Slaapliedje

Hij had wel stijf zijn ogen dicht, Maar in zijn hoofd was het nog licht En wetend dat hij niet kon slapen, Ging hij naar Artis, naar de apen.

Maar die lagen in hun bedjes, Toegedekt en keurig netjes. Hetzelfde liedje bij de dassen, Al moest er wel nog eentje plassen.

De zebra's hadden in hun hokken Al hun pyjama's aangetrokken; Toen ging Bart naar de giraffen, Maar die lagen al te maffen.

Bart ging kijken bij de gnoe, Maar die had z'n ogen toe; De ratelslang schoof tot zijn kin Een hele lange slaapzak in.

Toen kwam hij bij de leguaan, Die had het licht al uitgedaan. Wat viel er bij de hazen voor? Die lagen vredig op een oor.

Hij kwam bij 't Przwalsky-paard, 't Is bedtijd, sprak dit dier bedaard. Hij ging toen naar het wrattenzwijn: Het bleek al onder zeil te zijn.

Nog bij de ijsbeer aangeklopt: Die had zich lekker ingestopt; Je zag alleen nog maar zijn oren, Hij durfde hem niet meer te storen.

Toen Bart ging kijken bij de leeuwen Begon hij zowaar zelf te geeuwen. Een diepe stilte viel alom, De dieren sliepen; ja kortom:

In Artis was het niets gedaan, En Bart is weer naar huis gegaan; Het duurde nog een korte poos, Toen sliep ook Bartje als een roos.

Zeg weten jullie soms waar Bart is? Ik weet het wel, die is in Artis. Bartje heeft tot kwart voor negen Doodstil in zijn bed gelegen,

    • Rudy Kousbroek