Onderzoek vertrouwensarts hongerstakers naar situatie mensenrechten Kosovo; 'Albanezen zijn vogelvrij in Joegoslavie'

De elf etnische Albanezen die vanaf 12 maart in Gorinchem in hongerstaking waren hebben hun actie gistermiddag beeindigd na een onderhoud met vertegenwoordigers van de gemeente en het ministerie van justitie. Op grond van de rapporten over schendingen van de rechten van de mens in de Servische provincie Kosovo die zij overlegden heeft Justitie besloten om hangende het onderzoek naar dit nieuwe materiaal vooralsnog geen etnische Albanezen naar Kosovo terug te sturen.

STOLWIJK, 5 april - “Dit is de intreewond.” B. Cohen, vertrouwensarts van de Albanese hongerstakers en schrijver van een van de mensenrechtenrapporten, zet de video even stil en wijst op een punt boven de wenkbrauw van een dode jongeman.

De video loopt weer en het lijk wordt omgedraaid. “En dit is de uitschotwond.” We kijken niet langer naar een vaag punt, maar naar een vuistgroot gat. “Hier is duidelijk irreguliere munitie gebruikt”, concludeert Cohen, die meer dan tien jaar politie-arts is geweest. Het materiaal waar we naar kijken heeft hij als medewerker van de medische onderzoeksgroep van Amnesty International verzameld in Joegoslavie.

In december 1989 kwam Cohen voor het eerst met de problematiek van de etnische Albanezen in Joegoslavie in aanraking. Hij woonde als vertegenwoordiger van de organisatie voor de rechten van de mens in het Servische stadje Leskovac een proces bij tegen elf Servische gevangenbewaarders. De mannen, onder wie de gevangenisdirecteur, werden ervan verdacht Albanese gedetineerden ernstig te hebben mishandeld. Dit proces bracht hem op het spoor van een groot aantal gevallen.

“Officieel zou deze dienstplichtige soldaat zelfmoord hebben gepleegd.” We bekijken weer een andere clip. “Dood door verhanging heette het officieel.” Een bij Cohen thuis aanwezige Albanees spelt de naam van het slachtoffer: Jetulla Desku. “Vijf kogelgaten in de borst, en de hals was niet verlengd.” Het stoffelijk overschot wordt op zijn buik gelegd. “Hier op zijn rug zie je grote blaren, mogelijkerwijs door kokend water veroorzaakt. Geen verwondingen die je gewoonlijk bij een verhanging tegenkomt.”

Cohen legt uit dat hij uiterste behoedzaamheid betracht in zijn rapportage en niet zal zeggen dat iemand is mishandeld of gemarteld.

Hooguit dat bepaalde sporen, zoals de 'tramlijn-leasies' die we zien, worden veroorzaakt “door slagen met een cylindrisch voorwerp” of dat “het lichaam over grote afstand in een slepende beweging over de grond is gegaan”. Hij neemt waar en geeft weer. “Dit scrotum is beetgepakt en omgedraaid”, we kijken naar een monsterachtig gezwollen orgaan. De beelden zijn van dia's die hij in operatiekamers maakte.

Over de wijze waarop hij zijn rapporten en dia's het land uitkreeg wil hij alleen in alle vertrouwen iets zeggen.

“Een meisje van zestien dat het V-teken maakte.” Ze is dood, net als het vijfjarige meisje naar wie hij bij de Servische autoriteiten navraag deed. “Eerst zeiden ze dat ze het V-teken maakte en dat is aanzetten tot subversie. Toen ik daartegen inbracht dat toch niets ter wereld het doodschieten van een vijfjarig kind rechtvaardigt, zeiden ze: 'dat kind is door de vader gedood om ons in een kwaad daglicht te zetten'.” Hij omschrijft het optreden van de Servische machthebbers in Kosovo als 'grotesk'.

Cohen: “Ik pas als altijd hoor en wederhoor toe. Serviers verdedigen hun optreden tegen de Albanezen onder verwijzing naar grafschennis, verkrachtingen, intimidatie en dergelijke. Na lang aandringen of daar bewijzen voor waren heb ik een rapportje gekregen. Over een periode van dertig jaar hadden ze veertien cases verzameld. In zes daarvan was geen enkel bewijs geleverd. Je kan wel een lijk laten zien en zeggen 'dat heeft een Albanees gedaan', maar dat werkt niet natuurlijk. Van de overige acht waren drie gevallen gewone criminaliteit. Bleven vijf gevallen over. Maar daar bewijs je geen structurele terreur mee.”

Cohen stelt dat de etnische Albanezen in Joegoslavie door het Servische optreden rechteloze burgers zijn geworden.