Parlementariers uit de 34 lidstaten richten 'parlement' CVSE op

MADRID, 4 april - Parlementaire delegaties uit de 34 lidstaten van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) hebben gisteren besloten een permanente vergadering van volksvertegenwoordigers voor dit samenwerkingsverband te vormen.

Het 'parlement' van de CVSE zal gedurende een week per jaar bijeenkomen op wisselende plaatsen, om te beginnen in juli 1992 te Boedapest. De 245 leden tellende vergadering ziet voor zichzelf een taak weggelegd bij het geven van adviezen aan het ministersberaad van de CVSE en aan de nationale regeringen. Zij hoopt daarnaast door samenwerking en uitwisseling van ervaring bij te dragen aan het verstevigen van de jonge democratieen in Midden- en Oost-Europa. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie krijgen ieder 17 zetels in het 'parlement'; Duitsland, Italie, Frankrijk en Groot-Britannie gaan er elk dertien bekleden; Spanje krijgt er tien en Nederland acht.

Resoluties zullen bij meerderheid van stemmen worden genomen en niet, zoals tot dusver binnen de CVSE gebruikelijk, op basis van consensus.

Het plan voor de nieuwe instelling is gelanceerd tijdens de CVSE-top van afgelopen november in Parijs, toen officieel het einde van de Koude Oorlog werd bezegeld. In het bij die gelegenheid aanvaarde Handvest van Parijs wordt aangedrongen op grotere samenwerking tussen parlementen om het onderlinge vertrouwen te verstevigen.

De regels voor het CVSE-parlement zijn ontworpen door Spanje, dat voorlopig ook het secretariaat zal voeren. Vooral de Sovjet-afgevaardigden uitten tijdens de tweedaagse bijeenkomst in Madrid, die gisteren is geeindigd, nogal wat bezwaren tegen de voorgestelde structuur. Zo hadden zij liefst het consensus-principe gehandhaafd. Ook had de Sovjet-Unie graag gezien dat de vergadering zich zou uitspreken voor de-militarisering van de NAVO, in antwoord op een gelijksoortige stap die het Warschaupact onlangs heeft gedaan.

Deze wens werd echter niet gehonoreerd.