Schonberg Kwartet bedwingt fragmentatie

Concert: Schonberg Kwartet met werken van Schonberg en Beethoven. Gehoord: 3-4 Anton Philipszaal Den Haag. Herhaling: 6-4 Concertgebouw Amsterdam, 9-4 Amersfoort, 11-4 Nijmegen, 14-4 Velp en 17-4 Leeuwarden. Cyclus in de IJsbreker op 29 april, 6 en 13 mei.

De koppeling van een kwartet van Arnold Schonberg aan een van Ludwig van Beethoven is niet zonder zin. Weliswaar hebben meerdere componisten het late werk van Beethoven uit en te na geanalyseerd (Webern, Stravinsky enz.), maar er is geen tweede componist te vinden die in de verwerking van de motieven - overigens in dit geval geen thema's, maar reeksenfiguraties - zich zo verwant met Beethoven toont als juist Arnold Schonberg.

Niet voor niets merkte Schonberg op naar aanleiding van het laatste deel van zijn Vierde Strijkkwartet opus 37: “De muziektheorie heeft nog niets ontdekt dat de functies van motieven kan vervangen”.

Vandaar dat de wereldpremiere van Schonbergs opus 27 januari 1937 werd gegeven als een onderdeel van een reeks concerten, waarin steeds een Beethoven Kwartet met een Schonberg Kwartet werd gecombineerd: Schonbergs eerste met Beethovens opus 123, het tweede met 130 en 133, het derde met 131 en zoals gisteravond in Den Haag het vierde met 132.

Beethovens vijftiende strijkkwartet in A, vooral bekend door het Heiliger Dankgesang, ademt enigszins de geest van zijn Negende Symfonie. De schetsen voor de finale uit 1823, oorspronkelijk niet in A klein maar in D, leken in eerste instantie bestemd voor de instrumentale finale van de symfonie. Ook in 1824 werkte Beethoven nog aan voorstudies alvorens het werk in 1825 zijn definitieve vorm te verlenen. Het fameuze molto adagio in de vorm van een dankgezang verwijst naar een ziekte van de componist. Ook daarin toonden Beethoven en Schonberg verwantschap, want beiden werden geteisterd door werkelijk alle denkbare ziekten en werkten als het ware versplinterend-motievisch in de tijd. Schonberg moest niet zelden concerten en lezingen afzeggen door die gedwongen pauzes.

Voor de uitvoerenden schuilt in die koortsachtig versplinterende schrijfwijze een groot probleem. Het is moeilijk om een eenheid te bewaren. Maar het Schonberg Kwartet, dat zich opmaakt om de complete werken voor strijkers van zijn naamgenoot voor de NOS-televisie op te nemen, is duidelijk door en door met Schonbergs kwartet vertrouwd. De twee laatste, uiterst gecompliceerde delen verbrokkelden geen moment en werden vanuit een spanningsboog opgebouwd.

Bij Beethoven lukte dit iets minder goed, al was de uitvoering wel degelijk doordacht en met name fraai in het Dankgesang. Dat derde deel klonk puur en helder, niet echt als een molto adagio opgevat, vrij van quasi-mystiek, voornaam en ingetogen, zonder een zweem van sentimentaliteit. Iets zwakker waren sommige passages in een uiterst hoge ligging, waardoor balansproblemen dreigden.