Kamer vol zorg over teruggang economie

DEN HAAG, 5 APRIL. CDA, VVD en D66 hebben zich in reacties op het Centraal Economisch Plan 1991 zeer bezorgd getoond over de vooruitzichten voor de Nederlandse economie.

Het Centraal Planbureau voorziet voor dit en volgend jaar een teruggang van de economie. Voor 1992 wordt een groei van 1 procent becijferd. De PvdA-fractie is minder somber. Zij erkent dat 1992 voor het kabinet voor wat betreft de begroting “een bijzonder moeilijk jaar” wordt, maar wijst erop dat voor de jaren 1993 en 1994 hogere groeicijfers worden voorzien.

Het CDA maakt zich vooral zorgen over de omvang van de collectieve lastendruk (totaal van belastingen en sociale premies), de werkgelegenheid en de inflatie. Voor de christen-democraten is er “alle reden de lijn die door de fractie is uitgezet in de Tussenbalans voort te zetten”. Bij het zoeken naar oplossingen staat voor het CDA minder uitgeven door de rijksoverheid voorop. Deze fractie sluit het verhogen van de lastendruk uit.

De PvdA-fractie vindt de bescheiden groei in 1992 aanleiding om in het overheidsbeleid extra nadruk te leggen op het bevorderen van investeringen en werkgelegenheid. De sociaal-democraten stellen overigens vast dat de Nederlandse economie in 1990, met een groei van 4,25 procent, uitstekend heeft gepresteerd.

De VVD constateert dat er weinig voor nodig zal zijn om de belangrijkste beleidsdoelen van het kabinet in 1992 buiten bereik te brengen. De liberalen noemen pogingen van het kabinet de gaten te dichten met meevallers en bij voorbeeld versnelde inning van vennootschapsbelasting weinig vertrouwenwekkend. Het kabinet moet volgends de VVD voor 1992 ten minste drie miljard gulden aan extra bezuinigingsmaatregelen treffen.

D66 noemt de CPB-cijfers “ronduit alarmerend”. Voor deze fractie “blijkt eens te meer dat het debat over de Tussenbalans een schijndiscussie is geweest”. D66 vindt dat de regering al in 1991 de overheidsuitgaven forser had moeten saneren.