Collegevorming pakt slecht uit voor D66

DEN HAAG, 5 april - “Schandalig. De PvdA die zegt de stem van het volk te vertegenwoordigen, treedt de democratische regels met voeten”, zei de boze D66-onderhandelaar G. Visch gisteravond in Leeuwarden. Zijn partij was buiten het nieuwe college van Gedeputeerde Staten in Friesland gevallen en daarvan gaf hij de schuld aan de PvdA, die weliswaar veel had verloren, maar weigerde van vier naar twee GS-zetels af te dalen, in welk geval niet alleen de VVD, maar ook D66 een zetel in het college had gekregen.

PvdA-partijvoorzitter Sint vindt deze algemene kritiek, die ze meer heeft gehoord van D66-zijde op de gisteravond afgesloten collegevorming in de twaalf provincies, niet gerechtvaardigd.

“Behalve in Groningen waren wij nergens meer de grootste partij, zodat wij de onderhandelingen niet konden dicteren. De andere partijen hebben toch kennelijk in veel gevallen de voorkeur gegeven aan een college met de PvdA. Het klinkt wat gek uit mijn mond, maar dat heeft ongetwijfeld ook vaak te maken met de bestuurskwaliteit van PvdA-gedeputeerden. Die wilde men gewoon houden.”

Sint vindt het positief dat in het bijzonder het CDA, dat in elf provincies de grootste partij is geworden, de PvdA er toch overal weer bij heeft gehaald. Heeft dat naar haar mening te maken met de bestaande coalitie in Den Haag? “Nee, want in 1982 ging het net zo en toen zaten we niet in het kabinet. Ook toen hadden we flink verloren in de Provinciale Staten, maar verloren we mede door toedoen van het CDA verhoudingsgewijs veel minder GS-zetels.”

Nu de college-onderhandelingen in Friesland zijn afgesloten, kan de balans worden opgemaakt. En die is het slechtst voor D66. In de vorige colleges van Gedeputeerde Staten had D66 een zetel (Noord-Holland), in de nieuwe colleges zijn het er zeven geworden. Dat is weliswaar een flinke vooruitgang, maar de VVD doet het met evenveel Statenzetels (allebei 116) veel beter: de partij behoudt haar aantal van vijftien GS-zetels. VVD-voorzitter Ginjaar: “Dat is ook in overeenstemming met de verkiezingsuitslag; wij zijn dus niet ontevreden over het resultaat.”

Nog beter heeft de PvdA het gedaan, die ondanks een verlies van 33 procent aan Statenzetels slechts circa 21 procent aan GS-zetels hoeft in te leveren. Het CDA handhaaft zijn positie: in de vorige colleges zaten 27 CDA-gedeputeerden, in de nieuwe 28. Het CDA is in elf van de twaalf provincies in GS vertegenwoordigd (niet in Zuid-Holland), de PvdA in alle twaalf, de VVD eveneens in alle twaalf en D66 in vijf colleges (Drenthe, Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland) waarvan in twee (Zuid- en Noord-Holland) met elk twee zetels.

Het D66-Kamerlid Kohnstamm, die voor zijn partij de contacten met provincies en gemeenten onderhoudt, vooral als lobbyist voor burgemeesters- en CdK-posten, reageert betrekkelijk gelaten op de situatie. “Het is blijkbaar veel makkelijker om vanuit een gevestigde positie te onderhandelen dan als nieuwkomer.” Hij kan ook geen eenduidige analyse maken. “In Utrecht hebben ze het wel het bontst gemaakt. Daar zei PvdA-gedeputeerde Hoekstra, dat de kiezers niet de Utrechtse PvdA hadden afgestraft maar de landelijke en dat hij daar niet onder hoefde te leiden.”

Kohnstamm: “Nu kan ik mij best voorstellen dat de PvdA ondanks een verpletterende nederlaag probeert zijn huid zo duur mogelijk te verkopen, maar dit is een nogal onzinnig argument. Hier zijn we gewoon opzij gezet, omdat de anderen hun gevestigde posities niet wilden opgeven. Een andere categorie is Limburg, waar we ook niet meedoen.

Dat hebben we min of meer zelf besloten, omdat we vonden met een zo grote CDA geen echte inbreng in het beleid te kunnen hebben. Een derde categorie betreft provincies als Brabant, Overijssel (geen D66), Drenthe en Gelderland (wel D66). Daar hebben programmatische onderhandelingen plaatsgehad, die in twee gevallen wel en in twee gevallen niet tot opname van D66 in het college hebben geleid. Dat is een normale gang van zaken dus.''

Kohnstamms conclusie is dat er van een landelijke regie tegen D66 geen sprake is geweest. “Alles heeft zich afgespeeld in lokale onderhandelingen, waarbij wij als nieuwkomers, of we dat nu leuk vinden of niet, veel harder moesten knokken en de kans op succes geringer was. Mensen kleven aan hun stoel. Dat is op zichzelf al iets waar D66 sinds zijn oprichting al iets aan wil doen, maar we hebben met dat feit te maken.”

Het D66-Kamerlid gaat er van uit dat zijn partij het over vier jaar in elk geval makkelijker zal hebben in de vijf provincies waar het nu in de colleges van GS is vertegenwoordigd. “Dan zullen we onze aandacht richten op de resterende zeven, als we tenminste evenveel zetels in de staten krijgen en onze mensen van normale kwaliteit zijn geweest.”

Alle partijen leggen er de nadruk op geen landelijke instructies naar de provincies te hebben gestuurd, anders dan dat men het naar de plaatselijke verhoudingen maar moet uitmaken. PvdA-voorzitter Sint zegt dan ook dat men echt niet de opdracht aan de PvdA in Zuid-Holland heeft gegeven om nu maar eens met een coalitie PvdA-VVD-D66 te gaan experimenteren. In Zuid-Holland is het CDA, ondanks het feit dat het de grootste partij werd, buiten het college gehouden. “Hoe dat is gegaan weet ik niet, want ik heb niet aan de onderhandelingstafel gezeten. Een ding weet ik zeker: met het resultaat hebben wij als landelijk bestuur geen bemoeienis gehad.”

VVD-voorzitter Ginjaar heeft er begrip voor dat D66 ontevreden is. “Tegenover de PvdA is hun winst wat aan de krappe kant. Ze zijn geconfronteerd met het feit dat ze nieuwkomer zijn en dat ze vaak zijn gestuit op de opvatting: laat de jongens en meisjes van D66 nu eerst maar eens in de Staten bewijzen wat ze kunnen.” D66 heeft bovendien naar Ginjaars opvatting niet in elke provincie dezelfde kleur. “Laten we over vier jaar maar eens kijken hoe de verhoudingen zich dan hebben uitgekristalliseerd.”

Bij het CDA is men op landelijk niveau uiterst terughoudend met het geven van een reactie op de collegevorming. Een woordvoerder van het partij laat namens vice-voorzitter Van Montfrans weten dat men de indruk heeft dat “het verlies van de PvdA bij de verkiezingen zich niet overal heeft vertaald in minder gedeputeerden-zetels. Dat is ten koste van D66 gegaan. Niettemin zit de PvdA in alle colleges van Gedeputeerde Staten en wij niet.”

Of de indruk bij het CDA bestaat dat de Zuidhollanders willen experimenteren met een coalitie zonder het CDA, als een soort voorbode voor landelijke verhoudingen, daarover kan op dit moment van het CDA-bestuur geen antwoord worden gekregen. Het dagelijks bestuur vergadert maandag en daar zal de samenstelling van de colleges van GS onderwerp van beraad zijn. Wat in CDA-kring wel is opgevallen is het feit dat PvdA-voorzitter Sint na de gemeenteraadsverkiezingen opriep het CDA niet te laten vallen; deze keer heeft ze dat niet gedaan.