Sovjet-Unie gaat aan zelfbeklag ten onder

De recente beslissing van de Russische regering om privatisering van bedrijven en landbouw af te remmen, zal de Russische c.q. Sovjet-economie niet verder in het slop helpen dan al het geval is. Het besluit past in de inconsistente politiek van economische hervorming die de Sovjet-Unie in 1988 met de invoering van de zelffinanciering, cooperaties en joint ventures is begonnen. Van het rentabiliteitsprincipe is nog niet veel terechtgekomen, want dan hadden veel bedrijven moeten sluiten en veel cooperaties hebben door aanvullende belastingmaatregelen en vergunningsperikelen al weer het loodje moeten leggen. De buitenlandse investeringslust is zo goed als helemaal gedoofd sinds de KGB eind vorig jaar het recht tot kasinzage bij bedrijven kreeg.

Gorbatsjov weet zelf niet wat hij wil, doet niet wat hij weet dat nodig is maar wil ook niet dat het blijft zoals het is. Gorbatsjov heeft zich gevoegd in de Russische traditie van zichzelf terugfluitende tsaarhervormers, als Catharina de Grote, Alexander I en Alexander II. Het Congres van Volksafgevaardigden, de Opperste Sovjet en het parlement van de RSFSR vergaderen zich suf maar de economische misere en de verbittering van het volk worden intussen steeds groter.

De media geven ondanks de pacificatie van de televisie nog regelmatig politiek vuurwerk, maar er verandert niets. Rusland gaat ten onder aan zelfbeklag. De economen verkeren zelf in verwarring en produceren het ene plan na het andere om een einde te maken aan de plan-economie.

Zelfs het plan van vijfhonderd dagen was in zijn radicaliteit een toonbeeld van utopie, gezien de geschiedenis van Rusland en de psychologische gevolgen van zeventig jaar sovjetisering.

In het Westen wordt het tekort aan harde valuta vaak beschouwd als grootste belemmering voor economische groei in de Sovjet-Unie en samenwerking met het Westerse bedrijfsleven. Maar geld is niet het belangrijkste probleem: dat kan geleend worden. Echter, onder de huidige omstandigheden zou het even snel op zijn als die onzinnige voedselpakketten.

Evenmin zijn de kolossale infrastructurele problemen de belangrijkste handicap: de modderwegen op het platteland, de wegen vol gaten en uitstekende putdeksels in de steden, de slecht onderhouden spoorwegen, het inadequate telefoonnet, het tekort aan computers, de houten telramen (maar geen elektronische kassa's), het archaische banksysteem, de trage post, dat alles kan gemoderniseerd worden met het geleende geld.

Ironisch genoeg is ook het halfslachtige economische beleid van Gorbatsjov niet de belangrijkste handicap. Zelfs als dat beleid radicaal liberaal zou worden, zal het voormalige Dzerzjinskiplein niet de bruisende activiteit gaan vertonen van een Piccadilly Circus en zal de Nevsky Prospekt geen Champs Elysees worden. Fundamenteler dan het valutagebrek, de materiele infrastructuur en de politieke besluiteloosheid zijn problemen van juridische en vooral van mentale aard die overgang naar een markteconomie blokkeren.

Geen rechtscultuur In de eerste plaats is dat het ontbreken van een rechtscultuur waarin een vrije economie kan floreren zonder in een economische anarchie te vervallen: geen onaantastbaar eigendomsrecht, geen Wetboek van Koophandel, geen keuringsdienst van waren en geen consumentenbonden.

Ook de arbeidsinspectie is onvoldoende. Alleen al de elektrische bedrading in bedrijven (en huizen) tart elke Westerse veiligheidsnorm.

Er bestaat ook geen onderhandelingstraditie tussen vakbonden en bedrijven, behalve over vakantietijden (overigens zonder extra vakantiegelduitkering). Er is verder een curieuze belastingwetgeving, met bijvoorbeeld kinderloosheidsbelasting vanaf de eerste huwelijksdag, en een absoluut ontoereikende sociale wetgeving.

Door dit juridische vacuum hebben de economische maffia en de lokale autoriteiten die met hun ambtelijke willekeur elke goede wet van regeringsniveau kunnen neutraliseren, vrij spel. Het zijn deze plaatselijke despootjes van achttien miljoen bureaucraten, en niet de top, die het leven van de Sovjet-burger zo zuur maken.

Al die handicaps kunnen, zij het met veel inspanning (en wetgeving) worden verholpen: bureaucraten kunnen ontslagen worden. Hardnekkiger en funester is de mentale onderontwikkeling op markteconomisch gebied.

Er bestaat geen verzorgingscultuur. Het begrip service kent men niet. Ook niet in de vrije sectoren (kolchosmarkt en zwarte markt). Men wil verdienen aan de ander, niet hem tevens van dienst zijn. De filosofie van het welgemeende eigenbelang, die ervan uitgaat dat men door nuttig te zijn voor de ander er zelf ook beter van wordt (welke houding ten grondslag ligt aan het beschaafde kapitalisme) kent men niet in de Sovjet-Unie. Het snauwen in de winkels en banken, bij de gemeentelijke diensten en nutsbedrijven, is een constante vernedering van de Sovjet-burger. En de arbitraire sluitingstijden voegen er een extra ergernis aan toe. De grofheid in het openbare leven, en dat moet gezegd worden, staat in scherp contrast met de behulpzaamheid, solidariteit en gastvrijheid tussen de mensen in de privesfeer.

Het ontbreken van een verzorgingscultuur tussen bedrijf en klant, begint al binnen het bedrijf zelf, tegenover de eigen werknemers. De vuile kantines en de smerige toiletruimtes op fabrieken en de scheelmakende verlichting van irritant zoemende tl-buizen, de modderige toegangswegen en de van vuil stijfstaande werkkleding versterken niet het menselijke waardigheidsbesef en de arbeidsvreugde van de werknemers.

Onzekerheden Het grootste probleem bij de mentale infrastructuur is echter het ontbreken van een psychologische basis voor markteconomie. De Sovjet-burgers willen de resultaten van een kapitalistische economie maar zijn geestelijk niet ingesteld op de lange weg erheen. Het betekent immers leven met onzekerheden en het initiatief in eigen hand nemen. Dat laatste is onder de huidige halfslachtige economische politiek vooralsnog heel moeilijk, maar de meeste Sovjets zouden ook niet weten hoe dat moet. Wat er aan prive-ondernemingslust inzat is gedurende het communistische bewind eruit geslagen. De boerenstand, de middenstand en de vrije beroepen zijn door Stalin geliquideerd als 'klassen' en daarmee als dragende lagen van het economische proces.

Maar behalve tot vermindering van creativiteit en arbeidsmoraal heeft het communistische egalitarisme geleid tot afgunst van economisch succes bij de harde werker. Wie nu wel handelsgeest ontplooit, zoals de cooperator en de priveboer, wordt met de nek aangekeken door het volk. Men beschouwt hem als een profiteur, iemand die misbruik maakt van de situatie. En toch zal de Sovjet-economie het uiteindelijk van deze zelfzuchtige voortrekkers moeten hebben. Het enige dat de regering mag doen, is ingrijpen met kwaliteitswetten en sociale arbeidsvoorwaarden.

De ideologische uitbanning van handelsgeest in de Sovjet-periode kwam boven op een historie waarin deze eigenschap toch al niet erg ontwikkeld was. Ook onder het tsarisme was er niet een sterke, georganiseerde middenstand, noch een zelfstandige boerenstand en kon zelfs de adel niet uitgroeien tot een van de staat onafhankelijke ondernemersstand.

Als men daarbij nog het feit verdisconteert dat Rusland geen humanisme heeft gekend met zijn nadruk op de menselijke autonomie, geen reformatie met zijn voor het kapitalisme gunstige arbeidsethos, en niet de politieke invloed van de Verlichtingsfilosofie, zo belangrijk voor het ontstaan van een civiele samenleving, dan wordt duidelijk hoe weinig de Sovjet-Unie gepredisponeerd is voor een gezonde kapitalistische geest. Als we dit alles in aanmerking nemen, dan is het helemaal niet vreemd, dat het uiteenvallen van de etatistische moloch niet meteen resulteert in een actieve civil society die haar lot resoluut in eigen hand neemt.

De komst van de welvaartsstaat in de Sovjet-Unie zal veel langer op zich laten wachten dan het geduld van de bevolking strekt, en zij zal veel meer overgangsproblemen opleveren dan Gorbatsjov in staat is op te lossen. Hoewel het hachelijk is voorspellingen te doen, schat ik dat het tenminste twee tot drie generaties zal duren voordat de bevolking het verzorgingsniveau heeft bereikt dat wij in het Westen hadden in de jaren zestig. Dat zal Gorbatsjov dus niet mee maken. Die zal eindigen als tragische held van de moderne Russische geschiedenis.