Zonne-elektriciteit

Het artikel van R. Knoppers over elektriciteitsopwekking in de Derde wereld (W&O 7 maart) vereist de enige nuancering wat betreft zonne-elektriciteit. Ik weet niet hoe de kosten van een netaansluiting van (f) 12.000 per 20 jaar zijn berekend, maar een directe vergelijking met de (f) 10.000 voor 5,75 m zonnecellen (met een levensduur van ook 20 jaar?) lijkt me niet geoorloofd.

Voor iedere nieuwe, niet met het net verbonden zonnecelinstallatie moet weer de (f) 10.000 worden betaald, terwijl een additionele netaansluiting slechts een fractie van de genoemde (f) 12.000 kost.

Kortom, bij decentrale zonne-elektriciteit is niet of nauwelijks, in tegenstelling tot een situatie met een elektriciteitsnet, sprake van schaaleconomieen.

Overigens lijkt ook het bedrag van (f) 10.000 (inclusief subsidie?) voor een installatie met het genoemde oppervlak te laag. Behalve cellen omvat deze frames, rekken, elektronica, accu's (met een aanmerkelijk kortere levensduur dan 20 jaar). Verder moet het een en ander geinstalleerd en onderhouden worden.

Mijn grootste bezwaren richten zich evenwel op de toegejuichte renaissance van de decentrale elektriciteitsopwekking. Met 5,75 m en 1100 maximale zonne-uren levert een dergelijke installatie tussen de 500 en 750 kWh per jaar, tegen een in Nederland per huishouding gemiddeld verbruikte 3000 kWh per jaar. Dat betekent wel een achteruitgang in comfort. Natuurlijk kan met energiezuinige lampen, koelkasten, radio en TV toepassen, maar (af)wasmachines, drogers, ovens, boilers, etc. moeten de deur uit. Verder kan men 's zomers niet meer met vacantie, anders mist men een substantieel deel van de jaarlijkse kWh-oogst, en moet men met de - meestal - krap bemeten installatie de gasten op winteravonden vroeg naar huis sturen omdat de accu's leeg zijn.

In een dichtbevolkt land zoals Nederland waar bovendien reeds een uitgebreid net aanwezig is, is decentrale elektriciteitsopwekking met zonnecellen economische nonsens. Dat geldt uitdrukkelijk niet voor dunbevolkte streken in ontwikkelingslanden waar de geringe vraag naar elektriciteit en de afwezigheid van een net zorgen voor betere perspectieven. Maar ook daar geld dat een verdubbeling van de vraag grofweg een verdubbeling van de investering met zich meebrengt. Een door elektromotoren gedreven kleine industrie is er dan niet bij.

    • A.W. de Ruyter van Steveninck