Onderzoek naar levenskansen van lynx in park Veluwezoom

Niet bekend

Directeur ir. E. Hessels van Natuurmonumenten houdt kritische geluiden over de levenskansen van de lynx vooralsnog af. “Bij iets nieuws komen altijd weerstanden op”, aldus Hessels. “Dat was ook zo toen wij Schotse Hooglanders in Nederland introduceerden. Onterecht, naar later bleek. We wachten rustig af wat het onderzoek oplevert.”

De lynx is een roofdier dat tot 130 centimeter lang kan worden. Het dier is een bosbewoner en jaagt op kleine hoefdieren, zoals reeen, en knaagdieren. In Frankrijk, Zwitserland en Joegoslavie is de lynx al met succes uitgezet. Natuurmonumenten wil met de introductie van de lynx in Nederland een natuurbeheersysteem “compleet maken” waarbij de invloed van de mens als beheerder zo beperkt mogelijk is. Hessels: “Een predator, die leeft van andere dieren in het systeem, ontbreekt nog.”

Voor het onderzoek heeft Natuurmonumenten de bioloog ir. R. Cosijn aangetrokken. Volgens hem is het bijna zeker dat de lynx vroeger in Nederland heeft geleefd. “Een keihard bewijs is er niet voor, maar het is uiterst onwaarschijnlijk dat het beest niet inheems zou zijn.”

Cosijn denkt dat de laatste lynx in Nederland rondom het begin van de jaartelling heeft geleefd. Dat hier niet, zoals in Oost-Europa, fossielen zijn gevonden, wijt hij aan het feit dat de lynx hier juist niet in die milieus heeft geleefd waar fossielen voorkomen.

De Wageningse hoogleraar wildbeheer dr. J. van Haaften zegt zeker te weten dat het dier in Nederland nooit is voorgekomen. Van Haaften, die de afgelopen jaren de introductie van lynxen in verscheidene Europese landen heeft begeleid, denkt dat zo'n onderneming in Nederland “tot mislukken gedoemd” is. “Het is hier toch allemaal veel te kleinschalig. Het dier heeft een rustig gebied nodig.” Van Haaften vreest dat veel dieren zullen sterven door verkeersongevallen.

Cosijn, een leerling van Van Haaften, betwist dat. Het dier zal zich vrij snel aanpassen aan zijn nieuwe omgeving, stelt hij. Hij vermoedt bovendien dat de lynx niet zo'n groot leefgebied nodig heeft als vaak wordt verondersteld. “Een gebied van twintig vierkante kilometer per dier zou wel eens genoeg kunnen zijn.” In dat geval zou Natuurmonumenten zes lynxen kunnen uitzetten in het Nationaal Park Veluwezoom. Met dergelijke populaties zijn andere Europese landen ook begonnen.

Natuurmonumenten beseft dat het wilde dier zich bij introductie niet aan de grenzen van zijn gebied zal houden. Daarom, zegt Hessels, zal bij een eventuele introductie goed overleg met andere natuurbeheerders en overheden nodig zijn. Dat proces kan twee jaar in beslag nemen. Het wegnemen van bepaalde ideeen over het dier bij het grote publiek zal zeker ook tijd vergen. De lynx is volgens Cosijn niet “bloeddorstig”

en valt geen mensen aan.