Beperkte kritiek op Koerden-beleid Bush

WASHINGTON, 5 april - De kritiek op de passiviteit van de Amerikaanse president Bush tegenover het geweld tegen de Iraakse Koerden heeft zich tot nu toe voornamelijk beperkt tot de opiniepagina's van kranten. Het Congres is met vakantie. Slechts een enkele volksvertegenwoordiger verheft zijn stem op afstand.

De Democratische fractieleider in de Senaat, Mitchell, is als vroegere tegenstander van de oorlog in de Golf minder overtuigend in zijn oproep tot het neerschieten van Iraakse helikopters. De even luide als onaanzienlijke Republikeinse senator van New York, Alphonse d'Amato, schreef aan president Bush dat “Saddam en zijn generaals moeten worden gewaarschuwd dat verder gebruik van oorlogsvliegtuigen, helikopters, tanks en artillerie niet meer moeten worden getolereerd”. Afgevaardigde Mel Levine zei dat Amerika heeft bijgedragen tot de nachtmerrie van de Koerden en andere opstandelingen. “Tenzij er snel actie wordt ondernomen om een einde te maken aan deze slachtingen kan dit de geschiedenis ingaan als de Varkensbaai van George Bush.”

Er worden ook vergelijkingen getrokken met de Amerikaanse hulp aan de Iraakse Koerden in 1972. Toen Saddam Hussein in 1975 een grensakkoord sloot met de toenmalige Sjah van Iran, werd deze hulp plotseling stopgezet, waarop de opstand met geweld werd neergeslagen.

Volgens een opiniepeiling van de televisiemaatschappij ABC steunt 51 procent van de Amerikanen Bush in zijn passiviteit. Vijfenveertig procent vindt dat hij de opstandelingen meer moet helpen. Twee derden van de Amerikanen vinden het juist dat Bush de Irakezen tot opstand heeft aangemoedigd en minder dan een derde vindt dat een dergelijke aansporing tot morele verplichtingen leidt. De opiniepeiling maakte niet duidelijk hoe hoog de slachting van de Koerden op de agenda van de ondervraagden staat. Voor veel Amerikanen bewijst de strijd in Irak dat het Midden-Oosten gevaarlijk drijfzand is, waar koene stappen gevaarlijk zijn, en dat snelle terugtrekking is geboden.

Ook Washingtonse specialisten op het gebied van het Midden-Oosten zijn het met die populaire visie eens. Geoffrey Kemp van de Carnegie Endowment zei voor de televisie dat Amerika door het neerschieten van helikopters een drempel zou overschrijden, zodat ook andere landen zich meer met het conflict zouden gaan bemoeien. “Als wij de Koerden te hulp zouden komen, waarom zouden de Iraniers dan niet de shi'ieten meer helpen. Je maakt de toegang vrij tot een wespennest”, aldus Kemp. Hij vindt wel dat Bush langer had moeten doorvechten om het Iraakse leger helemaal te vernietigen. Dan had deze slachting voorkomen kunnen worden. Deze controverse, die generaal Schwarzkopf tijdens een televisie-uitzending als een geest uit de fles trok, kan Bush later bij Congres-hoorzittingen en nabeschouwingen van het Golfconflict nog veel schade berokkenen.

Bush wil nu niet buiten het mandaat van de Verenigde Naties gaan. Artikel 2 van het Handvest van de VN verbiedt inmenging in binnenlandse aangelegenheden van andere landen. Voor veel VN-leden met interne problemen, zoals China, is deze bepaling heilig. Ook de Arabische bondgenoten, met name de Turkse president Ozal, hebben Bush aangeraden afstand te houden van de strijd in Irak. De Westeuropese bondgenoten hebben evenmin om verder Amerikaans militair optreden gevraagd. Het zenden van Stinger-raketten tegen de helikopters naar Koerdische verzetsstrijders is zonder medewerking van de buurlanden van Irak niet mogelijk. Een zegsman van het ministerie van buitenlandse zaken in Washington zei wel dat Amerika bij de VN op een veroordeling van het Iraakse optreden tegen de opstandelingen zal aansturen. Amerika stuurt ook geld voor hulp aan Koerdische vluchtelingen via de VN.

De topgeneraal van het Pentagon, Colin Powell, zei tegen een groep journalisten dat Amerikaanse militaire vliegtuigen voor een onbepaalde periode boven Irak zullen blijven patrouilleren. Maar de Amerikaanse troepen kunnen in iets meer dan een maand vertrekken als Irak de wapenstilstand aanvaardt en VN-troepen hun posten op de grens tussen Irak en Koeweit innemen.

Als alles goed gaat zijn alle Amerikaanse troepen in twee en een halve maand vertrokken uit de Golf. Het weghalen van de uitrusting duurt langer. President Bush heeft nog een paar weken om definitief te beslissen over volledige terugtrekking uit Zuid-Irak. Tot dan kunnen Amerikaanse legereenheden thuiswaarts reizen, terwijl er nog voldoende strijdkrachten voor de wacht in de Golf overblijven.

Intussen wil Bush de Amerikanen aan het militaire succes blijven herinneren. Het Witte Huis heeft alle Amerikaanse kerken gevraagd zondag om drie uur 's middags de klokken te luiden om de Amerikaanse overwinning te herdenken en om de gevallenen te eren. Bush zal zondagmorgen om 11 uur het voorbeeld geven, als hij de kerkklok in Houston luidt, waarna hij een korte toespraak houdt. Van vrijdag tot en met zondag moeten Amerikanen volgens Bush met gebed dank zeggen voor de overwinning.