Jan Brokken in Afrika; Geheimzinnige bwiti en mvett

Jan Brokken: De regenvogel. Een reis door Equatoriaal Afrika. Uitg. De Arbeiderspers, 256 blz. Prijs: (f) 36,80.

Toen de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley in 1864 een uitgemergelde blanke man in het Afrikaanse oerwoud tegenkwam, wist hij meteen dat het David Livingstone moest zijn. Er was al twee jaar niets meer vernomen van deze zendeling die op zoek was gegaan naar de bronnen van de Nijl. “Doctor Livingstone I presume,” zei Stanley tegen hem. Deze woorden zijn altijd begrepen als een superieure vorm van humor, maar in werkelijkheid, zo legt Jan Brokken uit in zijn boek De regenvogel, bedoelde hij deze droog klinkende woorden helemaal niet grappig, maar wist hij eenvoudigweg niets beters te verzinnen. De rest van zijn leven schijnt hij zich geschaamd te hebben over dit zinnetje dat hem maar bleef achtervolgen.

Brokken ontleende zijn kennis aan levensbeschrijvingen van de dodelijk verlegen Stanley, die afbreuk doen aan het 19de-eeuwse beeld van de nobele ontdekkingsreiziger die 'beschaving' wilde brengen in Afrika.

Met de Afrikaan, in wie hij het kind en de duivel verenigd meende te zien, had Stanley niet zo veel op. Hij was niet zo goed in het voeren van overleg met stamhoofden en verwoestte tijdens zijn expedities meer dan dertig dorpen.

In De regenvogel wordt aan meer reputaties geknaagd, al is het Brokkens opzet zeker niet geweest om nu eens af te rekenen met allerlei historische figuren. Zijn grondtoon is die van de rustige verteller, niet die van de commentator die precies weet waar het op staat.

Het lijkt erop dat Brokken zijn literaire uitgangspunt niet trouw is gebleven. In een interview naar aanleiding van zijn romandebuut De provincie (1984) sprak hij zich uit voor 'regionaal gebonden literatuur'. Deze hang naar het regionale duurde niet lang. Zaza en de president (1988), zijn vorige roman, speelde zich af in het politiek roerige Burkina Faso. De ondertitel van zijn nieuwe boek luidt wat misleidend 'Een reis door Equatoriaal Afrika'. Want het is geen reisverhaal in de gebruikelijke zin van het woord. Je zou het een documentaire kunnen noemen, of een zeer uitgebreide en mooi geillustreerde reportage over Gabon, 'de Achterhoek van Afrika', volgens Brokken. Zo heeft hij de provincie dan toch nog binnen weten te halen.

Het is een verdienste dat hij zijn lezers niet laat verdwalen in het verre en vreemde land van Albert Schweitzer, maar er een helder en levendig beeld van weet te geven, alsof het een gebied is dat hij al zijn hele leven kent. Nu kwam hij ook bepaald niet onbeslagen ten ijs, want hij bestudeerde, volgens de literatuurlijst achterin het boek, ongeveer 140 titels: romans, biografieen, geografische, historische en biologische studies en een flink aantal reisverhalen en dagboeken, die op de een of andere manier betrekking hebben op Gabon en op het buurland, de volksrepubliek Kongo.

Het aardige van zijn boek is dat hij dit levendige effect niet bereikt door uit te weiden over zijn eigen reiservaringen, maar door anderen aan het woord te laten. Die anderen, dat zijn de Gabonezen waarmee Brokken in contact komt, Europese gastarbeiders, een enkele missionaris, maar vooral zijn het reizigers, de Europese reizigers uit vorige eeuwen die Afrika stukje bij beetje ontdekten en vervolgens koloniseerden. Al die verschillende stemmen leveren samen een beeld op van Gabon als van een verscheurd en daardoor wat tragisch land, gevolg van de ingewikkelde verhoudingen tussen de eertijds primitief geachte oerwoudbewoners en de beschavingsbeluste Europeanen. Met het ene been staan de bewoners nog in eeuwenoude tradities, met het andere in de tegenwoordige tijd. Gabon heeft ondoordringbaar oerwoud en moderne steden aan de kust: een door geheimzinnige bwiti en mvett bepaalde binnenkant en een herkenbare buitenkant.'

Jan Brokken reist niet zozeer in dit boek, maar reist na, in het voetspoor van Nederlandse V.O.C.-ers, en van 19de-eeuwse ontdekkingsreizigers als Du Chaillu, Brazza, Stanley en Burton. Hoewel hij weinig ingenomen is met de blanke superioriteitswaan van het merendeel van deze avonturiers, heeft hij ontzag voor de moed en het doorzettingsvermogen waarmee zij de akeligste beproevingen in het broeierige oerwoud doorstonden. Richard Burton maakte duidelijk waarom een man zijn leven op deze manier op het spel zet. Een heuse ontdekkingsreiziger heeft er, om welke reden dan ook, alles voor over om de eerste te zijn: “To be first is everything, to be second nothing.”

Brokken is een typisch voorbeeld van een secundaire reiziger, die het niet om ontdekken, maar om herkennen te doen is. Hij kijkt door andermans ogen en luistert met geleende oren. Hij gaat op zoek naar een figuur uit een roman van Simenon, hij reist met de trein dwars door Gabon om te kunnen zien wat de Gabonezen zien, hij maakt met vele anderen een bootreisje op de rivier de Ogowe en bekijkt mooie watervallen. Hij stelt zichzelf niet op de voorgrond en laat anderen oordelen. Zijn avonturen steken natuurlijk ook wel wat bleek af bij die van zijn voorgangers, de ontdekkingsreizigers die niet bang waren voor malariamuggen, tseetsee-vliegen, slangen, ratten, kannibalen en gifpijlen.

Als hij toch een enkele keer een avontuurlijke mini-exploratie onderneemt, dan loopt die steevast op niets uit. Zijn pogingen om in navolging van onderzoeksters als Dian Fossey gorilla's in het wild te zien zijn vergeefs, al weet hij de spanning, zeker na verontrustende mededelingen over de brute kracht van deze dieren, fraai op te bouwen.

Ook de wandeling over de Bateke-hoogvlakte die hij maakt met een jonge Gabonees, Charlie genaamd, eindigt wat miezerig met deze conversatie: “Toen we een uur of drie hadden gelopen zei hij: 'Wees nu eens eerlijk, Jan, valt er voor ons nog wel iets te ontdekken?'.

'Niet in de oorspronkelijke zin van het woord.' 'Dus niemand zal het betreuren wanneer we omdraaien.'

'Ik vrees van niet'.'' Misschien heeft Brokken wel iets gemeen met onze Olfert Dapper ((+-)1633-1689) die zijn gegevens ook uit de tweede hand had, uit Nederlandse, Italiaanse, Franse en Portugese reisbeschrijvingen. Hij slaagde erin om in de Anjeliersstraat in Amsterdam een belangrijk boek te schrijven over Afrika zonder ooit een voet in de tropen te hebben gezet. Op een enigszins vergelijkbare manier bracht Brokken andermans bevindingen samen in een onderhoudend relaas over Gabon: het relaas van een geduldige luisteraar en lezer; mooi, maar ook wat droevig.