Nooit op zondag

Correspondente Karin de Mik geeft de hoofdredacteur van het Friesch Dagblad gelegenheid uit te leggen waarin zijn christelijke krant zich nu precies onderscheidt van andere uitgaven, die niet nadrukkelijk pronken met zo'n bijzonder adjectief (NRC Handelsblad, 23 maart).

Glashelder wordt het verschil niet, maar het blijkt iets te maken te hebben met zorgvuldigheid jegens mensen en met de zondagsheiliging.

Het Friesch Dagblad pretendeert 'mensen niet onnodig te willen beschadigen' en stuurt op de Dag des Heeren geen verslaggevers op pad; althans liever niet.

Dat eerste blijkt niet uitsluitend voorbehouden aan christelijke kranten. De grote concurrent van het Friesch Dagblad, de Leeuwarder Courant, gebruikt in misdaad- en rechtbankverslaggeving als regel geen initialen. Een zinvol gebruik, want in de Friese gemeenschap zal de anonimiteit van de verdachte nauwelijks gewaarborgd zijn met aanduidingen in de geest van 'de 36-jarige slagersknecht Aone K. uit Koufurderrige'. Toch bedient het Friesch Dagblad zich wel van dergelijke omschrijvingen, wat toch moeilijk te rijmen lijkt met die gepretendeerde 'grotere zorgvuldigheid'.

De Mik beschrijft al dat het FD met dat zondagswerk zo nu en dan toch met zichzelf in de knoop komt. Bij rampen als een WK-schaatsen in Thialf of het eredivisie-duel Heerenveen-Ajax moeten er wel eens concessies worden gedaan.

Uitzonderingen, zulke inbreuken op de regels omtrent de zondagsheiliging? Het Friesch Dagblad verschijnt elke maandag met het belangrijkste nieuws van de voorafgaande dag. Daarbij maakt de redactie dankbaar gebruik van het feit dat de mensen van het ANP, het personeel van de omroep, de buitenlandse correspondenten en de internationale persbureaus gewoon hun werk blijven doen, zondag of niet.

Zou christelijke journalistiek dan net zoiets zijn als veel christelijke politiek? Veel pretenties die je in de praktijk vervolgens met een korreltje zout neemt.