Rapport: niveau studie filosofie is zorgwekkend

ROTTERDAM, 5 april - Het niveau van de studie wijsbegeerte is aan veel universiteiten onder de maat. Vooral dat aan de universiteiten in Amsterdam en Rotterdam geeft reden tot grote zorg. Aan de Universiteit van Twente is het te licht om van een opleiding in de wijsbegeerte van de techniek te kunnen spreken.

Dit constateert de commissie die het onderwijs in de wijsbegeerte heeft doorgelicht. Zij heeft haar rapport vandaag aangeboden aan haar opdrachtgever, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse universiteiten.

De commissie vindt dat de onderwijsprogramma's vaak onvoldoende doordacht zijn waardoor studenten worden geconfronteerd met onoverkomelijke problemen. Zij wijt dat onder meer aan de soms “scherp aan elkaar tegengestelde opvattingen over de aard en de functie van de wijsbegeerte en over het belang van verschillende stromingen” binnen de faculteiten en aan het ontbreken van organisatorisch inzicht en van de bereidheid tot samenwerking. De opbouw van de studie laat daardoor veel te wensen over. Aan veel faculteiten kunnen de studenten meteen na de propaedeuse aan een specialisatie beginnen waardoor zij elementaire basiskennis in de wijsbegeerte ontberen. De commissie adviseert een verplicht basisprogramma van twee jaar, waarna de keuzemogelijkheden moeten worden beperkt.

De commissie heeft grote twijfels over het selectieve karakter van de propaedeuse. Zij constateert dat aan veel faculteiten een goed inzicht in de voortgang van de studenten ontbreekt. De wijze van tentamineren en de registratie van resultaten laten te wensen over. Zij maakt zich zorgen over het relatief grote aantal niet gepromoveerde docenten aan een aantal faculteiten.

Aan de negen opleidingslocaties beginnen jaarlijks zo'n 300 studenten met de studie wijsbegeerte. Verreweg het grootste deel haalt niet binnen zes jaar het doctoraaldiploma. De meesten vallen al in de propaedeuse af. Alleen in Groningen, Utrecht, Amsterdam en Tilburg haalt tussen de vijftig en zestig procent de propaedeuse in twee jaar.

In Leiden en Rotterdam ligt dat percentage onder de 25. Aan een aantal faculteiten wordt al enige tijd gewerkt aan verbetering van het onderwijsprogramma, merkt de commissie op. Maar zij constateert dat veel plannen sterk aan mode gebonden zijn. Bovendien duiken bijna overal dezelfde initiatieven op, zoals nieuwe studies als filosofie en kunst en filosofie en bedrijf. Zij waarschuwt dat dergelijke initiatieven ten koste kunnen gaan van het onderwijs in de traditionele filosofische disciplines.