Niet voor boven de veertig; Een nieuwe jaargids van Nederlandse kunstenaars

Jaargids '91-'92. 100 jonge Nederlandse schilders. Uitg. Living Art, 126 blz. Prijs (f) 49,95

Met kreten als 'De gids voor jonge kunst' en 'Alles wat de liefhebber weten moet, kristalhelder en informatief' prijst de onlangs verschenen Jaargids '91-'92, 100 jonge Nederlandse schilders zichzelf op het omslag aan.

Het boekje is een initiatief van de uitgeverij Living Art in Amsterdam en toont van honderd jonge kunstenaars een kunstwerk. Van iedere kunstenaar zijn bovendien een beknopte stijlomschrijving en biografische- en expositiegegevens opgenomen. Bijzonder is de toevoeging van de 'richtprijzen' bij iedere kunstenaar, bijvoorbeeld: “olieverf op doek 20 x 30 cm (f) 1.000,-, olieverf op doek 200 x 150 cm (f) 5000,-” (Peter Klashorst).

De gids is bedoeld voor liefhebbers van hedendaagse kunst die er misschien wel eens over denken iets aan te schaffen, maar niet de daad bij het woord voegen omdat ze zich wat onzeker voelen over 'de markt'.

De uitgever heeft zijn best gedaan om met deze gids die liefhebbers tot aanschaf te bewegen. De honderd kunstenaars zijn aantrekkelijk gepresenteerd: ieder op een eigen pagina met veelal een kleurenafbeelding van een kunstwerk erbij. De begeleidende tekstjes zijn kort en goed toegankelijk: je hoeft geen kunstgeschiedenis gestudeerd te hebben om ze te kunnen begrijpen. (“Frank Hutchinson maakt grote landschapscomposities in acrylverf - Vanuit zijn geheugen schildert hij zijn indrukken met dikke verfstrepen op het doek”). Ook de keuze van de honderd kunstenaars lijkt gericht op een breed publiek. Een van de samenstellers van de gids, Kathrin Ginsberg, beschrijft in de inleiding hoe de selectie tot stand kwam: kunstenaars die in 1950 of later geboren zijn en regelmatig exposeren kwamen in aanmerking. Uit de duizenden die aan die voorwaarden voldoen, koos men tweeduizend schilders die sinds 1985 regelmatig in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of andere grote steden exposeerden. Er bleven enkele honderden over. En uit die lijst zijn de honderd voor het boek uiteindelijk gekozen. Het is jammer dat de samensteller over de criteria voor de laatste selectie niets onthult, want die is intrigerend. Waarom zit het ene 'veelbelovende talent' er niet bij (Marc Mulders, Emo Verkerk, Marien Schouten en Anne Feddema) en het andere wel (Rob Scholte, die toch al iets meer is dan een 'veelbelovend talent')?

LEIDRAAD

Over die keuze valt dus wel wat te zeuren, maar dat laat onverlet dat de jaargids een aardig initiatief is. Een dergelijke actuele leidraad voor de Nederlandse kunst bestond nog helemaal niet. Van lieverlee is de jaarlijkse catalogus van aankopen van de Rijksdienst beeldende kunst gaan functioneren als een handig naslagboek voor actuele vaderlandse kunst (overigens niet met de beperking dat alle kunstenaars van 1950 of daarna moeten zijn). De Rijksdienst heeft dat zelf ook ingezien en heeft haar vorig jaar verschenen catalogus (Rijksaankopen 1989) dan ook de hoofdtitel 'Nederlandse kunst'

gegeven. De opzet (foto kunstwerk plus korte stijlomschrijving kunstenaar) is nagenoeg identiek aan die van de Jaargids.

De Jaargids met 100 jonge Nederlandse schilders is geen vervanging van de Rijksaankopen-catalogus, maar vormt een aanvulling, juist omdat er een aanzienlijk aantal betrekkelijk onbekende, jonge kunstenaars in te vinden is.

Om deze eerste editie van de Jaargids enig gewicht te geven, hebben de samenstellers diverse inleiders van naam uitgenodigd hun licht over de jonge nationale kunst te laten schijnen, zoals H.J.A. Hofland, dr.

Willemijn Stokvis, docent moderne kunst RU Leiden en prof.dr. W. Brummelkamp, die meehielp de AMC-kunstcollectie op te bouwen. De opmerkelijkste inleiding is die van oud-minister van WVC, Elco Brinkman. Hij is kampioen van de versterking van het marktmechanisme in de Nederlandse kunstwereld, waarvan deze Jaargids, een particulier initiatief dat tot marktverruiming van de kunst moet leiden, een gevolg is.

De voormalige bewindsman doet ontboezemingen over zijn persoonlijke relatie met de kunst, waarbij hij bij iedere letter van de naam van de uitgeverij (Living Art) een woord associeert, zoals bij A-Artiest: “Enkele van mijn schoolvrienden zijn artiest en bij een van hen bracht ik een eerste bezoek op een atelier. Een visnet, franse chansons, verf op m'n zondagse pak, rieten stoelen, dankbare herinneringen en indrukken en er zijn er daarna tientallen andere bijgekomen. Ik zou geen definitie van artiest of artistiek durven geven, maar het is altijd wel net een tikkeltje anders dan elders.”

De mijmeringen van Brinkman verdienen het om opgenomen te worden in de bloemlezing van de hoogtepunten van de 'abacadabra uit de verzamelde kunstkritiek', een uitgave waarvoor H.J.A. Hofland pleit in zijn inleiding in de Jaargids.