadden geworpen. Frise had inmiddels al laten blijken open te staan voor de kritiek en had zelfs tot een samenwerking met het echtpaar Kaiser-Wilkins besloten. In latere uitgaven van Musils werk, en dan vooral van Der Mann ohne Eigenschaften, heeft hij dan ook een deel van de kritiek ter harte genomen. Van zijn versie van de roman uit 1952 is in deze vorm geen herdruk meer verschenen.

Academisch Terug naar de vraag wie Robert Musil was. Hij werd in 1880 geboren in de Oostenrijkse stad Klagenfurt, maar groeide op in Brunn, nu Brno in Tsjechoslowakije, waar zijn vader hoogleraar werktuigbouwkunde was.

Musil stamde uit een gefortuneerde familie van geleerden en officieren, die in het begin van de eeuw voor een deel in de erfelijke adelstand werd verheven. Ook Musils vader kreeg een titel. In 1917 maakte de keizer hem Edler von Musil, een titel die zoon Robert ook toekwam maar later nooit voerde.

Musil zat, zoals veel jongens uit zijn milieu, op een militaire cadettenschool. Maar daarna verliet hij het militaire leven en studeerde werktuigbouwkunde aan de Technische Hogeschool in Brunn. Na twee jaar militaire dienst ging hij naar Berlijn waar hij psychologie en filosofie studeerde bij de mede-grondlegger van de Gestaltpsychologie Carl Stumpf. Wis- en natuurkunde nam hij als bijvakken. In 1907 promoveerde hij met het predikaat 'laudabile' op een dissertatie over de kentheoretische opvattingen van Ernst Mach.

Hiermee was Musil zeker de meest academisch gevormde schrijver van zijn tijd.

Een tijd lang werkte Musil hierna als bibliothecaris, daarna ruim een half jaar als redacteur van het blad van het Berlijnse S. Fischer Verlag Neue Rundschau, in welke functie hij tevergeefs probeerde Kafka's verhaal Die Verwandlung in het tijdschrift opgenomen te krijgen. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij onder de wapenen. Vanaf 1916 was hij redacteur van de Soldatenzeitung. Na de oorlog, waaruit hij gedecoreerd en bevorderd tevoorschijn kwam, werkte Musil als journalist bij de Prager Presse. Tot 1923 had hij in de rang van overste ook nog een baantje bij het Oostenrijkse ministerie van defensie.

Daarna, tot zijn dood in Zwitserse ballingschap in 1942, stond Musil nooit meer op een loonlijst. Hij leefde van een toelage van uitgever Rowohlt nadat de inflatie zijn hele, niet onaanzienlijke familievermogen had doen verdwijnen. Maar de toelage was gebonden aan de levering van gedeelten van de grote roman, waaraan Musil in 1924 was begonnen te schrijven, een roman die als werktitel langere tijd Die Zwillingsschwester had, maar waarvan het eerste deel tenslotte als Der Mann ohne Eigenschaften in 1930 verscheen. Met de grootste moeite en na perioden van onoverwinbare schrijfangst kreeg Musil ook nog een tweede en derde deel (voor de helft) voor publikatie klaar.

Tenslotte liep hij vast. In de jaren van ballingschap na Oostenrijks Anschluss bij nazi-Duitsland schreef, herschreef en varieerde Musil het laatste deel van zijn roman zonder die ooit tot een goed eind te brengen. Het contract met Rowohlt was inmiddels door de onmogelijkheid nog iets van Musil in Duitsland te publiceren (de nazi's verboden zijn boeken) beeindigd en tussen 1938 en 1942 leden Musil en zijn vrouw in Zwitserland armoede. Zij bedelden links en rechts om financiele hulp en zonder liefdadigheid van een aantal mensen, van wie sommigen nauwelijks beseften dat Musil een belangrijk schrijver was, hadden zij de 500 Zwitserse franken, die zij maandelijks nodig hadden om het hoofd boven water te houden, niet bij elkaar gesprokkeld.

Musils levenswerk Der Mann ohne Eigenschaften bleef 'unvollendet' en er is ook best iets voor te zeggen om de roman mislukt te noemen. Wat Musil met het boek wilde - en er is langzamerhand geen auteur in de wereldliteratuur van wie we zo haarfijn elke gedachte of gedachtetje, elk plannetje of grootse ambitie kennen als van Musil - is vastgelopen in de eindeloze essayistiek die de roman steeds meer is gaan belasten, alsook in Musils onmacht zijn verhaal af te ronden.

Dit verhaal, als je het zo wilt noemen, heeft twee delen. De eerste 700 bladzijden beschrijven de naderende ondergang van het keizerlijk-koninklijke Oostenrijk in het jaar 1913. Hof, adel en bourgeoisie weten nog niet wat hun boven het hoofd hangt en leven ongestoord hun vermolmde levens, die aan de ene kant gevuld worden door het vasthouden aan hooggestemde theorieen en idealen, aan begrippen als eer en deugd, aan wat Oostenrijks cultuur genoemd wordt, maar aan de andere kant gestoord, decadent en ziek zijn. De centrale handeling van het boek is de 'Parallelaktion', een onzinnige poging van enige maatschappelijke steunpilaren om het 70-jarige regeringsjubileum van keizer Franz Josef in 1918 vorm te geven (de lezer weet uiteraard dat keizer Franz Josef in 1916 is gestorven en dit unieke regeringsjubileum niet heeft mogen meemaken).

Motor achter het plan om een 'grote vaderlandslievende actie' tot stand te brengen is graaf Leinsdorf. Hij brengt een comite bijeen, dat deze 'actie van het volk' gestalte moet geven en waarin uiteraard geen enkele vertegenwoordiger van de massa een plaats krijgt. Men komt bijeen in de salon van Diotima, die in haar vrije tijd enige feministische denkbeelden heeft weten te ontwikkelen. Verder is lid van het comite generaal Stumm von Bordwehr, een primitieve kracht die de waarden van het K.u.K. leger hoog houdt. Belangrijkste figuur is de Pruisische industrieel Arnheim, een man van brede en diepe cultuur en intellectualiteit en daarom aangetrokken voor de ideele inhoud van de actie. Dat hij Duitser is en onder andere wapenfabrikant acht men geen bezwaar.

Spion Van dit comite is Ulrich, de man zonder eigenschappen, secretaris.

Zijn vader heeft hem aan dit baantje geholpen omdat Ulrich op eigen kracht weinig maatschappelijke carriere lijkt te ambieren. Ulrich heeft de onzinnigheid van de vaderlandslievende actie van het begin af aan door, maar dat hindert hem niet. Hij is beschikbaar voor het baantje omdat hij, net als Gide's 'homme disponible', open staat voor alles. Hij heeft geen vast omlijnde eigenschappen, geen omlijnde karaktertrekken, geen systeem van opvattingen, principes en denkbeelden, die hem dwingen zich af te sluiten voor het mogelijke.

Zoals mensen realiteitszin kunnen hebben, zo had Ulrich 'mogelijkheidszin' schrijft Musil en hij schiep daarmee een romanfiguur, die regelrecht voortkomt uit het Weense denken aan het begin van deze eeuw, uit Wittgensteins taalkundige en Ernst Machs filosofische analyses over de onmogelijkheid de werkelijkheid achter de zintuigelijk ervaren werkelijkheid te kennen.

Ulrich, die samenvalt met zijn auteur, gaat zich de hele roman door te buiten aan overwegingen, relativeringen, het bedenken van alternatieven, het formuleren van het nog niet gedachte.

Vanzelfsprekend staat hij hierdoor op gespannen voet met de werkelijkheid en de daarin gevestigde maatschappelijke orde. In Musils oorspronkelijke opzet zou Ulrich zelfs spion worden. Nu komt zijn afkeer van het establishment onder meer tot uiting door zijn belangstelling en sympathie voor de 'hoerendoder' Moosbrugger en in zijn chaotische relatie tot het echtpaar Walter en Clarisse, laatstgenoemde duidelijk een psychiatrisch randgeval.

De verhouding tot zijn zuster, Agathe, is de tweede hoofdlijn in het boek. Uit aantekeningen van Musil is op te maken dat hij van het begin van zijn roman af aan de relatie Ulrich-Agathe centraal wilde stellen (Die Zwillingsschwester zou het boek eerst immers hebben geheten). In de roman, voorzover Musil die persklaar heeft nagelaten, duurt het evenwel 700 bladzijden voordat Agathe, bij de begrafenis van Ulrichs vader, ten tonele verschijnt. Zij is dan de grote onbekende zuster, die door allerlei omstandigheden nauwelijks met Ulrich is opgegroeid en een ware ontdekking voor hem is.

De 'Parallelaktion' heeft dan niet meer veel om het lijf (met heel veel gezwets heeft men als grote vaderlandse actie een Franz-Josef-soepgaarkeuken weten te bedenken) en raakt op de achtergrond. Musils werkelijke ambitie met de roman, die veel verder ging dan het schrijven van een vernietigende satire op het keizerlijk-koninklijke Oostenrijk van 1913, komt nu aan bod. Deze ambitie grijpt hoog. Zij wil intellect en emotie verzoenen, omdat Musil-Ulrich tot het besef is gekomen dat het intellect het alleen niet redt in het leven. Het moet doordrongen worden van gevoel, zoals het gevoel door intellect.

Dan pas ontstaat er 'Geist', de duurzame vorm van een evenwicht tussen de krachten van het gemoed en het verstand. Het kan beleefd worden in wat Musil noemt 'de andere toestand', een combinatie van intellectuele en spirituele helderheid en niet-religieuze mystieke extase.

Naar deze 'toestand' zoeken broer en zuster op hun reis naar het paradijs en de vele varianten, ontwerp-hoofdstukken en beschrijvingen, die in Musils nalatenschap zijn gevonden, en het laatste deel van zijn romanschetsen draaien steeds om deze versmelting van de pijlers van het menszijn in broer en zuster. Musil worstelt hier met het beschrijven van een geestelijke utopie, waarbij broer en zuster als vleesgeworden principes optreden.

Lang had hij het plan dit alles in incest te laten eindigen (kende hij Freuds bewering dat de mens pas vrij zou zijn als hij zich zou hebben verzoend met de gedachte aan incest met moeder of zuster?), maar hij kon in de laatste jaren van zijn leven dit beslissende slot aan zijn roman niet klaar krijgen. Tegen de literaire criticus Hans Mayer zei hij kort voor zijn dood in Geneve: “Die Gestalten wollen es nicht”.

Waarom niet? In zijn dagboekaantekeningen geeft Musil zelf aan dat een coitus een vorm van trance is, terwijl 'de andere toestand', waarnaar Ulrich streeft, eerder als een heldere extase of contemplatie moet worden omschreven.

Nihilist Musil stierf in Geneve onverwacht in de badkamer. Eerder op die dag (15 april 1942) had hij het hoofdstuk Ademhaling van een zomerdag voltooid. Daarin ging het voor de zoveelste keer om gevoel en verstand. Hartstochten en mensen kunnen worden onderscheiden in 'appetijtachtige' en contemplatieve, actief toegrijpende, animale en schuchtere, verinnerlijkte, zo betoogt Ulrich tegen Agathe.

“Natuurlijk was het hem duidelijk dat de beide wijzen van menszijn die daarbij in het geding waren niets anders konden betekenen dan een man 'zonder eigenschappen', in tegenstelling tot een met alle eigenschappen die een mens maar kan hebben. Men zou de een ook een nihilist mogen noemen, die droomt over Gods dromen; in tegenstelling tot de activist, die echter in zijn ongeduldige wijze van handelen ook een soort Godsdromer is, en allesbehalve een realist die wakker en actief in de wereld staat. “Waarom zijn wij dan geen realisten?”

vroeg Ulrich zich af. Zij waren het beiden niet, hij noch zij, daar lieten hun gedachten en handelingen al lang geen twijfel meer over bestaan; maar nihilisten en activisten waren ze, en nu eens het ene en dan weer het andere, al naar het uitkwam.''

Hiermee besluit het laatste hoofdstuk dat Musil zelf nog heeft afgesloten. Hoe de roman verder zou zijn gegaan blijft onderwerp van literaire speculatie. Wel kan men zeggen dat het boek zichzelf allang had overleefd en dat Musil, in de hoofdstukken uit de nalatenschap nog meer dan in de door hem zelf nog gepubliceerde delen, zich te buiten was gegaan aan een steeds meer wikkende en wegende essayistiek, die het boek als roman de das omdeed. Maarten 't Hart noemde Der Mann ohne Eigenschaften “het meest onleesbare boek uit de hele wereldliteratuur” (op de Achterpagina van 25 maart jl.) en heel wat gedeelten uit het boek dingen zeker mee naar deze kwalificatie. Robert Musil is in Der Mann ohne Eigenschaften eigenlijk op zijn best in de satirische, ironische beschrijvingen van het land Kakanie en zijn naar de ondergang hollende bewoners in het begin van de roman. Zijn karakters, die bijna allemaal zijn gemodelleerd naar voorbeelden van vlees en bloed uit Musils naaste omgeving, lijken hier meer op mensen dan later zuster Agathe, ook al stoffeerde Musil haar leven met gegevens ontleend aan zijn vrouw Martha. Ook de vaak fascinerende essays, die Musil bijna dwangmatig door zijn handeling weeft, lijken hier meer op hun plaats en zijn gevarieerder.

Maar moeizaam is ook de lectuur van dit eerste deel. Alleen wie zich sterk concentreert kan de verschillende draden uit het verhaal uit elkaar houden en deze concentratie wordt weer flink belemmerd door de absolute onmogelijkheid om de roman, of zelfs een redelijk aantal hoofdstukken, in een ruk uit te lezen.

Dit zal ook de lezer van de Nederlandse vertaling, waarvan het vierde en laatste deel net bij Meulenhoff is verschenen, niet makkelijk vallen. Dit monstervertaalproject, waarmee in 1982 is begonnen, heeft iets bewonderenswaardigs. Ingeborg Lesener, die de eerste drie delen vertaalde, en Hans Hom, die het laatste deel met hoofdstukken uit de nalatenschap voor zijn rekening nam, hebben een prestatie geleverd die er zijn mag. Musils moeilijke, vaak moeizame stijl vertalen, waarbij elk woordje, elke komma telt, moet een nachtmerrie zijn voor elke vertaler, die de ambitie heeft inhoud, stijl en toon adequaat weer te geven.

Dat dit altijd gelukt is zal niemand beweren. Afgezien van enkele fouten (een willekeurige greep: een ambulance is geen 'sociale voorziening', 'Magnifizenzen und Spektabilitaten' zijn rectoren en decanen van universiteiten en niet hoogweledelgeleerden en weledelzeergeleerden) zijn er ook wel eens stijlbreuken, die verwonderen. Maar nooit uitglijden in een boek van 1785 pagina's zou onmenselijk zijn. Met deze vertaling heeft Meulenhoff elke reden om tevreden over zijn project te zijn.

Moeilijk is niet alleen het boek. Moeilijk was ook de man Musil. Hij was zeker charmant en welopgevoed in de omgang, maar hij was ook hoogmoedig en lichtgeraakt. Stephan Zweig en Thomas Mann minachtte hij omdat zij 'Grossschriftsteller' waren, een type waaraan hij twee dodelijke hoofdstukken in zijn roman wijdt (Zweig haatte hij zelfs.

Tegenover Thomas Mann, die zich meer dan eens voor Musil inzette en hem steunde waar hij kon, moest hij later toegeven onrechtvaardig en ondankbaar geweest te zijn). Behalve Rilke en Kafka beschouwde hij niemand als van zijn niveau. Dat hij in de jaren dertig in Wenen vaak in een adem genoemd werd met Joyce en Hermann Broch beviel hem slecht: Joyce had de taal geatomiseerd en Broch had zijn idee voor Der Mann ohne Eigenschaften gestolen en misbruikt in zijn trilogie Die Schlafwandler.

Als ingenieur en wiskundige had Musil weinig op met het gezwets van literaten. In het cafe bewaarde hij afstand, kwebbelde nooit mee, maar sprak alleen als hij het gevoel had met mensen te zijn, die hem naar waarde schatten. Zijn hele houding was er een van sportiviteit en hygiene, van paraatheid voor de strijd, zo schrijft Elias Canetti in het derde deel van zijn levensherinneringen Das Augenspiel. Bekend is dat Musil in het koffiehuis altijd zo wilde zitten dat hij de deur in de gaten kon houden om geen prooi te kunnen worden voor onverwachte aanvallen.

Dit laatste verwijst al naar de tragiek van Musil. Door fobieen gekweld, uit zijn land verdreven door de barbarij, onbekend, vergeten en verarmd, moest hij zijn roman, die ten doel had de moderne mens, in het bijzonder de Oostenrijkse, de weg te wijzen naar een leefbaar leven, afmaken. Moest hij toch de overwinning in de strijd om de literaire top proberen weg te dragen. Met zijn dood in de badkamer van een klein armoedig huisje in Geneve kwam in 1942 een onverwacht en voortijdig einde aan dit hooggegrepen en misschien onuitvoerbare levensproject.