R. VREEMAN: PvdA is te veel een monocultuur

Hoe komt de Partij van de Arbeid de klap van de Provinciale-Statenverkiezingen te boven? Het is een vraag die de partij in alle geledingen bezighoudt. Een serie gesprekken met mensen uit de PvdA over de toekomst. Vandaag het derde, met de voorzitter van de Vervoersbond FNV, dr. R.L. Vreeman.

UTRECHT, 5 april - “Mijn analyse is dat de strategie van de PvdA naar twee kanten heeft gefaald. Enerzijds is de traditionele aanhang niet behouden en anderzijds zijn de middengroepen niet bereikt. De lijn-Melkert - het afstand nemen van klassieke sociaal-democratische concepten - heeft dus niets opgeleverd: die stemmen zijn naar D66 gegaan. De traditionele aanhang is tegelijkertijd thuis gebleven.”

Vervoersbond-voorzitter R.L. (Ruud) Vreeman heeft zich geergerd aan de kritiek die er nu in de partij groeit. Intellectuelen die mopperen dat het “niet leuk” is op partijvergaderingen en roepen dat het veel “aardiger is om een goed boek te lezen”. Op vakbondsvergaderingen is het ook niet altijd leuk, maar daarom zijn ze nog niet minder nodig, vindt hij. “Goedkope” aanvallen op ministers die weg zouden moeten, die “niet worden onderbouwd met programmatische vernieuwingen”. En als dat wel gebeurt dan zijn het voorstellen waar Vreeman z'n oren niet bij kan geloven. Het afschaffen van de koppeling tussen lonen en uitkeringen, het verlagen van het minimumloon, overheidstaken privatiseren. “Dat is rechtstreeks afkomstig uit het liberale erfgoed. Dan gaat de partij nog verder naar rechts - dramatisch vind ik dat.”

Vreeman vindt dat de partij voor de doorsnee werknemersaanhang moet kiezen en dus voor de klassieke sociaal-democratische concepten. Met D66 moet de partij vrede hebben. “Ik vind het niet erg dat er een sociaal-liberale partij is als D66 die de hogere middengroepen organiseert. Ontken niet dat daar ook moderne thema's in zitten, zoals emancipatie, milieu, individualisering. Schrijf niet alles op het conto van Van Mierlo”. Hij neemt D66 serieus, niet in het minst omdat uit intern onderzoek blijkt dat 20 procent van de FNV-leden erop stemt. Daarmee zijn de Democraten de populairste partij na de PvdA onder vakbondsleden. “Wij zullen indringend met D66 een dialoog moeten aangaan”, stelt Vreeman vast, al was het maar omdat bij D66 “de vakbeweging een blinde vlek is”. De PvdA verloor onder FNV-leden bijna 9 procent - 45,6 procent stemde op 6 maart PvdA. Dat was in 1989 nog ruim 55 procent. Als die tendens zich voortzet “moeten we ons nog nadrukkelijker orienteren op andere partijen. Als de PvdA zich negatief profileert ten opzichte van onze traditionele lijn krijgen wij ook een afstandelijker houding. Dat keert zich uiteindelijk tegen de sociaal-democratie. De PvdA schrompelt dan verder ineen”. Vreeman ziet tekens aan de wand: “Wim Kok, die wel die sociaal-democratische uitgangspunten hanteert, lijkt zo langzamerhand een tegenstroom in zijn eigen partij geworden, geen hoofdstroom. Dat dubbele beeld heeft zich gewroken”.

Dezelfde groep in de partij die naar de hogere middengroepen lonkt, relativeert ook het belang van de vakbeweging, merkt hij. “Dat is heel onverstandig. De vakbeweging is de enige echte massabasis voor de PvdA. Een op de vier PvdA-stemmers bij de laatste verkiezingen was een FNV lid.” Daar zou de partij zijn voordeel mee kunnen doen: “Thema's en concepten zouden nauwkeurig afgestemd moeten worden”. Dan zouden fouten als de plotselinge aandacht voor bestrijding van misbruik in de sociale zekerheid niet zo gauw worden gemaakt. “In de fractie worden geen consistente keuzes gemaakt. Hoe komen ze nu op het idee dat je daarmee aanhang wint? Dat is een manoeuvre van het cafe: inspelen op een volksgevoel. Zulke thema's gaan helemaal langs onze aanhang heen.

Niet dat wij geen voorstander zijn van toezicht op het gebruik van voorzieningen, maar maak daar nou geen hoofdthema van! Dat geldt ook voor de WAO-problematiek. Bij onze achterban wordt dat gerelateerd aan werkdruk, aan overbelasting, niet aan disciplinering of controle. We gaan dat niet uit de weg, maar je moet niet denken dat je zo een nieuw draagvlak verwerft. Je ziet dat aan D66 - die doen dat niet zo prominent.''

Hij betreurt het zeer dat herverdeling van arbeid niet door de PvdA prominent op de politieke agenda is gezet. “Voor een aantal grote vraagstukken is dat een cruciaal thema: het betaalbaar houden van de sociale zekerheid, de geringe participatie van vrouwen en minderheden.

Wij proberen dat bij de werkgevers in discussie te houden en dat kost ontzettende moeite. Daar bedrijft men toch het liefst alleen loonpolitiek. De PvdA had daarin een veel prominentere rol moeten spelen.''

In een fusie met D66 ziet hij helemaal niets. “Dat zal ertoe leiden dat nog meer mensen niet gaan stemmen. Zo'n vermenging maakt de politiek nog onhelderder voor de mensen.” Vreeman ziet een natuurlijke taakverdeling groeien in het “progressieve kamp”. Groen Links voor de radicale milieupositie, D66 voor de hogere middengroepen en de PvdA voor de doorsnee werknemers en uitkeringsgerechtigden.

“Dan moet de PvdA wel een heldere coalitiepolitiek voeren met D66. Intern moet de partij zich niet laten domineren door een segment dat cultureel meer affiniteit heeft met D66. Ik bestrijd dat je dan een partij van de achterstand krijgt, van de armoede. Het gaat hier om een hele grote groep. Geschoolde handarbeiders zijn trouwens al bijna middengroepers, als je kijkt naar wat een havenwerker verdient of een machinist. Niet alle gewone werknemers dragen meer een blauwe overall.

Door de groei van de dienstverlening zijn er meer gewone werknemers met witte boorden gekomen en vooral ook vrouwelijke werknemers.''

De partij zou zich eenduidig moeten richten op die groep die nu is thuis gebleven. Bij het herstellen van het vertrouwen in de politiek zal de partij de vakbeweging nog hard nodig hebben, denkt Vreeman.

“Je moet de partij zo organiseren dat je de geluiden uit de samenleving programmatisch kunt vertalen. De vakbeweging is daarin sterker dan de partij. Wij moeten ons permanent afvragen of onze kanalen wel open zijn, of we representatief zijn of onze machtsbasis er nog is. Er zijn een heleboel mensen die wel vakbondslid zijn, maar niet meer gaan stemmen.”

De PvdA in de huidige vorm is te veel een monocultuur, te veel naar binnen gericht, soms met een regentencultuur en in ieder geval te weinig een doorsnee van de partij-aanhang. “Je verliest dan je sensitiviteit voor de samenleving.” Vreeman trekt een vergelijking met de manier waarop de Vervoersbond aansluiting vond bij de vrachtwagenchauffeurs, een beroepsgroep die een paar jaar geleden nog nauwelijks was georganiseerd. De bond ging de chauffeurscafes in en verdiepte zich intensief in het dagelijks leven achter het stuur. “Zo zou je een sociaal vernieuwingsproject in een wijk ook aan kunnen pakken. Het wordt nu vrij ambtelijk en anoniem gepresenteerd. Wij proberen er een actie van de leden zelf van te maken, door gebruik te maken van hun kennis. Wat zouden de bewoners zelf willen: de school vernieuwen of de werkloosheid aanpakken? Je moet output-gericht werken, met een betrokkenheid van de leden zelf. De resultaten moet je zichtbaar maken - met het gezicht van je partij erbij. In de haarvaten van de maatschappij zijn, daar gaat het om.”