OM Arnhem ziet af van vervolging in incestzaak

ARNHEM, 4 april - Het openbaar ministerie in Arnhem ziet alsnog af van vervolging van een man die vandaag voor de rechtbank terecht zou staan wegens incest met vier van zijn zes minderjarige kinderen.

De officier van justitie trekt de strafzaak in na een verzoek van advocaat mr. P. Doedens die in een uitvoerig schrijven duidelijk maakte het bewijsmateriaal fors te zullen kritiseren. Het steekt de raadsman vooral dat het belangrijkste bewijsmateriaal in deze zaak bestaat uit gesprekken die met de kinderen zijn gehouden met behulp van de zogeheten anatomisch correcte poppen. Met die poppen wordt al spelenderwijs gekeken of er met de kinderen ontucht is gepleegd.

In de onderhavige strafzaak hebben vier psychologen de kinderen onderzocht. De onderzoeken speelden zich af in de periode dat het medisch kleuterdagverblijf De Bolderkar in Vlaardingen in opspraak kwam door het grote aantal incestgevallen dat werd geconstateerd.

Achteraf werd vastgesteld dat op De Bolderkar aan de hand van het poppenspel veel te lichtvaardig werd geconcludeerd dat sprake was van incest.

Doedens wijst er in zijn brief op dat de Hoge Raad tot nu toe geen uitspraak heeft gedaan over de toelaatbaarheid van het poppenspel als bewijsmiddel. Zolang het spel echter omstreden is, moeten de poppen volgens Doedens “blijven waar ze thuishoren: in de poppenkast en in de kinderkamer”. Doedens had het openbaar ministerie een lijst toegestuurd van dertien getuigen - onder wie zes psychologen - die hij had willen horen indien Justitie zou hebben besloten de strafzaak toch te behandelen.

Het openbaar ministerie in Arnhem laat weten dat aan het nu genomen besluit geen algemeen verbindende conclusies mogen worden verbonden.

De anatomisch correcte poppen zullen ook in de toekomst benut kunnen worden als “aanvullend bewijsmiddel”, aldus een woordvoerster.