Potters drama verzandt in berusting

Voorstelling: Voldoende Koolhydraat van Dennis Potter door Het Gebeuren en Het Nationale Toneel. Vertaling: Anelies Eulen; decor en kostuums: Rien Bekkers; regie: Johan Timmers en Leopold Witte; spelers: Jules Royaards, Gijs Scholten van Aschat, Elja Pelgrom, Jacqueline Blom en Frank Houtappels. Gezien 2-4 Theater aan de Haven, Den Haag. Te zien t-m 6-4 aldaar. Tournee t-m 18-5.

Een goede theaterervaring is te danken aan de eenheid van tekst, speelstijl en regie. Tussen dit drietal bestaat dan geen hierarchie; de spelers zijn geschapen voor hun rollen, de regisseur toont een hartsbinding met het toneelstuk en de schrijver kan zich geen betere uitvoerenden dromen. Bereikt een voorstelling deze eenheid niet, dan valt ze in stukken uiteen. Zo verging het mij met Voldoende Koolhydraat van de Engelse toneel- en televisieschrijver Dennis Potter. Na de strijdbare regie van Luk Perceval met Ivanov is dit de tweede premiere die Het Nationale Toneel dit weekeinde uitbracht, ditmaal in samenwerking met Het Gebeuren.

In het tekstboek trof ik een prachtig-wrange uitspraak van Potter, waarvan ik de impact graag had teruggezien in de voorstelling. “We verraden toch allemaal op de een of andere wijze onze eerste, duideljkste en sterkste gevoelens. Kijk hoe mannen en vrouwen elkaar behandelen, wanneer zij niet langer 'liefhebben' en zij al hun glorieuze beloften aan elkaar vergeten. Mensen verraden elkaar aanhoudend, wreed en opzettelijk, in de liefde en in hun overtuigingen.”

Iemand die de strijd tussen mensen met deze ogen aanschouwt en beschrijft, is een begenadigd toneelschrijver. Dat is Potter, ongetwijfeld. Zijn zinswendingen zijn scherp en snedig, geheel in de Engelse traditie van toneelauteurs die met hun taal gelijktijdig het hart en het hoofd bespelen. Het verhaal doet er nauwelijks toe; het draait om geluk en ongeluk in de huwelijkse staat, geplaatst tegen de achtergrond van een Grieks eiland waar twee directeuren van een voedselgigant en hun beider echtgenotes plus zoon van een van hen, een tragische, in alcohol gedompelde vakantie doorbrengen. Het grijpt niet diep allemaal, zeker niet als we voor de brutaliteit de huwelijksdrama's van Strindberg maar eens naast deze Potter leggen.

Vermaak zonder bitterheid, neigend naar de stijl van een vrije produktie, lijkt dan ook hoog in het vaandel te staan van de beide regisseurs Timmers en Witte. De voorstelling doorsta je als toeschouwer zonder kleerscheuren of schrammen; ruim anderhalf uur gekeken, ffft, weg is het weer eenmaal buiten het theater.

Feestelijk en licht is de aankleding en vormgeving van kostuumontwerper Rien Bekkers. Er klinkt muziek, er is een vrouw in bikini, in de zon roodverbrande lichamen en tal van flessen retsina.

We mogen ons vermeien in drank & zon & overspel, om aan het slot met de boodschap naar huis te gaan, dat het geluk ook al niet voor het oprapen ligt op een Mediterraans eiland. Het is de thematiek van de berusting: het verlangen uit de haak te gaan, krijgt een afstraffing.

Blijft braaf. Braaf: zo is ook de welgemanierde, ongevaarlijke enscenering door de twee jonge regisseurs. Zij maken voorspelbaar televisietoneel van dit stuk. Telkens als Potter echt diep met het mes snijdt in vlees en ziel, dan vlucht de regie in al te anekdotisch realisme. Waar ik als toeschouwer pijnlijk getroffen wilde zijn, daverde de regie er met een besmuikt soort amusement overheen. Misschien ben ik wel niet de juiste bezoeker van deze voorstelling; ik kan me voorstellen dat anderen er veel plezier aan beleven.

Dat ik de neiging om de spots te gaan tellen kon onderdrukken, was vooral te danken aan de acteurs. Jules Royaards als drankverslaafde echtgenoot en de zorgzame Elja Pelgrom vormen een uitstekend span.

Gijs Scholten van Aschat is de huichelende proleet, en daar maakt hij iets voortreffelijks van met de passende gebaren. Jacqueline Blom combineert in haar eigen, wat timide stijl fraai treurigheid met een verwachtingsvolle uitstraling. En toch kwam de voorstelling niet echt tot leven, in mijn ogen. Misschien te veel geregisseerd op het effect van de one-liners, zonder de moed te hebben de dreiging die daaruit spreekt, tot op het bot uit te kerven.