Dubbele fouten zijn goed

Vroeger ging ik tijdens de zomervakantie liever tennissen dan op reis naar een ver land.

Iedereen heeft in zijn leven wel eens zo'n periode. Elke dag stond ik om zeven uur op en fietste in witte kleren en met een zwart racket in een klem naast het voorwiel langs de rivier naar de bossen, waar verscholen tussen het lover de tennisclub was gevestigd. Ik zette mijn fiets op slot, haalde het racket uit de klem, verzamelde zo veel mogelijk ballen en begon mijn service te oefenen. Ik gooide de bal omhoog en bracht mijn andere arm naar achteren. Ik legde het hoofd in de nek en bleef de bal volgen. Ik zakte door de knieen en liet het racket een ogenblik rusten. Daarna verplaatste ik het lichaamsgewicht van het achterste been naar het voorste been. Ik haalde het racket naar boven en raakte de bal op het hoogste punt. Tijdens de klap hield ik het racket enigszins schuin zodat de bal effect kreeg en in het vak van de tegenstander hoger dan de tegenstander verwachtte zou opspringen. Helaas mislukte deze service enorm vaak. Ik was hier ook enorm kwaad over. Ik herinner mij een tournooi waarin het mij niet meer kon schelen of de bal in het servicevak aan de andere kant van het net belandde. Het enige wat mij kon schelen was of ik in een vloeiende stijl de ideale service aan het spelen was. Ik sloeg de ene dubbele fout na de andere maar dat gaf niet want ik was met mijn ideale service bezig. Het kon mij ook niet schelen dat ik in de eerste ronde uitgeschakeld werd. Ik deed aan dit tournooi namelijk mee voor de gezelligheid. Daar moesten wij met z'n allen in het clubhuis wel om lachen. Volgende keer over gymnastiek op school met meisjes erbij.