Iraakse aanval op Khafji kwam voor geallieerden ongelegen

Oude militaire 'records' verbleken bij de operatie Desert Storm. Ook brak de '100-urige oorlog' in enkele opzichten radicaal met de traditie. Slechts eenmaal werd de geallieerde voorbereiding uit balans gebracht: door de Iraakse aanval op het stadje Khafji. “Het effect van een muggebeet bij een olifant”, noemde Schwarzkopf die aanval. Maar zijn tankdivisies bevonden zich op dat moment al honderden kilometers naar het westen. Vierde deel in een serie terugblikken op de oorlog in de Golf.

ROTTERDAM, 5 april - Op 17 december 1990 maakte David Farquar een vergissing. Hij parkeerde zijn auto in de Londense voorstad Acton om een blik te werpen in de showroom van een garage. Zijn draagbare computer legde hij zolang in de kofferbak. De computer werd gestolen.

Luitenant-kolonel David Farquar, onderscheiden tijdens de Falkland-oorlog voor zijn organisatievermogen en inmiddels stafofficier van de Britse luchtmacht in de Golf, had een zonnige toekomst. Hoewel zijn ouders hebben laten weten achter hem te zullen blijven staan, moet nu voor zijn carriere gevreesd worden. In het geheugen van de gestolen schootcomputer waren de details opgeslagen van de misleidingsoperatie die operatie Desert Storm tot een goed einde moest brengen.

Precies twee maanden eerder maakte de stafchef van de Amerikaanse luchtmacht, generaal Michael J. Dugan, eveneens een vergissing. Hij noemde het precieze aantal Amerikaanse vliegtuigen in de Golf en beschreef gedetailleerd welke Iraakse doelen het naar zijn idee als eerste zouden moeten ontgelden: commandocentra, vliegvelden, de nucleaire industrie en Saddam Hussein zelf, zijn lijfwacht of desnoods zijn maitresse.

Dat had hij niet moeten doen. “Het is een goede gewoonte dat militairen geclassificeerde gegevens voor zich houden”, zei minister van defensie Dick Cheney. En ook over die maitresse had Dugan niet mogen spreken, vond het Pentagon, want aanslagen op staatshoofden of hun maitresses zijn tegen de wet. Een opmerking van Dugan over mogelijke “afleidingsmanoeuvres van de landmacht en de mariniers”

kreeg relatief weinig aandacht in de officiele reacties. De schootcomputer van David Farquar werd terugbezorgd, generaal b.d.

Michael Dugan schrijft inmiddels beschouwingen voor het tijdschrift US News & World Report, en de apotheose van de oorlog in de Golf kreeg zijn beslag met een succesvolle misleidingsoperatie.

Die misleiding kwam hierop neer: landstrijdkrachten en mariniers gaven het Iraakse bezettingsleger in Koeweit de indruk dat de geallieerde aanval vanuit het zuiden en vanuit zee zou komen. Maar intussen werden vanaf 17 januari, de dag het luchtoffensief begon, meer dan 200.000 soldaten in het geheim naar de relatief onbeschermde zuidwestelijke flank van het Iraakse leger overgebracht. Die geallieerde legermacht bestond uit twee legerkorpsen en enkele lichte eenheden, waaronder een Franse divisie en twee Amerikaanse luchtlandingsdivisies.

Als eerste overschreden Arabische troepen en Amerikaanse mariniers de grens tussen Koeweit en Saoedi-Arabie, precies daar waar de Irakezen de aanval verwachtten. Kort daarna begon het meest westelijke deel van de geallieerde legermacht aan een snelle opmars door de woestijn van zuid-Irak, tot aan de rivieren Eufraat en Tigris, om vervolgens naar het oosten af te buigen in de richting van Basra. De minder ver naar het westen gelegerde geallieerde troepen trokken vrijwel gelijktijdig naar het noorden en bogen vervolgens eveneens naar het oosten, waar zij slag leverden met het tankleger van de Republikeinse Garde en sneden de terugweg af ten noorden van Koeweit-Stad.

In de beeldspraak van de militairen: de rechterhand van de bokser hield de verdediging bezig, terwijl de linker uithaalde voor een hoekstoot. En even plastisch: het geallieerde leger in het zuiden was het aanbeeld, de manoeuvre op de westelijke flank was de hamer.

De geallieerden pasten niet alleeen een zogeheten 'kleine enveloppe' toe, maar bovendien een veel grotere omsingeling. Had Saddam Hussein de weekbladen maar goed gelezen! In Newsweek van 11 februari (verschijningsdatum ongeveer een week eerder) was de kaart te zien die de staf van generaal Schwarzkopf pas na de voorlopige wapenstilstand op 28 februari zou vrijgeven. De posities van het Amerikaanse 18de Legerkorps (500 km landinwaarts), het 7de Legerkorps (300 km landinwaarts) en die van mariniers en andere geallieerde strijdkrachten in het zuiden stonden er waarheidsgetrouw op aangegeven. Gekleurde pijlen op Iraaks en Koeweits grondgebied lieten nauwkeurig zien hoe de geallieerde vorken in de Iraakse defensie gestoken zouden worden. Met deze “flankerende beweging zouden de geallieerden de westelijke ontsnappingsroute van de Irakezen uit Irak kunnen blokkeren”, stelde het blad, naar zou blijken terecht.

Maar in dezelfde tijd komt de fog of war weer onstuitbaar op. Zo'n flankmanoeuvre zou “een logistieke nachtmerrie” zijn, betogen verschillende militaire analisten. Een tankdivisie gebruikt immers per dag vijf miljoen kilo munitie, twee miljoen liter brandstof, ruim een miljoen liter water en een kleine honderdduizend maaltijden. En op hetzelfde ogenblik besteedden vele media ruim aandacht aan een mogelijke geallieerde landingsoperatie vanuit zee. De datum voor het begin van een offensief te land, waarover dan allerwege werd gespeculeerd, werd steeds gekoppeld aan de dagen dat hoog water een nachtelijke landing vanuit zee gunstig zou beinvloeden: van 15 tot 21 februari.

Ook minister Cheney zaaide verwarring toen hij op 10 februari de mogelijkheid opperde van een 'beperkte landoorlog'. De slotfase van Desert Storm stond echter al vast sinds 10 november 1990, toen generaal Schwarzkopf de grote lijnen van zijn left hook bekend maakte aan een klein gezelschap commandanten. Eind januari was de verplaatsing van de legers naar het westen een feit. De logistieke nachtmerrie werd niet bewaarheid. Behalve de tanks brachten de geallieerden genoeg voorraden over om de divisies zestig dagen te onderhouden. G-day (G voor 'ground') zou plaatshebben ergens tussen 21 en 25 februari.

Om de indruk te versterken dat de werkelijke aanval vanuit het zuiden zou komen, werden juist daar de 'verkennende schermutselingen'

opgevoerd. Artillerie van beide partijen wisselde salvo's uit, kleine geallieerde legereenheden werden door helikopters over de grens gezet om krijgsgevangenen te maken en om de verdediging te testen. Een eenheid die was gespecialiseerd in psychologische oorlogvoering (de zogeheten PsyOps) zond in het zuiden gefingeerd radioverkeer uit, waaruit moest blijken dat de Amerikaanse pantserdivisies zich daar op de aanval voorbereidden, en via grote luidsprekers lieten zij zelfs het geratel van rupsbanden horen.

Die misleiding kon alleen slagen doordat Irak, in Schwarzkopfs woorden, “geblinddoekt was”. Doordat de Iraakse luchtmacht aan de grond stond, of was uitgeweken naar Iran, beschikte Saddam Hussein niet over accurate slagveldgegevens. Een lakmoesproef gaf voor de geallieerden de doorslag: uit niets bleek dat de Russen, die de troepenverplaastingen met hun satellieten ongetwijfeld hadden kunnen volgen, hun informatie aan Irak hadden doorgespeeld. Er zijn aanwijzingen dat de Sovjet-Unie vlak voor het begin van het landoffensief op 24 februari getracht heeft Irak van het uitzichtloze van de situatie te overtuigen, maar doordat de verbindingen tussen Moskou en Bagdad ernstig gestoord waren en doordat de Sovjets in het door luchtaanvallen geteisterde Bagdad slecht contact konden maken met de Iraakse regering, kwam die poging te laat.

Tijdens de aanloop tot de slotfase van Desert Storm - de officiele naam Desert Sabre heeft tot nu toe weinig ingang gevonden - werden de geallieerden slechts eenmaal uit balans gebracht, al deed men op het moment zelf alsof er niets aan de hand was. Dat was de Iraakse uitval in de richting van het Saoedische stadje Khafji op 30 en 31 januari.

Ook daarbij werd een krijgslist toegepast. De Iraakse tanks die de grens overstaken hielden de loop van hun kanon naar achteren gericht.

Zo leken zij te handelen volgens de aanwijzingen in de pamfletten die Amerikaanse vliegtuigen boven hun linies hadden afgeworpen. Dit waren murw gebombardeerde en gedemoraliseerde Irakezen, zo hebben de geallieerde troepen even gedacht - totdat de Irakezen hun geschutstorens draaiden en het vuur openden.

Aanvankelijk bracht Irak omstreeks 2.000 soldaten in de strijd, verdeeld over twee a drie kolonnes van omstreeks honderd voertuigen.

Een dag later bleek echter dat zich in hun kielzog vijf a zes divisies (60.000 soldaten) en 1.000 tanks verzameld hadden. De aanval op Khafji was “ontworpen door Saddam Hussein zelf”, zo meldde radio Bagdad onmiddellijk na het begin. Wanneer die aantallen niet zijn overschat, betekende dat een formidabele inspanning van het Iraakse leger, waarbij de helft van de Iraakse mobiele pantsertroepen betrokken was.

Met Khafji probeerde Irak de geallieerden tot een landoorlog te dwingen.

Die aanval kwam voor de geallieerden hoogst ongelegen. De Amerikaanse en Britse tankdivisies bevonden zich op dat moment immers voor het overgrote deel al honderden kilometers naar het westen. De aan de grens met Koeweit gelegerde eenheden waren hetzij licht bewapend (mariniers), of niet helemaal betrouwbaar (de 'multi-Arabische'

troepenmacht). De geallieerden kozen voor de enige optie: territorium prijsgeven en de luchtmacht op volle sterkte inzetten tegen de Iraakse tanks. Dat werd een succes. Maar dat was niet van tevoren gegarandeerd. Op hetzelfde moment verkeerden de geallieerden namelijk nog steeds in onzekerheid over de vraag waarom de Iraakse luchtmacht naar Iran was uitgeweken en welke rol die nog kon spelen. En een Iraakse tankaanval met luchtsteun was wel het laatste wat de geallieerden konden gebruiken. “Het effect van een muggebeet bij een olifant” was ongeveer alles wat Schwarzkopf over 'Khafji' wilde zeggen. Dat was een understatement.

Na 36 uur was Khafji heroverd. “We own the night”, zei een Amerikaanse piloot van een A-10 tankbuster. Ook dat was niet helemaal waar. De vondst van (door Nederland geleverde) nachtzichtapparatuur aan Iraakse zijde was voor de Amerikanen een pijnlijke verrassing.

Geallieerde commandanten van de aanstaande landoperatie hebben op dat ogenblik hun te verwachten verliezen moeten opschroeven.

Was Schwarzkopfs 'linkse hoek' de grootste tankslag uit de geschiedenis? Het 'record' van El Alamein (1942) - 1.200 geallieerde tanks tegen 520 tanks van Erwin Rommels woestijnkorps - verbleekt in elk geval bij de 3.500 geallieerde tanks en de 2.000 tanks die aan Iraakse zijde nog operationeel waren. In snelheid en toepassing van geavanceerde technologie kent de geallieerde manoevre geen precedent.

Een commentator heeft de traditionele term Blitzkrieg al vervangen door hyperwar.

Ondanks de klassieke voorbeelden - krijgshistorici wezen al op Cannae, Ramillies en Normandie - is het echter de vraag of deze operatie alleen maar een intensivering van traditionele oorlogstactieken en -technieken betekent. In enkele opzichten breekt Desert Storm daarmee.

Ten eerste brachten de geallieerden voor het eerst het concept van de zogeheten Operational Manoeuver Group (OMG) in praktijk. Een OMG is een zelfstandige eenheid van twee of meer divisies, maar kleiner dan een heel legerkorps. Militaire analisten vergelijken de - van de Sovjet-Unie afgekeken - OMG-operaties gewoonlijk met een geweerloop en een kogel. Een of meer divisies slaan een bres in de vijandelijke verdedigingslinies en vormen een corridor (de geweerloop). Daar doorheen wordt vervolgens een nieuwe, frisse divisie 'afgevuurd'. Die heeft maar een doel: zo snel mogelijk doorstoten naar de achterste linies van de vijand. Desert Storm bewees dat dit concept werkt.

Ook in logistiek opzicht was de slotfase van Desert Storm vernieuwend. Zo vestigden in de nacht van 24 februari 400 Amerikaanse helikopters honderdvijftig kilometer voor de aanvallende troepen de basis 'Cobra'

in de Iraakse woestijn: een reusachtig depot met miljoenen liters brandstof, munitie en andere voorraden. In plaats van te moeten wachten op de bevoorradingskolonnes die vanuit de achterhoede de oprukkende tanks moesten zien bij te benen, lagen die voorraden al gereed.

Tenslotte maakte Desert Storm een einde aan de scheiding van grondtroepen en luchtstrijdkrachten. In de doctrine van de AirLand Battle waren die twee onderdelen al volledig geintegreerd, maar Desert Strom liet tevens zien dat hun functies niet scherp meer zijn te onderscheiden. Helikopters en aanvalsvliegtuigen deden wat vroeger alleen aan tanks was voorbehouden en omgekeerd kan bijvoorbeeld zelfrijdende artillerie nu evenveel schade aanrichten als een intensief luchtbombardement.

Aan enkele militaire tradities werd niet getornd. Zo konden de Koeweitse troepen als eerste Koeweit-Stad binnentrekken, zoals generaal LeClerc Parijs bevrijdde in 1944. En zo kreeg de Franse president Mitterrand zijn zin toen hij voor de Franse Forces d'Actions Rapides een “zelfstandige operatie in de diepte” eiste “met een nauw omschreven doel”. De Franse woestijntroepen mochten de westflank van het geallieerde offensief verdedigen en werden niet ondergebracht bij de Arabische troepen, zoals aanvankelijk de bedoeling was. En ook de opmerking van de Franse generaal Maurice Schmitt in deze krant dat “Saddam alles gedaan heeft om te zorgen dat hem precies is overkomen wat hem ook werkelijk overkomen is”, klinkt vertrouwd naar Montgomery's beschrijving van de militair Hitler als “onze beste bondgenoot”.

    • Hans Steketee