'VN moeten code van niet-inmenging opnieuw bezien'

PARIJS, 5 april - De vermorzeling van de Koerdische rebellie in Irak terwijl de wereld toekijkt noopt ertoe dat de Verenigde Naties hun code van 'niet-inmenging' opnieuw onder de loep nemen.

Dat heeft de Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, gisteren gezegd. De bewindsman merkte op dat het internationale recht zich sinds de Tweede Wereldoorlog, toen het concept van 'misdaden tegen de menselijkheid' werd toegevoegd, verder heeft ontwikkeld. Hij zei te hopen dat dit ook zou gebeuren in het licht van de Koerdische tragedie. “Ik geloof dat de Koerdische crisis kan dienen als een slaghoedje”, aldus Dumas.

Frankrijk zal omvangrijke hulp aan de gevluchte Koerden uit Irak verlenen zodra de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie heeft aangenomen over een humanitaire actie voor de Koerden en andere Iraakse bevolkingsgroepen die worden onderdrukt door de troepen van Saddam Hussein.

De Franse regering, die het initiatief voor een VN-actie voor de Koerden heeft genomen, lijkt nu verzekerd van de steun van Groot-Brittannie en van de Verenigde Staten. De overige twee permanente leden van de Veiligheidsraad, de Sovjet-Unie en China, staan terughoudend tegenover een resolutie die zich uitspreekt over de interne aangelegenheden van Irak.

De Franse staatssecretaris voor humanitaire actie, Bernard Kouchner, die maandag als eerste bewindsman in Parijs pleitte voor een diplomatiek initiatief voor de Koerdische bevolking in Irak, zei gisteren in Turkije dat Parijs voedsel, medicijnen en mobiele ziekenhuizen zal sturen naar het Turkse grensgebied met Irak. De Fransen willen ook tentenkampen opzetten die vijfduizend Koerdische vluchtelingen plaats zouden bieden.

Kouchner, die in Turkije een 'onderzoeksmissie' uitvoert, is daarnaast voorstander van hulpverlening aan de vluchtende Koerden in Irak zelf, aan de andere zijde van de Turkse grens. Maar de Turkse autoriteiten willen daar niet aan meewerken.

De Franse initiatieven voor hulp aan de Koerden worden in Parijs gezien als een zuiver humanitaire actie. Parijs heeft tijdens de Golfcrisis geen enkele steun gegeven aan het streven van Iraakse Koerden naar een vorm van zelfbestuur. In september werd een delegatie van het Iraakse Koerdistan Front voor het eerst op regeringsniveau in Parijs ontvangen, maar de Koerden kregen geen enkele toezegging.

In februari nam Danielle Mitterrand, voorzitster van de mensenrechtenorganisatie France-Liberte, en die persoonlijk begaan is met het lot van de Koerden, deel aan een interparlementaire conferentie over de Koerden (in Irak, maar ook die in andere landen) die in Washington plaatshad. Maar Kouchner kreeg toen van het ministerie van buitenlandse zaken geen toestemming de echtgenote van de Franse president te vergezellen.

Het Franse ministerie van buitenlandse zaken onderhoudt discrete contacten met tegenstanders van de Iraakse president, Saddam Hussein.

Zo werd vorige week een Iraakse communist, Fakhry Karim, op de Quai d'Orsay ontvangen. Iraakse opposanten in Parijs erkennen dat de Franse regering geen concrete toezeggingen heeft gedaan. Zij wijzen echter op de morele verantwoordelijkheid van het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten, om de Koerden te hulp te komen.

De Britse regering heeft gisteren 66 miljoen pond sterling ter beschikking gesteld voor hulp aan de Koerdische vluchtelingen. De Europese Gemeenschap heeft voor hetzelfde doel 11,5 miljoen gulden uitgetrokken.