Op Texel is een bezoek aan kinderboerderij De ...

Op Texel is een bezoek aan kinderboerderij De Mient het leukste uitstapje dat je op het eiland kunt maken.

We gaan er vaak heen, en zeker op onze verjaardag. Vorige week, toen we dus tien jaar werden, zijn we er met veertien vriendjes geweest.

Het was de eerste dag dat ze open waren, want het seizoen is hier begonnen. Toen we binnenkwamen was er een grote chocoladetaart met twintig flakkerende kaarsjes erop die we met twee keer blazen verwalmden. Nadat we allemaal gulzig een punt naar binnen hadden geschrokt, want we wilden zo gauw mogelijk naar buiten, renden we het terrein op in een wolk van wegstuivende kakelende kippen en hanen. Het ene groepje vriendjes klom meteen op de vliegende Hollander en zweefde al gauw tot aan de boomkruinen, een paar anderen gingen in kleine autootjes over een betonnen baan rijden of minigolfen maar wij gingen eerst even naar onze vriend Brennus. Dat is een Sint Bernhardshond die bijna zo groot is als een veulen en zo sterk dat je op je rug tuimelt als hij tegen je op gaat staan. We omhelsden hem en zeiden, 'We zijn jarig, Brennus'.

Daarna renden we naar de kameel, die in de rui was. Zijn bontpels hing als een oude trui versleten langs zijn lichaam naar beneden en deinde op en neer met zijn soepele woestijnzandloop. Er liepen ook allemaal van die blauwgenekte pauwen die ruisend hun staartveren opzetten en deftig gingen pronken toen er een pauwin langskwam, die gewoon rustig doorpikte alsof ze dat felgekleurde schild van glazuur en die starre liefdesogen niet zag. En daar had ze groot gelijk in, want toen er even later een onooglijk halfkaal kippetje langswaggelde raakten ze ook zo opgewonden alsof Madonna haar kouwe kunstjes voor ze vertoonde.

Na een opwindend uurtje werden we allemaal binnengeroepen en gingen onze vriendjes de cadeautjes geven. Moet je je voorstellen, achtentwintig cadeautjes, veertien voor elk. Zelfs Bubka zou weer een nieuw wereldrecord gevestigd hebben als hij met zijn polsstok over die stapel pakjes was gekomen. Het meeste was Lego, want daar hadden we om gevraagd. Maar er was ook een goops bij met een duivelskop en een skelet. Het was net een slappe pannekoek uit de hel. En we kregen een fakirbed, zo'n soort kastje met aan een kant perspex en aan de andere kant een plaatje met spijkers waarin je je hand of iets anders kunt afdrukken. Onder gegil en gejuich moesten alle jongens om de beurt er even hun gezicht in afdrukken. Je zag dan al die bekende schooljongensgezichten in spijkerkoppen. Eigenlijk was het een beetje eng ook, omdat het net dodenmaskers leken van Mozart of van farao's.

Je dacht eraan dat als je dood bent je zo roerloos onder de grond ligt. Maar toen we met z'n allen aan een lange tafel gingen eten hadden we er veel lol mee. We staken onze kroket of frikadel erin en riepen, 'Een berelul van metaal'. En we fluisterden dat we dat fakirbed wel eens echt over onze piemels zouden willen doen. Maar dat mocht niet van onze papa, want hij zei dat met al die spijkerpunten hij direct nog met een dozijn lulletjes van tartaar zouden zitten. En dat zou zonde zijn want we moesten er nog ons hele leven mee doen.

Toen we thuis waren mochten we lang opblijven om onze cadeautjes te bekijken. Ineens hoorden we een harde tik tegen het raam alsof er iemand een eikel tegenaan gooide. Onze mama deed het gordijn open maar we zagen niets. Het was geen vogel, want dat klinkt doffer. We deden de deur naar het terras open en toen schoot er een kever naar binnen zo groot als een lucifersdoosje. Hij keilde over de vloer alsof hij kwam rollerskaten. Zijn vliezige vleugels staken nog buiten de dekschilden. Op het terras, vlak onder de ramen, vonden we er nog meer. Het waren geelgerande waterkevers die op het licht afkwamen.