Plan Wallage tegen omwegen in onderwijs; Vast examenpakket moet doorstroming vergemakkelijken

DEN HAAG, 4 april - 'Wallage priegelt aan tweede fase voortgezet onderwijs'. Zo zouden de krantekoppen luiden als zijn nota over de bovenbouw van het voortgezet onderwijs eenmaal was uitgebracht, voorspelde staatssecretaris Wallage (onderwijs) enkele maanden geleden voor een gehoor van schoolleiders.

Hij wilde het maar alvast gezegd hebben: van hem waren geen grootse en meeslepende plannen te verwachten om leerlingen van HAVO en VWO beter voor te bereiden op het hoger onderwijs. Zulke maatregelen waren er in het nabije verleden genoeg geweest, zei hij. Ze stonden inmiddels allemaal in het grote vergeetboek van mislukte onderwijsplannen.

De gisteren uitgelekte nota van Wallage die de vrijheid van de keuze in vakkenpakketten wil beperken, is een voorzichtige poging om de grote groep leerlingen die voortijdig het voortgezet en hoger onderwijs verlaat - zo'n dertig procent - te reduceren.

Oud-staatssecretaris Ginjaar-Maas (VVD) stelde in 1983 nog voor om HAVO en VWO in een nieuwe schoolsoort (lyceum) samen te voegen en een zesjarig HAVO in te stellen. Zij wilde daarmee twee vliegen in een klap slaan: het HAVO dat volgens de beleidsmakers in Zoetermeer na de Mammoetwet te weinig een eigen gezicht gekregen, verdween als zelfstandig schooltype. Bovendien zou een jaar extra HAVO-leerlingen beter op het hoger onderwijs voorbereiden.

Al snel rezen er twijfels over de betaalbaarheid van het plan en over de mogelijkheden die leerlingen uit het MAVO nog zouden hebben om het HAVO binnen te komen. Exit Ginjaars 'lyceum-nota'. Even later probeerde ze het opnieuw met een iets minder groots plan. Ze wees de vrije keuze van vakkenpaketten aan als schuldige voor de hoge uitval in het hoger onderwijs. Uitbreiding van dat pakket met wiskunde als verplicht vak in HAVO en VWO zou dit moeten verhelpen.

Wallage draaide bij zijn aantreden de 'vakkenpakketmaatregel' van Ginjaar meteen terug. Menigeen was zich namelijk inmiddels gaan afvragen of HAVO en VWO leerlingen de verplichte wiskunde wel aan zouden kunnen. Wallage beloofde met een eigen, samenhangend plan te komen.

Commissies van HBO-raad en SER, de Adviesraad voor het Voortgezet Onderwijs en de commissie-Rauwenhoff - ze adviseerden Wallage allemaal, gevraagd en ongevraagd. Onderwijskundigen uit enkele van deze commissies formuleerden voor de staatssecretaris hun gemeenschappelijke boodschap: geen dure en grootscheepse structuurveranderingen of extra vakken, maar een beperking van de keuzevrijheid. Door vakken of delen daarvan te groeperen rond richtingen in het hoger onderwijs (techniek, economie, cultuur en dienstverlening) zou de aansluiting met het voortgezet kunnen worden verbeterd.

Deze 'doorstroomprofielen' moeten veel geld opleveren. Juni vorig jaar kondigde minister Ritzen aan dat hij door beperking van 'inefficiente leerwegen' 300 miljoen wil bezuinigen. De bewindslieden willen de leerlingstromen langs wegen gaan leiden die het ministerie het minste geld kosten. Daarbij hebben ze het met name begrepen op de HAVO-leerling die nu niet rechtstreeks naar het hoger beroepsonderwijs gaat maar een tussenstop maakt in het middelbaar beroepsonderwijs.

Iemand met drie jaar HAVO of vier jaar MAVO kan daar ook al terecht. De nota biedt slechts 'doorstroomprofielen' om dit doel te realiseren.

Verbodsborden plaatsen wil Wallage nergens. Dat zou met name de zwakkere leerling treffen die op latere leeftijd alsnog zijn weg naar de hogere regionen van het onderwijsstelsel vindt. Bovendien blijken vooral leerlingen uit de sociaal zwakkere milieus langs de 'dure'

omwegen hun doctoraal-examen te halen. Voor maatregelen die scholen financieel moeten prikkelen om ongeschikte leerlingen niet meer aan te nemen, vindt Wallage het nog te vroeg. Hij verwacht vooralsnog meer van intensievere studieadvisering na het derde jaar van HAVO en VWO.

De eerste reacties op het plan zijn zeer gevarieerd. De meeste onderwijsbonden sympathiseren met een beperking van de keuzevrijheid maar treuren, met de VVD, over het niet langer maken van het HAVO. De katholieke KOV is bang dat de keuze voor de leerling die straks op z'n vijftiende moet kiezen of hij een toekomst wil in de techniek, economie, dienstverlening, of cultuur, te vroeg komt.

    • Kees Versteegh