Ratjetoe aan speelstijlen in moderne versie Romeo

Voorstelling: Romeo en Julia van W. Shakespeare door Het Vervolg. Vertaling: Gerrit Komrij. Bewerking: Hans Trentelman-Leon van der Sanden. Regie: Hans Trentelman. Spel: Walter Crommelin, Mieneke Bakker, Juul Vrijdag e.a. Gezien: 3-4, Brakke Grond, Amsterdam. Nog te zien aldaar t-m 6-4, daarna elders t-m 15-5.

Dank zij een skailederen bank ter rechterzijde van de toneelvloer, is het marktplein van Verona een abstractie geworden. Een witpapieren wand aan de andere kant verbeeldt het gepleisterde paleis van de familie Capuletti, een mosgroen beschilderd bassin met drie kranen erboven is de dorpspomp. Alles is namaak, uiteraard, maar de bank is nadrukkelijk van een andere orde en tijd. De Limburgse Toneelgroep Het Vervolg speelt een moderne versie van Shakespeares Romeo en Julia: vandaar dus.

Romeo en consorten dragen hedendaagse herenkostuums, heer Capuletti daarentegen een sabelbonten mantel, zijn vrouw iets Goldfinger-achtig fataals met op haar hoofd een Miriam Makeba-tulband. Rosalinde, Romeo's aanvankelijke geliefde, gaat ternauwernood gehuld in een strak minipakje. De japon van Julia dateert weer van, ik schat, begin negentiende eeuw en die van haar voedster komt waarschijnlijk uit de rekken van een Gooise damesboetiek, gespecialiseerd in de wat grotere maten. Het omhulsel bewijst, dat ook de wat zwaardere vrouw elegant kan zijn.

Wat een diversiteit, ten bewijze van een eigenzinnige visie. Op die visie is ongetwijfeld ook het ratjetoe aan speelstijlen terug te voeren. Walter Crommelin als Capuletti doet een Wim T. Schippers, zijn vrouw (Mieneke Bakker) munt uit in vervreemdende gebaren en dito spreektrant en haar dochter Julia (Marie-Christine de Both) exploreert een mengeling van verheven pathetiek en gekunsteldheid. Alleen Juul Vrijdag is stabiel in haar geestige en heldere vertolking van de voedster.

Het grootste probleem van deze voorstelling is evenwel de decadente toon, die regisseur Hans Trentelman heeft aangebracht. Deze Romeo (Hans Trentelman) en Julia zijn lichamelijk en geestelijk verre van maagdelijk. In plaats van puur en naief zijn ze geslepen en door de wol geverfd. Tegen zo'n toonzetting valt niet meer op te acteren, zeker niet met het talent in kwestie. De zelfverkozen dood van het liefdespaar wordt een tactische misstap in plaats van een daad van hartstocht. Die bestaat nog slechts in de sublieme vertaling van Gerrit Komrij, waarvan de subtiel-ironische kwaliteiten Trentelman mogelijk op het verkeerde been hebben gezet.