Rol vrouwen een probleem in korfbal van India en Aruba; 'Nu heb ik zelfs een vrouw in het team met kinderen'

ANTWERPEN, 4 april - De pioniers van de Internationale Korfbal Federatie proberen al tientallen jaren hun sport over de hele aardbol te verspreiden. Van Bonaire tot Hongkong en van Papua Nieuw Guinea tot de universiteiten van de Verenigde Staten: overal zijn de - vaak Nederlandse - korfbalfanaten te vinden. Ze richten verenigingen op, geven trainingen en organiseren toernooitjes. In veel gebieden komt deze enige gemengde teamsport door cultuur en religie echter moeilijk van de grond.

Een van de deelnemers aan het wereldkampioenschap dat deze week in Belgie wordt gehouden, is India. Een land waar, mede door het boedhisme, niet veel vrouwen aan sport doen. Dat het missiewerk van de IKF hier zijn vruchten afwerpt, is dan ook vooral te danken aan de vergevingsgezindheid van de familie van de vrouwelijke deelnemers.

“De speelsters hebben allemaal gemakkelijke ouders die zelf ook aan sport doen. Dat is helaas niet in elke familie zo. Vooral in het noorden van India hebben de mensen moeite met gezamenlijk sportende mannen en vrouwen”, zegt Ashok Kumar, de Indiase coach. “Toch verandert de mentaliteit in ons land. Vroeger moest een getrouwde vrouw voor haar man zorgen en thuis blijven. Omdat de meesten al op 19-jarige leeftijd trouwen, verloor je snel de goede speelsters. Nu heb ik zelfs een vrouw in het team die kinderen heeft.”

India, het land van hockey en cricket, heeft sinds 1984 een nationaal korfbalkampioenschap. Dit toernooi, waaraan 15 van de 25 provincies meedoen, is het enige korfbalevenement van het jaar. Vreemd genoeg is dit voor de korfballers de enige trainingsperiode. Het nationale team, dat tijdens dit kampioenschap wordt geselecteerd, is dus vrijwel een verzameling van goedwillende hobbyisten. Toch kwalificeerde India zich direct (zonder play-offs) voor het wereldkampioenschap. Een kwestie van geluk, denkt Kumar, want: “Wij komen hier puur om te leren. We kunnen nog niet veel tegen de rest van de deelnemende teams beginnen.”

Met de lange donkere haren, gebonden in een vlecht, een oorknopje in de neus en de symbolische stip op het voorhoofd, geven de Indiase speelsters een vleugje van de boedhistische cultuur prijs. Ook de koks van het Antwerpse hotel hebben hiermee inmiddels kennis gemaakt, aangezien team en begeleiders weigeren vlees te eten. Ook de Belgische rijst en groenten blijken niet aan de eisen van de deelnemers te voldoen. Brood met jam eten is niet de ideale voorbereiding op een vijftal wedstrijden.

Na de openingswedstrijd tegen Taiwan, die India met 20-8 verloor, speelde het team gisteravond tegen Aruba, een ander 'ontwikkelingsland' van de korfbalwereld. Hier is sinds kort een Nederlander door het IKF ingeschakeld om het niveau van de spelers omhoog te brengen. Klaas Houtstra, ooit speler bij de Friese korfbalclub Nij Libben, traint als opvolger van Rob van Geenhuizen (coach van het Armeense team) de Arubaanse selectie. Een moeilijke taak, zo blijkt, aangezien de 'macho-cultuur' in Aruba veel invloed heeft op het team. “Je merkt dat de vrouwelijke spelers niet vaak genoeg betrokken worden bij het spel”, zegt Thomas Croes, oud-trainer en begeleider van Aruba. “Klaas en ik proberen dat te veranderen door een dame aan te wijzen als aanvoerder. Ook veel strafworpen laten we de dames nemen. In Aruba is de mentaliteit anders dan in het westen.

De bevolking beschouwt de vrouw nog steeds als het zwakkere geslacht.''

Het Arubaanse team blijkt tijdens de wedstrijd tegen India vooral fysiek in het voordeel te zijn. De fors gebouwde, zwarte spelers van het eiland hebben geen moeite de magere korfballers uit India uit te spelen. De helft van het team van de Nederlandse Antillen bestaat bovendien uit basketballers en dat biedt duidelijk voordeel. Houtstra: “Aangezien veel spelers aan basketbal en volleybal doen, zijn zij balvaardig erg sterk. Helaas wordt niet echt op korfbal getraind, dus erg ver zullen we tegen landen als Engeland en Nederland niet komen.

Bovendien heb ik ook niet het gevoel dat de animo om hoog te eindigen groot is. Voor de meesten is korfbal toch een bijsport.''

Hoewel het korfbal in Aruba zich vooral in een neerwaartse spiraal beweegt, schieten de uitbreidingspogingen van de IKF niet helemaal hun doel voorbij. Was zeven jaar geleden met moeite een veld van acht ploegen bij elkaar te krijgen; dit jaar schreven twintig landen zich in voor het WK. Vandaar dat dit keer twaalf ploegen strijden om de 'Nico Broekhuizen-cup', een wisselbeker genoemd naar de Amsterdamse grondlegger van het korfbal. De internationale bond betreurt het echter dat het krachtsverschil tussen enerzijds Nederland en Belgie en anderzijds de rest van de wereld, nog steeds zorgt voor een vooraf bekende finale. De missionarissen hebben zich sinds kort dan ook toegelegd op het verbeteren van het niveau van de korfballende landen.

Geen nieuwe landen worden benaderd, slechts de huidige pioniersgebieden worden versterkt met gediplomeerde trainers uit Belgie en Nederland. Zodoende hoopt de IKF bij het vijfde wereldkampioenschap in 1995, meer spannende korfbalwedstrijden te kunnen bekijken dan nu in Belgie.