'Pseudo-politie' moet tekort aan agenten in grote steden oplossen

DEN HAAG, 5 april - Nog dit jaar moet een begin worden gemaakt met de invoering van een zogenoemde gedifferentieerde politie om de tekorten aan agenten bij de korpsen in de vier grote steden tegen te gaan.

Dat schrijven functionarissen van de politiekorpsen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en ambtenaren van het ministerie van binnenlandse zaken in het projectplan Differentiatie Politie Instroom.

In het rapport wordt een aantal aanbevelingen gedaan om de tekorten terug te dringen. Als de voorstellen niet worden uitgevoerd, zal de continuiteit van de vier korpsen in gevaar komen, zo luidt de boodschap in de vertrouwelijke notitie die in opdracht van de vier korpschefs en de directeur politie op Binnenlandse Zaken is geschreven.

De gedifferentieerde politie waar in het rapport voor wordt gepleit zal vooral toezichthoudend werk doen. Deze opsporingsambtenaren krijgen - als het aan de opstellers van het rapport ligt - een kortere opleiding, minder salaris en minder bevoegdheden dan de reguliere politie.

Op de ministeries van binnenlandse zaken en justitie wordt ook gewerkt aan een nota over 'gedifferentieerde politiezorg' die te zijner tijd naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Daarin komen uitgebreid de positie van onder meer de stadswacht en de vrijwillige politie aan de orde.

Bij ongewijzigd beleid hebben de vier korpsen aan het eind van het jaar samen een tekort aan ten minste 500 politie-agenten. Amsterdam wil zeker 230 agenten extra, Rotterdam 149 en Den Haag 105. Intussen is het aantal opleidingsplaatsen bij het Landelijke selectie- en opleidingsinstituut voor politie uitgebreid om de tekorten het hoofd te bieden. Volgens een woordvoerder van binnenlandse zaken wordt ook onderzocht wat op korte termijn de mogelijkheden zijn om voor een aantal politie-leerlingen de studieduur te bekorten.