De eeuwigheid tussen twee ademhalingen; Gustave Moreau in Heerlen

De Franse schilder Gustave Moreau (1826-1898) beeldde het liefst vrouwen af als Salome en Delila, 'verleidsters zonder liefde die door list en wellust de kracht van de man ondermijnen'. In Heerlen is voor het eerst in Nederland een kleine eenmanstentoonstelling van Moreau te zien. “In zijn verstilde voorstellingen zorgt de kleur voor verfijnde sensaties.”

Tentoonstelling Gustave Moreau in de Stadsgalerij, Raadhuisplein l9, Heerlen. T-m l6 juni. Geopend di. t-m zo. l0-l7 uur. Catalogus 128 blz., prijs (f) 45,-.

De aristocraat Des Esseintes, de hoofdfiguur uit Huysmans' boek A Rebours (Parijs, l884), houdt van de poezie van Mallarme en de schilderkunst van Gustave Moreau. Des Esseintes, de personificatie van de decadentie, heeft zich uit het het banale moderne leven teruggetrokken en zijn zinnen gezet op enkele superverfijnde schilderijen van antieke voorstellingen. De erudiete fantasieen, de gecompliceerde nachtmerries en de duistere visioenen waarvan de schilderijen verhalen, moeten het zenuwstelsel van de literaire dandy verkwikken. Tevens dienen deze kunstwerken als transportmiddel naar een onbekende wereld met ongekende mogelijkheden te fungeren.

De collectioneur van onder meer juwelen en parfums realiseert zijn wensdroom door zich twee 'meesterwerken' van Gustave Moreau aan te schaffen en staat vervolgens iedere nacht in zijn salon voor een van die werken te dromen: het schilderij van de fatale vrouw Salome, dat getiteld is De Verschijning (l874-'76).

Het schilderij, dat nog altijd bewaard wordt in het tot museum gemaakte atelier van Gustave Moreau in de Rue de la Rochefoucauld 14 in Parijs, is ontegenzeggelijk een opzienbarend werkstuk. In een donkere ruimte valt het licht op de ontklede Salome die geconfronteerd wordt met het door Rembrandteske lichtstralen omgeven, nog nadruppelende afgehakte hoofd van haar slachtoffer Johannes de Doper, dat voor een altaar boven de grond zweeft. Des Esseintes mijmert over de herkomst van de maker van dit tafereel: “deze grote kunstenaar, deze mystieke heiden, deze ingewijde die zich voldoende van de wereld kon losmaken om, middenin Parijs, de wrede visioenen en de schitterende apotheosen van andere tijden te zien oplichten”.

Het schilderij De Verschijning, dat schrijvers als de genoemde Joris-Karl Huysmans, zoon van een Hollandse vader en een Franse moeder, Mallarme en Proust en kunstenaars als Redon en Beardsly intrigeerde, was in Nederland in november l975 te zien op de overzichtstentoonstelling 'Het Symbolisme in Europa' in het Rotterdamse museum Boymans-Van Beuningen. Op deze expositie was Gustave Moreau (Parijs l826 - Parijs l898) vertegenwoordigd met twaalf werken.

Voor het eerst is er nu in Nederland een eenmanstentoonstelling van Moreau, georganiseerd door de Stadsgalerij in Heerlen. In dit kleine gemeentelijke museum voor moderne kunst worden l5 schilderijen en 25 aquarellen getoond die afkomstig zijn uit het Musee Gustave Moreau. De aanwezigheid van Moreau in Heerlen is te danken aan het enthousiasme van de jeugdige conservatrice Anke van der Laan die als stagiare bij het Parijse Musee d'Orsay ook de inhoud van het kleine doch overdadige Moreau-museum ontdekte en sindsdien de wens koesterde om een deel daarvan in het vaderland te presenteren.

Van der Laan stond voor de taak om een keuze te maken uit 800 olieverfschilderijen, 350 aquarellen en meer dan l0.000 tekeningen.

Zij kwam tot een overzichtstentoonstelling die 44 jaar schilderkunst uit de periode l852-1896 bestrijkt en waarbij het accent op de veelzijdigheid van Moreaus techniek ligt. Zo zijn er olieverfstudies en onvoltooide schilderijen opgenomen omdat deze “in al hun openheid meer zicht geven op de werkwijze en het koloriet van Moreau”. Moreau wordt als 32-jarige landschapsschilder gepresenteerd aan de hand van drie, in en rond Rome gemaakte, weinig opwindende aquarellen (l858) en als illustrator door middel van vijf op de fabels van La Fontaine gebaseerde aquarellen. Verder gaat de aandacht uit naar zijn symbolistische werken, waarvan er vier op de eerder genoemde Rotterdamse expositie waren te zien.

Het idee om op een relatief kleine tentoonstelling de veelzijdigheid van een omvangrijk oeuvre te belichten, is niet van risico's ontbloot.

Het beeld dat er in Heerlen van Moreau wordt opgeroepen is dan ook wat al te fragmentarisch geworden. Daardoor laat zijn eerste Nederlandse solo-expositie een nogal vluchtige indruk achter. In het geval van Moreau, wiens opvallende kleurgebruik uit vrijwel elk kunstwerk spreekt, was er dan ook veel te zeggen geweest voor een tentoonstelling met louter werken van het kaliber van het in Heerlen afwezige schilderij De Verschijning, waaraan de toeschouwer zich a la Des Esseintes schaamteloos had kunnen vergapen. Moreau zelf geloofde tenslotte niet voor niets in een 'l'art pour l'art' kunst. Overigens draagt de expositie genoeg materiaal aan om de verwondering gaande te houden over een kunstenaar die door zijn tijdgenoten als een salonschilder werd beschouwd en die tevens een inspiratiebron is geweest voor zowel zijn leerlingen Matisse en Rouault als voor de 'fin de siecle'-symbolisten en surrealisten als Max Ernst.

HISTORIESCHILDER

Gustave Moreau, die zijn thema's voor het belangrijkste deel aan Griekse mythen en sagen en bijbelse verhalen ontleende, liet op zijn visitekaartjes 'peintre d'histoire' vermelden. De eveneens als historie-schilder opererende Laurens Alma Tadema, afkomstig uit het Friese dorpje Dronrijp, is een van de weinige Nederlandse kunstenaars die zijn thema's eveneens uit de oudheid putte. De zorgvuldig weergegeven archeologisch-historische taferelen van het Romeinse leven in Pompei van de in Londen woonachtige Alma Tadema waren in de tweede helft van de negentiende eeuw zelfs zeer in de mode om nadien in de vergetelheid te raken. In Frankrijk waren er echter bosjes schilders die dit soort voorstellingen maakten.

Moreau streefde in zijn voorstellingen duidelijk niet naar deze geidealiseerde reconstructies van het verleden. De historie diende hem veeleer als de bron die zijn verbeeldingskracht voedsel gaf. Een belangrijk deel van zijn leven leidde hij een teruggetrokken bestaan, wellicht voelde hij een zelfde weerzin tegen het triviale dagelijks leven als Huysmans 'ongezonde' held Des Esseintes. Op zijn atelier omringde hij zich met zo'n honderd ezels met doeken waaraan hij afwisselend werkte. Verder gaf hij zich over aan meditatie en lezen.

Zijn goed gevulde boekenkast omvatte onder meer werken van Vitruvius en Leonardo da Vinci, de Metamorfosen van Ovidius en een esoterisch getinte publikatie over 'Fabels en symbolen met hun verklaring'.

Moreau stond kortom letterlijk ver van de 'en plein air' schilderende impressionisten af.

In de fraaie catalogus die ter gelegenheid van de Heerlense tentoonstelling is verschenen en waarin lezenswaardige artikelen zijn opgenomen van onder anderen John Sillevis, haalt de directrice van het Gustave Moreau-museum, Genevieve Lacambre, een anekdote aan over een ontmoeting tussen Moreau en zijn oude studiegenoot uit Rome, de schilder Degas. Moreau, doelend op Degas' voorliefde voor schilderijen van balletdanseressen tussen de coulissen, schijnt bij die gelegenheid opgemerkt te hebben: “Heeft u de pretentie om de kunst wat op te krikken door de dans?” Waarop Degas, Moreaus met sluiers en sieraden beklede, naakte vrouwfiguren in herinnering brengend, geantwoord zou hebben: “En u, denkt u dat u de kunst kunt vernieuwen met bijouterie ?”.

REGISSEUR

'Ayez l'imagination de la couleur' luidde Moreaus credo. In zijn verstilde, soms decoratieve voorstellingen zorgt de kleur voor verfijnde sensaties. Moreaus figuren, die zich in decor-achtige ruimten of arcadische landschappen bevinden, slapen of dromen of nemen een kunstmatige pose aan. Het in Heerlen gepresenteerde schilderijtje De dood van Sappho (l872-'75), die haar leven aan de zang wijdde en uit liefde stierf, toont de aangespoelde dichteres op de oever aan de voet van een rots bij ondergaande zon. Zij heeft iets van een gevallen engel die met een lier in haar armen in een buitengewoon sierlijke houding is ingesluimerd. De haar omringende omgeving is reeds in een geheimzinnige schemering gehuld terwijl haar rode gewaad nog lichtstralen vangt. Zonder kennis van de titel geeft het schilderij zijn literaire inhoud niet gemakkelijk prijs, hoewel Moreau de voorstelling als een toneelregisseur naar zijn hand zette en van allerlei betekenissen voorzag: “Voor mij heeft Sappho het sacrale karakter van een priesteres, maar dan een poetische priesteres. Ik kleed haar dus zo aan dat ze de indruk wekt van bevalligheid, van gestrengheid, en vooral van verbeeldingskracht, de belangrijkste kwaliteit van de dichter. Daarom is haar gewaad bezaaid met bloemen, vogels en met alle dingen van de schepping die zich weerspiegelen in de geest van de dichter. Dat is een manier om de verscheidenheid en complexiteit van de dichter en de denker materieel uit te drukken,”

verklaarde Moreau. Op het schilderij Odysseus en de Sirenen (ca. l875-'80) is de inhoud aanleiding voor een melancholiek stemmende voorstelling van een antiek Grieks zeilschip tussen de rotsen en drie als starre poppen afgebeelde naakte vrouwen die een pose aannemen welke als uitnodigend begrepen moet worden. Een verbleekte ondergaande zon zorgt voor een koele weerspiegeling in de rimpelloze zee.

ONDERBEWUSTE

Het meest intrigerende van Moreaus werk is de ongrijpbare atmosfeer.

Het is alsof de schilder er in slaagt om de onbenoembare tijd tussen bij voorbeeld twee achtereenvolgende ademhalingen tot in de eeuwigheid te prolongeren. Op de voorstellingen is er sprake van leven noch dood, mens en natuur schijnen daarentegen opgenomen in het verdronken land van het onderbewuste. Dit lijkt nu eens niet te functioneren als de poel van het rauwe, onbeheersbare driftleven maar als het artificieel aandoende reservoir van een licht verontrustend gedachtenleven. Dat Moreau, die het in zijn kunst om het zichtbaar maken van 'l'evocation de la pensee' ging, de surrealisten aansprak is achteraf zeer begrijpelijk.

Moreaus favoriete thema's zijn wel verklaard uit zijn 'metaforische vrouwenhaat'. Mario Praz, auteur van het voor het eerst in l933 verschenen boek The Romantic Agony, waarin de gehele romantische literatuur vanuit het erotische aspect wordt belicht, noemt in dit verband onder meer de talloze Moreaus die incarnaties van eeuwige vrouwelijke wreedheid en duistere sensualiteit voorstellen, zoals Salome, Helena van Troje en de Sphinx. In Heerlen is bovendien nog een aquarel van Delila (ca. l890) te zien, een van die “verleidsters zonder liefde die door list en wellust de kracht van de man ondermijnen”. De naakte Delila met haar wezenloze blik en witte huid, die oogt alsof ze in een wachtende houding is ingevroren, is weergegeven in dunne inktlijntjes terwijl haar hoofdtooi, draperieen en het haar omringende interieur beheerst worden door weelderige roden, blauwen en groenen.

Ook Salome vinden we in Heerlen terug. Zij is in dansende houding weergegeven op een aquarel uit ca. l875-1880. Zij houdt de lotus van de wellust in haar hand en aan haar voeten ligt een dier, een griffioen of een panter, in ieder geval en symbool van wrede kracht.

Behalve een musicerende dienares schijnt er ook nog een welhaast onzichtbaar geworden beul met zwaard op de aquarel afgebeeld. Het meest bezienswaardig is het exotische, rijkelijk gedecoreerde interieur. De oranje muur achter Salome is voorzien van blauwe koepels die een opvallende gelijkenis vertonen met twee van tepels voorziene borsten. Moreaus experimenten met de kleur zijn hier spectaculair te noemen. Zorgvuldige bestudering van de blauwe verfhuid wijst uit dat deze het patroon van de menselijke huid vertoont. Een leuke ontdekking: Gustave Moreau bracht het blauw van de borstvormige koepels met zijn vingertoppen aan.