Rudi van de Wint: schilder in de duinen; Lach of leer Grieks

Tien jaar is de kunstenaar Rudi van de Wint nu bezig om van De Nollen een verzonnen duingebied te maken. Hij bouwt obelisken, graaft duinpannen en beschildert bunkers met euforisch geel of zintuiglijk blauw. Onlangs onderzocht hij ook nog het verschil tussen lachen en klassieke boeken lezen.

Vrienden van de Stichting De Nollen (contributie (f) 50,- per jaar) ontvangen jaarlijks het Nollenbulletin. Secretariaat: Kerkgracht 1, 1782 GJ Den Helder. Het Nollenterrein is vanaf deze zomer een dag per week geopend voor publiek. De tentoonstelling 'Stof en Geest' duurt van tot en met 22 mei. Gymnasium Felisenum, van Hogendorplaan 2, Velsen-Zuid. Geopend za en zo 13-17 uur.

Tien jaar geleden kreeg schilder Rudi van de Wint (49) de beschikking over een verzameling kleine stuifduintjes even buiten Den Helder, de Nollen, met een oppervlakte van veertien hectare. Sindsdien werkt hij hier en bouwt hij aan zijn 'Nollenproject'.

Deze binnenduinen, gelegen aan de kant van de Waddenzee, liggen ingeklemd tussen treinstation Den Helder-Zuid, de spoorlijn, een drukke weg en een snelgroeiend industriegebied. Wie tussen de duintjes wandelt ziet overal aan de horizon fabrieksbouw en elektriciteitsdraden, en hoort onafgebroken het autoverkeer. Ook De Nollen zelf zijn verre van maagdelijk. Ze wemelen van de bunkerresten, half verscholen in het rulle zand. Op een van de hogere duinen staan de masten van een zendstation, in de oorlog door de Duitsers neergezet en sindsdien niet meer gebruikt.

Van de Wint houdt van het landschap rond Den Helder met zijn olieraffinaderijen, havens en marineterreinen, de lange rechte wegen, de hoge dijk, het vlakke land, de zee. Hij groeide hier op en hij heeft, met een onderbreking in de jaren zeventig, altijd in Den Helder gewoond.

HOOFDKWARTIER

Toen Van de Wint destijds besloot zich over het Nollenterrein te ontfermen was het een een anonieme vuilstortplaats. Hij maakte de grond schoon en haalde de met afval volgegooide bunkers leeg. Hij plantte waar nodig helmgras en liet rondom een gracht graven. Een van de bunkers richtte hij in als zijn 'hoofdkwartier'. Een glazen bouwsel geeft toegang tot een aantal ondergrondse kamers. Hier bevinden zich onder meer zijn kantoor, een keuken en een expositieruimte. Een raam hoog in de muur, tegen het plafond aan, laat de hemel zien, omlijst door een paar plukjes gras.

Een andere bunker kreeg een glazen overkapping en was in gebruik als atelier totdat de muurschilderingen, die drie van de vier muren bedekken, af waren. Een eindje verderop plaatste Van de Wint twee hoge obelisken, een zwarte en een witte, in het zand, als sierlijke echo's van de strenge zendmasten. Ook bouwde hij een nieuwe, tweedelige bunker, die hij bedolf onder een kunstmatig duin. En hij groef een duinpan zo diep uit dat er nu permanent water in staat; 's zomers groeien hier riet en waterplanten. Duizenden kubieke meters zand heeft Van de Wint al met zijn tractor verplaatst, maar het werk is nog lang niet af. Er is zelfs nog niet een onderdeel helemaal klaar.

'Mooi' is dit landschap niet. Het is weerbarstig, ruig en karig begroeid. Het waait er altijd. Maar het licht is hier prachtig, ook wanneer de lucht bedekt is. Het is net alsof het hier helderder is dan elders. De weerspiegelingen op de waterpoel en de gracht maken de ervaring van licht nog intenser.

GYMNASIUM

Rudi van de Wint exposeert weinig sinds hij zich op De Nollen heeft teruggetrokken. Hij beperkt zich hoofdzakelijk tot een enkele tentoonstelling in de galerie van Kees van Gelder. Wel ging hij in op de uitnodiging van het Felisenum Gymnasium in Velsen-Zuid om de komende maanden een kunstwerk te exposeren in het leslokaal Oude Talen. Aan deze tentoonstelling 'Stof en Geest' doen 23 kunstenaars mee. Ieder van hen kreeg door rector Alex ter Braak een lokaal toegewezen: Sjoerd Buisman bij voorbeeld het biologielokaal, Moniek Toebosch muziek, Peter Struycken wiskunde.

Van de Winds bijdrage is een vervolg op een eerder werk, een weegschaal die het soortelijk gewicht van de kleuren rood en blauw moest bepalen. Voor het gymnasium ontwierp hij een ijzeren weegschaal die het gewicht van de klassieke cultuur afweegt tegen het soortelijk gewicht van de lach. Op de ene schaal, bestaande uit twee gekruiste ovalen, plaatst hij een overzicht van de Griekse en Romeinse cultuur in de vorm van een rij dikke boeken die hij aantrof in het leslokaal.

Van de andere schaal weerklinkt op gezette tijden het gelach van kinderen dat de weegschaal in beweging zet.

In de jaren zeventig had Van de Wint veel tentoonstellingen. Hij voerde als het duo Jochem en Rudi, die de ratio en de emotie vertegenwoordigden, performances uit en exposeerde schilderijen en aquarellen die men zou kunnen omschrijven als een vorm van fundamentele schilderkunst. De thematiek van Nollenproject is dezelfde gebleven. Al zijn pastels, schilderijen en muurschilderingen maken deel uit van een onderzoek naar de helderheidsgraad, de 'lichtwaarde'

van de kleur, en naar de verhouding tussen licht en donker. Ook de motieven, zoals de kruisvorm, de spiraal en de ovaal, zijn dezelfde gebleven.

'Kleur is illusie', zei Yves Klein al, en in feite is alle schilderkunst illusionisme. Maar zoals het licht alleen bestaat bij gratie van het donker, zo bestaat de illusie alleen bij gratie van dat wat tastbaar aanwezig is. Dit is de tegenstelling waar het Van de Wint om te doen is, en die ook terugkeert in de plafond- en muurschilderingen in onder andere Paleis Noordeinde (1984) en het stadhuis van Groningen (1990). De wolkige kleurvelden scheppen ruimte en ontkennen de begrenzingen van de architectuur, ongeveer zoals dat ook gebeurt bij achttiende-eeuwse rococo plafondschilderingen. Voor de nieuwe plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer, in de nieuwbouw van architect Pi de Bruijn, ontwierp Van De Wint vijf verschuivende panelen van zeven meter hoog. In de zomer begint hij met de uitvoering.

OASE

In Paleis Noordeinde werkte Van De Wint voor het eerst met keimverf of mineraalverf, een soort frescoverf op basis van lichtechte pigmenten die het mogelijk maakt om heel licht en helder te schilderen. Dit materiaal gebruikt hij ook voor de beschildering van zijn verbouwde bunker die hij 'Aether' noemde. Om binnen te komen moet de bezoeker eerst door een smalle, met zwarte teerverf beschilderde, tochtige schacht. De beschilderde ruimte is een oase van licht, kleur en warmte. De rechterwand is gedeeltelijk bedekt met een wolk van geel, de linkerwand met complementair blauw, en de tussenliggende wand met een vermenging van deze twee kleuren. Door het polyesther dak valt het licht vrij naar binnen. De vierde muur is wit gehouden om de lichtreflectie te verhogen.

Het werk van Van de Wint is zintuiglijk, theatraal en euforisch; niet alleen de muurschilderingen maar ook zijn schilderijen, van kleine paneeltjes tot de zeer grote doeken van drie bij vier meter die opgesteld staan in een grote loods van zwart geteerd hout en glas die hij elders op het terrein bouwde. Het zijn abstracte schilderijen met steeds dezelfde motieven: spiegelingen van zwevende ovalen of 'gaten', contrasten van zwart en wit, donker en licht, en kleuren of 'vlekken'

die elkaars negatief zijn. Steeds is het een evoceren van zweven en van immaterialiteit.

De volgende stap zal zijn om in de bunker 'Vergilius', die bestaat uit driehoeken met de punt naar elkaar toegekeerd en gescheiden door weer een diepe schacht, schilderingen aan te brengen, dit keer niet direct op de muur maar op gestuct steengaas, beplakt met linnen. Zo zijn alle bouwsels en toevoegingen van de Nollen gedacht vanuit de schilderkunst. Daarom is dit project, hoewel er veel beton en verplaatsen van zand bij komt kijken, geen 'land art'. De architectuur staat in dienst van het schilderij, dat de materialiteit van de dingen lijkt te willen ontkennen. Steeds opnieuw wil Van De Wint laten zien dat niets eenduidig is in de wereld en dat alleen de paradox een zekere geldigheid heeft. Zo vat hij zijn schilderkunst op: 'als een zelfportret van de wereld, omdat de waarheid niet bestaat'.