Dollaropmars lijkt gestuit

De opmars van de dollar lijkt te zijn gestuit. In de afgelopen periode van twee weken (22 maart tot en met 4 april) leek de Amerikaanse munt tot aan 28 maart alleen maar sterker te kunnen worden.

Dit was onder andere te danken aan een combinatie van op lucht gebaseerde optimistische inschattingen over conjunctureel herstel in de Verenigde Staten en pessimisme over (de vooruitzichten voor) de Duitse economie. Op 28 maart bedroeg de informatieve middenkoers van de dollar 1,9339 gulden, oftewel 5,1 procent hoger dan op 21 maart en 18,1 procent hoger dan het historische dieptepunt van 1,6374 gulden dat op 7 februari werd bereikt. Wederom zetten diverse interventierondes door centrale banken geen zoden aan de dijk. Rond het Paasweekend werd het marktvolume dunner en vanaf afgelopen dinsdag brokkelde de dollar af. Twijfel over het realiteitsgehalte van het optimisme over de Amerikaanse economie werd sterker. Nieuwe statistieken bevestigden dat de recessie nog onverkort actueel is.

Een bevestiging hiervan wordt vandaag verwacht, wanneer de werkloosheidscijfers over maart bekend worden gemaakt. Een verdere renteverlaging door de Fed bij tegenvallende cijfers wordt niet uitgesloten, hetgeen de dollar thans minder aantrekkelijk maakt. De negatieve berichten over de economische gevolgen van de Duitse eenwording en de instabiele situatie in enkele voormalige Oostbloklanden en de Sovjet-Unie bleven tot het begin van deze week doorwerken in een zwakke Duitse mark en dus een sterke dollar, maar lijken nu geen argument meer voor een verdere verzwakking van de Duitse munt.

In het EMS doet het Britse pond het momenteel niet slecht. Op de golven van de dollarhausse wist ook de Britse munt in waarde te stijgen, ongehinderd door de renteverlaging met 1-2 procentpunt op 22 maart. Van Sterlingzwakte is momenteel geen sprake: vanaf 26 maart ligt het pond in de EMS-band zelfs boven de Duitse mark en de gulden.

Een verdere renteverlaging op korte termijn moet niet worden uitgesloten.

Potentiele spanningen tussen de Spaanse peseta en de Franse franc blijven onverminderd bestaan, ondanks een Spaanse verlaging van de rente op 1-jarig schatkistpapier op 26 maart. Weliswaar noteerde de franc het grootste gedeelte van de verslagperiode binnen de maximale afwijking ten opzichte van de peseta, doch een niet verder afkomende rente op speciale beleningen in Spanje versterkte de peseta. Gisteren bedroeg de afwijking tussen beide munten weer meer dan de toegestane 6 procent, doch dit leidde niet tot interventies.

De gulden profiteerde in de afgelopen periode niet van de duidelijke zwakte van de Duitse mark, waarmee ook onze munt aan kracht verloor binnen het EMS. Minder gunstige vooruitzichten voor de Duitse economie beinvloeden ook de groeikansen voor onze economie.

Bron: Rabobank Nederland-Directoraat Financiele Markten