Onderzoek: landbouw heeft beter imago dan boeren veronderstellen

TILBURG, 4 april - De doorsnee burger heeft een minder negatief beeld van de landbouw dan in de sector zelf wordt aangenomen. Wel is meer dan de helft het oneens met de stelling dat wat de boeren aan groenten op tafel brengen 'puur natuur' is.

Bijna de helft van de burgers vindt dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet nodig is in land- en tuinbouw. Bijna 36 procent denkt dat de boer geld verdienen belangrijker vindt dan het welzijn van zijn dieren; 37,4 procent is het daarmee niet eens. Iets meer dan de helft vindt de stelling dat mest schadelijk is voor het milieu onjuist.

Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar de beeldvorming van het landbouwbedrijfsleven in Zuid-Nederland, dat vanmorgen in Tilburg werd gepresenteerd. Vierhonderd mensen werden ondervraagd, zowel in de steden als op het platteland. Mensen op het platteland hebben doorgaans een positievere kijk op het landbouwbedrijfsleven.

De resultaten van dit onderzoek wijken niet veel af van die van een Nipo-enquete van 4 jaar geleden, die werd gehouden door het vakblad De Boerderij en de stichting Public Relations land- en tuinbouw. Toen ging het om een landelijke enquete.

Het onderzoek werd gedaan door de Hogeschool Eindhoven in samenwerking met het bureau Inter-View en beperkte zich tot het werkgebied van de Noordbrabantse christelijke boerenbond (NCB), dat Noord-Brabant en delen van Zeeland en Gelderland omvat en waar vooral de intensieve veeteelt met zijn mestproblemen sterk is vertegenwoordigd.

NCB-voorzitter ir. A. Latijnhouwers noemde vanmorgen de resultaten van het onderzoek “positief”. “Blijkbaar ziet de burger”, aldus Latijnhouwers, “naast de mestton op de televisie ook de positieve ontwikkelingen in de land- en tuinbouw.”

Volgens 56,3 procent van de ondervraagden houdt de boer steeds meer rekening met het milieu; 29,8 procent is het daar niet mee eens. Op het platteland denkt men er doorgaans positiever over dan in de stad.

De stelling dat hormonen in het vlees niet schadelijk zouden zijn vindt 54 procent onjuist. Slechts 3,9 procent is het eens met die stelling. Het gaat hierbij om kunstmatige hormonen, die via injecties of het veevoer worden toegediend.