Concurrentie twijfelt aan levensduur QL-lamp

ROTTERDAM, 5 APRIL. Philips garandeert dat haar nieuwe QL-inductielamp zeker zeven jaar onafgebroken kan branden. Daarna zal niet de lamp het begeven maar de elektronische voorschakelapparatuur die in een apart kastje is ondergebracht. “Elektronica veroudert nu eenmaal en er zijn ook maar weinig radio's die zeven jaar onafgebroken werken”, zegt drs. P.H. Broerse, directeur ontwikkeling van Philips Lighting.

De nieuwe lamp lijkt voor een deel op de klassieke TL-buizen en modernere spaarlampen. Binnen de glazen bol (de 'ballon'), waarin een geringe onderdruk heerst, bevindt zich een damp van elementair kwik.

De elektronen van de kwikatomen worden door botsingen met passerende vrije elektronen 'aangeslagen' (in een hogere energetische toestand gebracht) en geven bij het terugvallen naar de oude toestand ultraviolette straling af. Die straling, die voor het menselijk oog onzichtbaar is, brengt op zijn beurt de moleculen van het fluorescentiepoeder (de 'fosfor') dat op de binnenkant van de bol is aangebracht in een hogere energetische toestand. Terugvallend zenden die zichtbaar licht uit.

De 'vrije elektronen' worden in de klassieke TL-lampen opgewekt door kleine gloeidraadjes (de elektroden) aan de uiteinden van de buis. De elektronen worden versneld door de wisselspanning die over de twee elektroden wordt aangelegd. In de oude TL-lamp (met een voorgeschakelde transformator) is die wisselspaning 50 hertz, in de moderne spaarlampen (typen SL en PL) heersen veel hogere frequenties: 25 tot 28 kHz. Het zijn die hoge frequenties die de besparing bewerkstelligen (en bovendien het geflikker wegnemen). De levensduur van de klassieke gas-ontladingslampen wordt bepaald door de gloeidraadjes.De vrije elektronen in de nieuwe QL-inductielamp worden opgewekt door het hoogfrequente elektromagnetische veld rond de inductiespoel die in een glazen instulping van de bol is opgenomen.

Die spoel is klassiek van bouw: koperdraad rond een ferrietkern. Bijzonder is de hoogfrequente wisselspannig die erover wordt aangelegd: de frequentie is 2,5 MHz.

Broerse vergelijkt het geheel met een transformator, waarin de secundaire wikkeling wordt gevormd door de kwikdamp. Desgewenst ziet men in de inductiespoel ook een zendertje dat in de visserijband uitzendt: de ontstoring van de lamp vereiste speciale aandacht.

De QL-lamp heeft vrijwel geen slijtende onderdelen, al zal ook hier de fluorescentielaag verouderen (onder meer doordat er kwik wordt ingeschoten.) De lamp - voorlopig wordt alleen een 85 watt type geproduceerd - heeft een iets hoger stroomverbruik dan de huidige spaarlampen.

Philips' concurrenten reageren sceptisch. C.L.J. Bruines, directeur van Osram-Nederland, vindt het “hoogst onwaarschijnlijk” dat het elektronische gedeelte zeven jaar meegaat. Bovendien wijst Bruines erop dat de levensduur nog niet echt bewezen is. Volgens de importeur van de Amerikaanse lampenfabrikant General Electric is het zelfs onmogelijk om de levensduur van ontladingslampen fictief te testen, bijvoorbeeld door de lamp in korte tijd aan een grotere belasting te onderwerpen. Philips zelf meent dat voldoende bekend is van de levensduur van de componenten.

Siemens-dochter Osram werkt aan vergelijkbare produkten, aldus Bruines, maar de onderneming vindt het nog niet verantwoord een dergelijke lamp op de markt te brengen. Bruines over het Philips-initiatief: “Het is wellicht niet zo'n heel succesvolle commerciele operatie.”

Philips denkt met haar lamp een voorsprong te hebben op de concurrentie van ongeveer een jaar. Een Japanse fabrikant heeft al eens een lamp getoond, gebaseerd op hetzelfde idee, maar de lichtopbrengst van het Japanse produkt was zeer gering, aldus een Philips-woordvoerder.