De geheime dienst

Het nieuws van Graham Greene's dood stond al op de telex maar er werd bij de persbureaus nog gewerkt aan de necrologieen die daar in zo'n geval automatisch op volgen.

Het was een schok, niet zo-een die wordt veroorzaakt door wat we 'een persoonlijk verlies' noemen, maar het effect dat gepaard gaat met een historische gebeurtenis. Je kunt van zijn boeken vinden wat je wilt, of ze zelfs helemaal niet hebben gelezen, of heel vroeger zodat je er niets meer van weet, maar een ding staat vast: hij is een schrijver van onze eeuw die hij voor 86 procent heeft beleefd.

'Hij is ook nog bij de geheime dienst geweest,' zei ik. 'Nou? Weet je dat zeker?' vroeg iemand die aanmerkelijk minder lang in deze eeuw meeloopt.

'Absoluut!' antwoordde ik. Het was een conversatiehypothese. Ik wist het niet zeker, maar vrijwel alle Britse schrijvers van boven de zeventig zijn bij de geheime dienst geweest. Intussen kwamen de eerste necrologien binnen.

'Je hebt gelijk,' moest mijn gesprekspartner toegeven. 'Hij is zelfs nog bevriend geweest met Kim Philby.'

Dat overtrof mijn verwachtingen en ik slaagde er niet in, een zelfgenoegzaam glimlachje (smug smile) te onderdrukken. Greene, las ik later, heeft in de oorlog op het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt. Een hoge spion is hij niet geworden maar hij heeft er voldoende opgestoken om er later in zijn boeken op terug te komen en hij is er lang genoeg geweest om zonder gene over mijn tijd bij de geheime dienst te kunnen praten.

Er is geen volk dat zoveel geheime dienst heeft als het Britse en nergens baart de geheime dienst meer en langer opzien dan in Engeland.

De avonturen der spionnen, dubbelspionnen en omgedraaide dubbelspionnen zijn daar met de cultuur verweven zoals hier de lotgevallen van... ja, wie? Uit welke beroepsgroep worden hier de nationale helden gerecruteerd? De eersten die me tebinnen schieten zijn de gepensioneerden die in Amsterdamse cafe's uit 'kelkjes'

jenever zitten te drinken. Hoe dan ook. De Britse spionnen, Guy Burgess, Donald MacClean, zelfs die arme minister Profumo die geen spion was maar zich op een andere typisch Britse manier de staatsgeheimen liet ontfutselen, ze zijn allemaal al literatuur voor het eerste boek over hun merkwaardigheden is geschreven.

En Mata Hari dan? zult u zeggen. Het Leeuwardense meisje Margaretha Geertruida Zelle dat in 1917 als spionne door de Fransen werd doodgeschoten? Ja, maar dat is een atypisch geval, althans meerzeggend over de Franse dan over de Leeuwardense cultuur. Ook in andere landen trouwens waar de geheime diensten zich een plaats in de geschiedenis hebben verworven, zijn ze wel berucht maar niet fameus. De G.P.Oe.

speelt geen rol in de Russische literatuur, de Gestapo is na 1945 voor schrijvers en cineasten de leverancier geworden van misschien wel honderden schurken. Het Deuxieme Bureau benadert in de verte de Secret Service maar tussen de Franse en de Britse spion blijven werelden van verschil. Het wezenlijke onderscheid, zou ik op het eerste gezicht zeggen, is dat de Brit meer neigt tot het ingewikkelde en daarmee een verhoogd risico loopt om dubbel te worden. Dat wordt door de jongste geschiedenis wel bewezen. Zou dit weer samenhangen met de altijd dreigende verveling waarvan Graham Greene rept; de smog binnen de hersenpan die door sensatie moet worden verdreven? Voor Greene was, naar zijn zeggen, deze dreiging de voornaamste aansporing om te gaan schrijven. Misschien moeten we het met een korreltje zout nemen.

Ik denk dat ik indertijd drie of vier boeken van Greene heb gelezen. Niets van blijven hangen. Voor mij is hij onvergetelijk door zijn scenario voor The Third Man, verfilmd door Carol Reed, met Orson Welles, Joseph Cotton en Alida Valli. Je kunt zeggen dat daar alles meewerkte: regisseur, acteurs, Wenen in de winter onder de bezetting van de vier machten, en de muziek natuurlijk. Maar in het begin was het scenario. Daaruit is dat historisch document ontstaan, een van de weinige overtuigende uit het vage nieuwe interbellum: toen de resten van de Wereldoorlog nog geen monumenten waren, de tijd te kort was om aan de Koude Oorlog te wennen, maar een nieuwe gouden era voor het spionnenbedrijf al was aangebroken. Dat had Graham Greene goed begrepen.