Pont wil de zieke ambtenaar niet straffen; Oneigenlijk gedeelte van ziekteverzuim tegen gaan

DEN HAAG, 5 april - Precies een week geleden bereikten minister Dales van binnenlandse zaken en de vier ambtenarencentrales een principe-overeenstemming over de arbeidsvoorwaarden voor dit jaar.

Op dit moment bespreken de bonden het onderhandelingsresultaat met hun leden en op 17 april worden de handtekeningen onder het akkoord gezet.

De rechterhand van minister Dales bij het arbeidsvoorwaardenoverleg - “een super-onderhandelingsdier” in de woorden van oud ambtenaren-leider Van de Scheur - H.A.P.M. Pont heeft de smaak te pakken en doet de openingszet voor de onderhandelingen voor volgend jaar.

“Om het ziekteverzuim bij de overheid terug te dringen, moeten de eerste twee ziektedagen bij ambtenaren voor eigen rekening komen”, zegt Hans Pont - 52 jaar, enthousiast schaker, en “slapend PvdA-lid”

- op zijn werkkamer op het ministerie van binnenlandse zaken. Hij werkt daarmee het idee uit van minister-president Lubbers. Immers, tijdens de behandeling van de Tussenbalans in de Tweede Kamer lanceerde Lubbers dit idee. Voor de overheid wordt het ziekteverzuim een te zware last “en deze werkgever is niet meer bereid die last te dragen”, zei Lubbers eind februari.

“Neen”, nuanceert Pont. “De premier heeft geen voorstel gedaan. Hij heeft met de gedachte gespeeld. En wij willen dat met de ambtenarencentrales bespreken. Maar niet zo geisoleerd als Lubbers het heeft opgevoerd.”

De minister-president opperde de 'gedachte' om met ingang van volgend jaar de eerste twee ziektedagen bij ambtenaren voor eigen rekening te laten komen. In de Tussenbalans staat dat het kabinet het ziekteverzuim bij de overheid met 0,5 procent per jaar wil terug dringen. Dat moet in deze kabinetsperiode een besparing opleveren van bijna een miljard gulden. Er moeten dus concrete maatregelen worden genomen.

Pont: “Ik wil de zieke ambtenaar niet straffen, maar een prikkel inbouwen om het oneigenlijk gedeelte van het ziekteverzuim tegen te gaan”. Dat zou volgens hem kunnen door het totaal aantal vrije dagen van de ambtenaren met bijvoorbeeld vier te verhogen. “De eerste twee ziektedagen komen dan voor eigen rekening. Dat wil dus niet zeggen dat je bij ziekte minder geld krijgt, maar je gaat afboeken van je vrije dagen. Meld je je het hele jaar niet ziek dan heb je vier dagen extra.” Het voorstel van Pont gaat niet zover dat een ambtenaar die zich bijvoorbeeld drie keer ziek meldt, twee dagen moet inleveren.

De directeur-generaal management en personeelsbeleid wil dit niet centraal voor de hele overheid regelen “maar dit is nou typisch een item voor het decentraal overleg”. Samen met minister-president Lubbers en 'zijn' minister is Pont een fervent voorstander van een verdere decentralisatie; elke overheidsdienst moet een eigen budget krijgen en over eigen arbeidsvoorwaarden kunnen beslissen. Pont: “We hebben nu twee jaar geexperimenteerd met een marktconforme manier van onderhandelen. Beide partijen zijn daar zeer tevreden over. En de afspraken die we twee jaar geleden hebben gemaakt in het convenant moeten we nu maar officieel vastleggen. Dat moet voor de zomer te regelen zijn”. Voor de ambtenarencentrales is dit een “noodzakelijke voorwaarde” naar verdere decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg.

Het akkoord dat op Goede Vrijdag is bereikt, beoordeelt Pont als “redelijk”. Om er in een adem aan toe te voegen: “Dat is een onderhandelingsresultaat met mij meestal”. Na zeven bijeenkomsten zijn Dales-Pont en de ambtenarencentrales overeengekomen het salaris voor ongeveer 700.000 ambtenaren per 1 april met 3,4 procent te verhogen. Daarmee stijgen de salarissen van ambtenaren met exact hetzelfde percentage als de lonen in de marktsector.

Voor het eerst was de begrotingsruimte voor ambtenarensalarissen vooraf niet vastgelegd. “Vandaar dat minister Dales goedkeuring moest vragen aan de ministerraad; we spreken namelijk over een bedrag van ongeveer 1,7 miljard gulden dat met de loonsverhoging is gemoeid. Dus eentiende procentpuntje scheelt tientallen miljoenen guldens.”

Moet volgend jaar, als het decentraal overleg is ingevoerd, minister Ritzen van onderwijs aan het kabinet vragen of hij het salaris van leraren met een bepaald percentage mag verhogen? En geldt hetzelfde voor minister Ter Beek van defensie wanneer hij met de krijgsmacht onderhandelt? “Decentraal onderhandelen betekent dat je maatwerk levert. Dat kan dus betekenen dat het salaris van leraren met 3 procent stijgt en dat van militairen met 2 procent. Geen ongebruikelijke situatie in het bedrijfsleven.”

Met politie, onderwijs, en gemeente-ambtenaren wordt op sectorniveau onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden; de ambtenarencentrales en 'Den Haag' zullen zich beperken tot het doen van aanbevelingen. Een overlegstructuur a la Van Lede, de scheidende voorzitter van de grootste werkgeversorganisatie VNO. “Ik kan niet ontkennen dat mijn mening ten aanzien van onderhandelen over arbeidsvoorwaarden is veranderd”, bekent Pont. Als voorzitter van de vakcentrale FNV was hij een voorstander van het maken van afspraken op centraal niveau.

Pont was in de periode 1985-1988 de eerste man van de FNV. Minister-president Lubbers leerde hem kennen als iemand die - in tegenstelling tot Ponts voorganger Wim Kok - niet voorop liep in protestmarsen tegen de regering. Pont gaf de voorkeur aan regelmatige informele contacten met Den Haag. Mogelijk is toen bij Lubbers waardering voor Pont ontstaan. In 1986 sloot de FNV onder Ponts leiding vlak voor de Tweede-Kamerverkiezingen een centraal akkoord.

CDA-lijstaanvoerder Lubbers maakte tijdens de verkiezingscampagne goede sier met het akkoord, waarin werd afgesproken de werkloosheid naar een half miljoen terug te dringen.

De waardering van Lubbers voor Pont had tot gevolg dat Pont in 1988 op instigatie van de minister-president is benoemd tot directeur-generaal bij Binnenlandse Zaken; de transfer van dat jaar. Lubbers vond de toenmalige minister van binnenlandse zaken Van Dijk te weinig geschikt om met de ambtenarenbonden te onderhandelen.

Pont had in 1983 naam gemaakt tijdens de ambtenarenacties ('boos op Koos'). Uit die tijd stammen etiketten als 'heldere denker' en de 'koele strateeg'. De vice-voorzitter van de ambtenarenbond AbvaKabo viel tijdens het conflict op door zijn visie op de budgettaire problemen van het rijk. Als het kabinet vond dat er teveel werd uitgegeven aan ambtenarensalarissen, moest het maar aangeven welke overheidsdiensten konden worden geschrapt; in plaats van te korten op de inkomens van ambtenaren.

Acht jaar later mag Pont als directeur-generaal management en personeelsbeleid vorm geven aan de 'nieuwe overheid'. De visie van minister Dales is alleen bekend op hoofdlijnen: kleiner, beter, efficienter, en beperken tot de kernactiviteiten. Concreet: bij de rijksoverheid zullen in deze kabinetsperiode volgens Pont ongeveer 10.000 banen verdwijnen. Pont: “Als het takenpakket van de overheid ongewijzigd blijft dan lukt het nooit. Je gaat er dan namelijk van uit dat er nog 10.000 rijksambtenaren te veel zijn voor het werk dat moet worden gedaan. De afslankingsoperaties van de kabinetten Lubbers I & II hebben alle lucht al uit de overheidsbureaucratie gehaald”. Maar de politiek moet een uitspraak doen over welke overheidstaken wel en welke niet moeten worden gedaan. “Ik heb nog niet de uitgewerkte plannen gezien waarbij de 10.000 banen worden geschrapt”, zegt Pont, “wel de uitgewerkte plannen voor de uitbreiding van de overheid.”